zaterdag 22 juni 2013

Why the future doesn't need us

Op dit blog worden sinds juli 2011 artikelen geplaatst over de vraag wie er in control is. Dat was het jaarthema 2011-2012 van de toenmalige BasisBibliotheek Maasland. Inmiddels uitgebreid met de Bibliotheek Uden en hernoemd tot de NOBB - de Noord Oost Brabantse Bibliotheken. We zitten medio juni 2013 aan het eind van het huidige jaarthema - Echte waarde(n) - en staan aan de vooravond van het seizoen 2013-2014 met als titel/thema Oefenen voor een andere tijd.

Afgelopen week kwamen veel 'elementen' samen die te maken hebben met de vraag Who's in control?, Echte waarde(n) en Oefenen voor een nieuwe tijd. Hieronder een poging die elementen naar voren te halen en 'bewijzen' dat dit artikel juist op dít blog moet staan.

Een interview
Het verhaal begint op zaterdag 8 juni 2013. Toen De Volkskrant in het wetenschapskatern ene Henny van der Pluijm aan het woord liet over zijn nieuwste boek. Met een zeer opmerkelijke titel. Die bij veel mensen verbazing, weerzin, ongeloof, angst, tegenspraak zal oproepen: Rechten en plichten voor robots - "burger ze in nu het nog kan!"
Van der Pluijm (1962) is een informaticus die al ruim dertig jaar in die omgeving meeloopt, weet wat er speelt en zich ook als trendwatcher afficheert. Klik hier voor een artikel over dit boek, waarin hij een ferm pleidooi houdt om nú te beginnen met een maatschappelijk debat over de onvermijdelijke (!) komst van lerende robots. Die binnen een generatie deel van ons leven zullen zijn. Vergeet robots die in een fabriek 'iets' lassen, stof opzuigen, gras maaien. Nee, Van der Pluijm weet dat er binnen pakweg twintig jaar overal in ons dagelijks bestaan zelflerende robots zullen komen. Die in staat zijn zich aan omstandigheden aan te passen, zichzelf bij te sturen. Ja zelfs robots die hun eigen weg gaan bewandelen. Wellicht voor zichzelf beginnen. Mensen aannemen. Kortom, de hoogste tijd om na te gaan denken over rechten en plichten voor robots.

3 uur per dag of 4 uur per week
In het interview zegt hij:
Misschien hebben we straks nog maar een werkweek van vier uur. Kun je de rest van de tijd met een goed boek aan het strand gaan liggen.
Uiteraard weet Van der Pluijm niet of we in 2030 of 2040 nog maar vier uur gemiddeld per week hoeven te werken. Maar hij snijdt wel een belangrijk punt aan: we krijgen erg veel vrije tijd als er massaal zelflerende robots aankomen. En - vervolgvraagje - hoe gaan we al die (bijna) werklozen van een inkomen voorzien.
Deze 4 uur per week lijkt erg veel op een gedachte die in een ander, iets eerder verschenen boek centraal staat (Hoeveel is genoeg? van vader en zoon Skidelsky). Die zich in dat boek afvragen waarom de voorspelling uit 1930 van de beroemde econoom John Maynard Keynes -  dat we in 2030 nog maar drie uur per dag zouden werken - niet is uitgekomen. Althans nog niet in 2013. Vader/econoom Robert en zoon/filosoof Edward Skidelsky menen te weten waarom de meesten van ons beduidend meer dan 3 uur per dag werken. Dat heeft te maken met het verschil tussen behoeften (voedsel, water, beschutting, een dak boven ons hoofd, sex) en verlangens. Behoeften zijn eindig. Verlangens niet. Die zijn schier oneindig.

Een onverwachte reactie
Het interview met Van der Pluijm en de notie van de 3 uur per dag werken van Keynes leidde tot een artikel op het blog Lezers van Stavast. Dat is een plek waar alle titels die voor dé Lezers van Stavast worden geselecteerd, worden samengebracht. Klik hier voor een artikel over dit leesavontuur en de thema's voor het komend seizoen. In het bewuste artikel (over Rechten en plichten voor robots) wordt verwezen naar een ander, dertien jaar oud artikel, waarin ook al gewezen werd op de gevaren van de trend die Henny van der Pluijm beschrijft. Als de ontwikkelingen die Van der Pluijm en anderen voorzien, doorzetten dan komt er een moment dat 'die' robots ons, de mens, opzij drukken. In het artikel op het Lezers van Stavast-blog werd dat bewuste artikel (Why the future doesn't need us van Bill Joy) alleen maar genoemd.
Enkele dagen later kwam er een anonieme reactie:
Zou je de link voor Bill Joy kunnen toevoegen?

Een terechte, zinvolle opmerking, suggestie. Kort daarna meldde Henny van der Pluijm zich via het blog aan. Waarop we hem benaderden en uitnodigden om in Oss in het najaar een lezing over zijn boek te komen verzorgen. In het kader van het nieuwe jaarthema Oefenen voor een andere tijd. Want dat zullen we, indachtig de ondertitel van Van der Pluijm's boek ("Burger ze in nu het nog kan!"), beslist moeten doen. 'Oefenen' om de slimme robots een goede plek in onze samenleving te geven. Door ze rechten en plichten te geven. Dat zal veel oefening vergen, want de meeste mensen zijn nog lang niet zo ver dat ze (a) zich realiseren dat dit soort robots er aan komen, zullen velen (b) het niet 'geloven' of domweg (c) ontkennen. Waardoor een serieus debat voorlopig nog niet op gang zal komen. Terwijl, daar wijst Van der Pluijm herhaaldelijk op, de ontwikkelingen erg hard zullen gaan. Exponentioneel. Té snel voor de relatief trage manier waarop in een democratie besluiten worden genomen.

Why the future doesn't need us
Zoals gezegd werd naar dit legendarische artikel verwezen. Geschreven door ene Bill Joy. In april 2000. In Wired, hét tijdschrift over technologische ontwikkelingen en de impact die dat heeft op 'de samenleving'.
In Uitblinkers : waarom sommige mensen geluk hebben en andere niet van Malcolm Gladwell wordt deze Bill Joy neergezet als een ... 'uitblinker'. Die dat kon worden omdat hij over een flinke dosis talent beschikte, maar vooral het geluk had op de juiste leeftijd (rond zijn 20e), op de goede plek (Silicon valley en niet in Afghanistan) te zijn en heel veel mocht oefenen. Leren programmeren. Veel uren maken. Joy voldeed aan de zogenaamde tienduizend uren regel. Die inhoudt dat mensen die ergens in uitblinken daar gedurende tien jaar drie uur per dag mee bezig moeten zijn geweest.

Deze Bill Joy had al eind jaren negentig in de gaten dat zich in de toekomst iets zou kunnen ontwikkelen wat Henny van der Pluijm nu ook aanstipt: robots gaan zich zodanig ontwikkelen dat ze ons, de mens, voorbij streven. Als je dat artikel van toen (april 2000) er nogmaals op na slaat dan valt op dat hij toen al verwees naar ene Raymond Kurzweil. Die zich ook al in die tijd zorgen maakte over deze ontwikkeling. Dezelfde Kurzweil van wie in 2011 in Nederland het boek De singulariteit is nabij : het moment waarop de mensheid de grenzen van de biologie overstijgt (uit 2005) verscheen. Een boek waarin hij voorspelt dat rond 2045 de mens in staat zal zijn de inhoud van de hersenen van een mens up te loaden naar een computer, waardoor die persoon eeuwig kan doorleven.

Andere signalen
Wetenschap en technologie trekken de komende decennia gezamenlijk op; in een steeds sneller tempo en zullen zorgen voor vele, nu nog ondenkbare toepassingen. Regelmatig kom je signalen tegen die in het verlengde liggen van het gedachtegoed van Bill Joy, Raymond Kurzweil, Kevin Kelly, Peter Diamandis (van het boek Abundance) of Henny van der Pluijm.

"Kanker over 20 jaar nog zelden dodelijk"
De kop van een artikel in het Algemeen Dagblad (maandag 17 juni 2013) waarin medewerkers die verbonden zijn aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis zich in deze zin uitlaten. Dat we aan de vooravond van een revolutie staan. Kanker wordt een chronische ziekte, want de deskundigen beginnen te begrijpen wat kanker is en hoe de verschillende vormen succesvol bestreden kunnen worden.

Op weg naar 2043: over 30 jaar komen we overal zónder te reizen!
In De Telegraaf wordt op zaterdag 15 juni Pauline van Voorst tot Voorst aan het woord gelaten over dertig jaar na nu: 2043. Zij is verbonden aan de STT, Stichting Toekomstbeeld der Techniek. Een landelijk kenniscentrum dat nadenkt over lange termijn trends. In dit artikel gaat het over het vervoer.
In 2043 hebben we geen eigen auto meer, maar komt er op bestelling een vervoermiddel voorrijden. Zonder chauffeur! En zonder stuurwiel, want het ding rijdt zelf. Wel zo veilig ook ... En thuis wonen we tussen levensgrote beeldschermen, waarop elke plek ter wereld tevoorschijn te toveren is. Je kunt dus met een vriend afspreken onder de Eiffeltoren of op een exotisch strand.

Verbazing, ontzetting, negeren, weghonen, tegensputteren
De hierboven aangehaalde personen zullen de eersten zijn om te beklemtonen dat zij ook niet weten hoe 'het' er in 2030 of 2043 precies uit zal zien. Maar ze weten wel dat alle signalen die kant opwijzen. In een steeds sneller tempo komen ontwikkelingen op de samenleving af. En de tijd om als samenleving bij te sturen wordt korter naarmate té veel mensen blijven geloven dat het zo'n vaart niet zal lopen.Pauline van Voorst tot Voorst:
... ziet ongeloof in onze ogen. Ze is gewend aan verbaasde blikken. Die krijgt ze op bijvoorbeeld verjaardagsfeestjes vaak te zien als ze verhaalt over wat er allemaal kan veranderen in de toekomst.
Mensen kunnen zich moeilijk een beeld vormen van hoe onze wereld er rond 2040 uitziet, maar duidelijk is dat onze leefomgeving echt drastisch kan veranderen en daarmee ook ons gedrag en de noodzaak van reizen.

Who's in control?
In dezelfde week barstte ook het schandaal rond PRISM los. Meer en meer wordt duidelijk dat een gemiddelde burger niet in control is. Er zijn krachten werkzaam die té groot zijn. Veel impact hebben op levens van 'normale' mensen. Hierover zal een debat gevoerd moeten worden. Willen we deze ontwikkelingen wel? Kunnen we haar beheersen? Kan ik me er (nog) aan onttrekken? Kan ik iemand of 'iets' aanklagen als mijzelf iets vervelends overkomt?
Zoals zo vaak mengde columnist(e) Marjolein (sorry: Max) Februari zich in het debat. Niet over de robots, wél over het PRISM-schandaal. Hij neemt dit keer duidelijk positie in: we zijn als mens al lang geleden het punt gepasseerd waarop we nog terug kunnen keren op onze schreden. Dat we iets kunnen terugdraaien, ongedaan maken. Dat ligt niet alleen aan 'hen', maar heeft vooral met onszelf te maken. We hebben zelf bewust veel privacy-gevoelige zaken naar het internet verplaatst.

Slotwoorden van een wijs man
Het lijkt er sterk op dat sinds columnist Februari als man door het leven gaat zijn meningen veel uitgesprokener zijn. In haar Volkskrant-tijd en tot voor kort had ze meer meel in haar mond.
Onderstaand citaat komt uit zijn column van 17 juni 2013 met als titel 'Internet als kinderparadijs'. De aanleiding is alle commotie rondom het PRISM-schandaal, maar als je iets verder kijkt dan zou deze column ook kunnen gaan over allen die denken dat het 'gedoe' met die lerende robots iets is waarover je (als individu, noch samenleving) niet druk hoeft te maken. How wrong can you be?
Wellicht kan Max Februari zich hier ook eens over uitspreken, want als slechts 10 procent van wat Henny van der Pluijm voorziet waar wordt, dan nog hebben we als mensheid een groot probleem.

Verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de digitale infrastructuur, zeggenschap over software, parlementaire controle op inzage in onze gegevens; eigendom van data; wetgeving om bedrijven en overheden in het gareel te houden: al die kwesties zijn nog maar steeds niet doorgedrongen tot het maatschappelijke gesprek. Op geen enkel verjaardagsfeestje duikt het onderwerp van onze immigratie naar internet op. Geen enkele politieke partij die er een punt van maakt. De grootste sociale omwenteling sinds tijden - en het enige dat ik grote denkers onderling hoor zeggen is: "Heb jij nou nog steeds geen iPad?"
Alsof we collectief niet goed snik zijn. Alsof we de hele geschiedenis, onze zorgvuldig bedachte staatsinrichting, overboord kieperen en in een nieuwe maatschappij gaan wonen waar we geen stemrecht hebben en geen verantwoordelijkheid en maar hopen dat alles toch vanzelf wel deugt. Zoals we twintig jaar geleden toetraden tot een nieuwe economie waarin alle winst vanzelf verdriedubbelt en je nooit meer iets hoeft te betalen.
Als een kleuterklas trekken de gebruikers over het internet. Zodra op YouTube vervelende reclame verschijnt, verhuizen we naar Vimio - dat ontslaat ze van de verplichting de boel te regelen en te besturen en te verrechtsstatelijken. De plicht volwassen vragen te stellen over algemeen belang, waarden, betaalbaarheid, zeggenschap, vrijheid, rechtvaardigheid.
"Onze leiders hebben ons niets gevraagd!" Kom nou toch! Werkelijk!

vrijdag 24 mei 2013

How high can you fly?

Waarom onderhoudt een bibliothecaris een blog?
In augustus 2011 gaf een collega in de bibliotheek van Oss aan dat mijn 'verhalen' rondom lezingen die ik in de jaren daarvoor had georganiseerd 'eigenlijk' niet goed pasten op de website van BasisBibliotheek Maasland. Ruim anderhalf jaar later is die website omgebouwd naar een nieuwe (omdat door een fusie met Uden een nieuwe naam én website nodig zijn). Jan had gelijk. Dit soort artikelen zijn een vreemde eend op zo'n algemene website. Daar staat alle informatie over uitleenvoorwaarden, mogelijkheden van 'de bieb', tarieven, activiteiten enzovoorts. Voor achtergrond over 'zaken' die we als bibliotheek aanpakken kan beter uitgeweken worden naar een blog.

Meerdere blogs
Whosincontrol was niet mijn eerste blog. Maar wel het meest serieuze tot dan toe. Ergens verdwaald staat nog een soort cursusopdracht (Ontnuchteringsjaren). Een ander - en inmiddels beëindigd - experiment was Filmpjes NOBB. Ingehaald door de tijd. En tijdgebrek. Het is onmogelijk om meerdere blogs op een goede manier in de lucht te houden. Dat wil zeggen: regelmatig artikelen toevoegen. In de zomer van 2012 kwam het blog van, voor en over de Lezers van Stavast. Eind 2012 werd rondom een project Voor ik dood ga, wil ik in de lucht gebracht. En er zijn ideeën voor andere.

Lezen én schrijven
Aan het begin van 2013 is voor mij steeds duidelijker geworden dat een blog onderhouden voor een bibliothecaris, of iemand anders in een creatief beroep, erg belangrijk is. Het is niet alleen belangrijk dat je veel en breed leest, maar nog belangrijker is om het gelezen 'spul' onder woorden te brengen. Regelmatig. Er moet een plek zijn die je als het ware aanstaart en verwacht dat je nieuwe artikelen toevoegt. Dat kan ook in een schriftje. Dat thuis ligt ("Lief dagboek"), maar een blog is toch beter.
In the connected age reading and writing remain the two skills that are most likely to pay off with exponential results.
De Openbare Bibliotheek verandert
Die waarheid als een koe is niet iets van de laatste jaren. Nee, sinds ik in 1980 in de Osse bibliotheek begon is er geen jaar hetzelfde geweest. Jaar na jaar dien(d)en zich nieuwe ontwikkelingen aan. Wel gaan de vernieuwingen de laatste tien tot vijftien jaar steeds sneller. Sinds enkele jaren is het amper bij te houden. Een bibliotheek zit niet alleen midden in een samenleving die aan het veranderen is, maar maakt ook deel uit van de mediawereld die nog meer op haar benen staat te schudden.
Welcome to the connection economy
Een nieuwe rol voor de bibliotheek, de bibliothecaris
Terugkijkend is het circa tien jaar geleden begonnen. Op zoek naar een nieuwe rol. Een andere taak. Alhoewel het de eerste jaren absoluut niet duidelijk was dat ik naar die rol op zoek waren. Integendeel. In die eerste jaren deden we maar 'wat'. Op basis van gevoel, vermoedens, instinct. Maar vooral omdat het leuk was om te doen. Achterliggende gedachte was (en is): als je zelf iets leuk vindt, dan zullen er ongetwijfeld anderen binnen je werkgebied zijn die dat kunnen plaatsen en appreciëren. En zorg - nog een les - dat er een team is, waardoor er uiteenlopende 'dingen' worden bedacht en uitgevoerd.

Het beginpunt (1)
Elke activiteit die een creatief iemand onderneemt begint met kennis nemen van 'iets' dat afwijkt van wat je tot dan toe kende. Het kan een uitspraak zijn van een persoon, een ding, een liedje, een film, een interview in een krant, een quote uit een gesprek, de laatste tijd TED enzovoorts. Inspiratie komt altijd onverwacht. Je kunt er niet voor gaan zitten. Het ontstaat níet tijdens een brainstormsessie. .No way! 'Iets' nieuws beginnen begint altijd door iets uit de realiteit. Dat je wel - en dat is het creatieve aspect - oppikt. Om er vervolgens zelf iets mee te gaan doen. Creativiteit is níet dat je op de website van een andere bibliotheek gaat kijken om te zien wat ze daar zoal organiseren en dat te gaan copy - pasten.
We’ve had these doors open wide for only a decade or so, and most people have been brainwashed into believing that their job is to copyedit the world, not to design it.
Het beginpunt (2)
Dat kan achteraf exact getraceerd worden. Het was op een zondag in 2004. Een schrikkeldag. Die 29e februari vierden we in de Osse bibliotheek dat we (al weer) 16 jaar cd's uitleenden. Waren die zondag open en hadden van alles georganiseerd. Voor de zekerheid thuis de videorecorder (!) ingesteld om 's avonds een Tegenlicht uitzending op te nemen. Voor alle zekerheid, want een jonge, volstrekt onbekende filosoof zou de hoofdgast zijn.
Pas dagen later die uitzending bekeken. En minstens tien keer herhaald. Zijn verhaal was de reden om in november van dat jaar met een reeks lezingen op de zondagmiddag te beginnen. In de Groene Engel in Oss. Op de derde zondag van de maand. Van twee tot vier. Van oktober tot april. Uiteenlopende sprekers over een gemeenschappelijk thema, onderwerp.
De eerste bijeenkomst was een absoluut succes. Qua bezoekers en timing. Twee weken na de moord op Theo van Gogh en brandstichting in basisschool Bedir in het nabijgelegen Uden sprak filosoof Ad Verbrugge over Bevangen in vrijheid in een tijd van onbehagen.

Het beginpunt (3)
Het eerste seizoen had als thema Waarom IK een probleem werd voor ONS. Die formule beviel wel. Bij publiek en onszelf. Zet jaarlijks een breed onderwerp centraal en laat dit vanuit verschillende kanten door uiteenlopende min of meer bekende mensen belichten. In de eerste jaren was het Brabants Dagblad zo aardig én slim om van tevoren met de sprekers een interview te houden.
In de eerste jaren (seizoenen) stond dit thema los van andere activiteiten die de bibliotheek natuurlijk ook organiseerde. Pas in het vijfde sezoen (2008-2009 - De latten verleggen) werd het thema breder over alle vestigingen van de bibliotheek uitgerold. Voor andere doelgroepen en met andere vormen (bijvoorbeeld een tentoonstelling, een quiz, een agenda maken). Inmiddels zitten we in mei 2013 aan het eind van het negende seizoen -> Echte waarde(n).

Who's in control?
DIT blog ontstond toen het jaarthema van het seizoen 2011-2012 opkwam, Who's in control?
Feitelijk is dat door de jaren heen hét centrale thema geweest, en - surprise! - zal dat nog jaren blijven. Wie is er in controle? Wie heeft het voor het zeggen? In de samenleving. In zijn eigen leven? In je eigen hoofd? Wie bepaalt welke kant we op gaan? Zouden moeten gaan? Kunnen gaan?
Vragen, vragen waar geen antwoorden voor zijn. Nee? Of toch? De rest van dit artikel zal gaan over mensen die een mogelijk antwoord hebben. En dat antwoord heeft ook te maken met de richting die de bibliotheek of de bibliothecaris in die snel veranderende (media)wereld in zou moeten slaan.

Maar eerst - in wat voor soort samenleving zijn we beland?
Dat is nogal een vraag! Waarover veel gezegd kan worden. Gezegd en geschreven wordt. Met onze Lezers van Stavast lezen we dit seizoen circa veertig boeken over dit brede onderwerp. Elke Lezer van Stavast maakt een keuze uit een groslijst van ruim 160 titels. Eén keer per maand komen we samen om onze leesstof te delen. Elkaar te informeren, bij te praten. Ook om elkaar te steunen in die zelfopgelegde opdracht om veertig weken lang een boek per week te lezen met 'pittige' inhoud.

Een andere samenleving is emerging
Om te beginnen leven we in een tijd van crises (= meervoud van crisis). Oprakende grondstoffen, een veranderend klimaat, overbevolking, wantrouwen in politici, financiële en economische problemen enzovoorts. Daarnaast neemt de snelheid waarmee dé wetenschap en de daaraan gelinkte technologie nieuwe inzichten en daarvan afgeleide 'dingen' produceren almaar toe. Waardoor 'de mens' als het ware doorlopend overstelpt wordt met nieuwe 'dingen'. Verder loopt een systeem dat eeuwenlang redelijk heeft gefunctioneerd op zijn end: de industriële samenleving. Waarin mensen een baan en een baas voor het leven hadden. We zitten in het begin van een tijdperk waarin deze zekerheid voor de meeste mensen niet meer zal bestaan of terugkeren. Integendeel, door technologische ontwikkelingen zal binnen enkele decennia veel werk overgenomen worden door robots. Oud-minister én VVD-er Joris Voorhoeve had het enkele jaren geleden over negen plagen. En een andere oud-politicus - Al Gore - heeft het in zijn nieuwste boek over six drivers of global change.

The connection economy - het verhaal van de vos en de omheining
Iemand die een vos wil vangen zou als volgt te werk kunnen gaan. Bouw op een plek waar de vos zich ophoudt een muur. En leg er een stuk aas bij. De vos zal de eerste dagen wegblijven. Hij ruikt de mens, maar na enige dagen went hij er aan en verorbert het stuk vlees. Na een week bouwt de vossenvanger een tweede muur haaks op de tweede en legt weer aas neer. Het procedé herhaalt zich. Waarop er in de derde week nog een muur wordt opgetrokken met een valdeur. Als de vos na enige tijd van gewenning het derde stuk aas gaat halen klapt het luik dicht. Trapped. Gevangen.

Niet langer braaf luisteren
Dit verhaal gaat op een bepaalde manier op voor iedereen die in  'de industriële' samenleving heeft gewerkt of werkt. Daarbinnen was de afspraak dat je braaf naar school ging, een vak leerde, een baas zocht en daar rustig tot je pensioen bleef hangen. Met het loon dat je daar verdiende kon je dingen kopen. Een relaxt leven. De afspraak was wel dat je jezelf binnen die afspraken gedroeg. Iedereen was binnen dat systeem als die vos. Gevangen, alhoewel er feitelijk geen muren zijn. Maar wel sociale druk om binnen de kaders te blijven. Luisteren naar je baas. Geen dingen doen die niet konden. Niet als een Icarus té hoog vliegen.
For us, though, the situation is even more poignant than it is for the fox. As the industrial age has faded away and been replaced by the connection economy – the wide-open reality of our new economic revolution – the fence has been dismantled. It’s gone.
But most of us have no idea that we’re no longer fenced in. We’ve been so thoroughly brainwashed and intimidated and socialized that we stay huddled together, waiting for instructions, when we have the first, best, and once-in-a-lifetime chance to do something extraordinary instead.

Icarus en zijn vader
Het verhaal van de vos en de werknemers binnen het aloude industriële systeem kan op een andere manier geïllustreerd worden met het verhaal van Icarus. Die met zelfgemaakte vleugels kon vliegen. Maar vergat dat was smelt als je té dicht bij de zon komt. In dat verhaal zit echter ook nog een vader. Daedalus. Die als vakman die vleugels kon maken. Om samen met zijn zoon van een eiland via de lucht te ontsnappen. Die vader, Daedalus, gaf zijn zoon twee waarschuwingen mee. Vlieg niet té dicht bij de zon. Wat Icarus in zijn jeugdige overmoed én door het bedwelmende gevoel dat hij kon vliegen prompt vergat. En in zee verdronk. De tweede waarschuwing speelde bij hem niet, maar wél bij iedereen die als het ware geconditioneerd is in de industriële samenleving: vlieg niet te laag boven de zee. Want dan krijg je onvoldoende stijgvermogen en zal de zee je naar beneden trekken.
Binnen onze op z'n eind lopende industriële maatschappij was het adagium meestal om niet op te vallen, té hoog te vliegen. Maar vooral om je aan te passen, te doen wat de baas opdroeg enzovoorts. We gaan echter een tijd in waarin het juist wél belangrijk zal worden of zijn om hoog te (gaan) vliegen.
It’s far more dangerous to fly too low than too high, because it feels safe to fly low. We settle for low expectations and small dreams and guarantee ourselves less than we are capable of. By flying too low, we shortchange not only ourselves but also those who depend on us or might benefit from our work. We’re so obsessed about the risk of shining brightly that we’ve traded in everything that matters to avoid it.
Een kunstenaar
In de 21e eeuw zullen we - of we het nu leuk vinden of niet - onze comfort zone kwijtraken. Of meer accuraat geformuleerd: die bestaat niet meer. Dé baan voor het leven. Hét beroep waar je een leven mee vooruit kon. Dé zekerheid dat je na een (jarenlang durende) opleiding een baan zou vinden. Voorbij, voorgoed voorbij. Uiteraard zijn er bedrijven en bazen die dat een goede ontwikkeling vinden, want dan kun je werknemers tegen elkaar uitspelen en de salarissen laag houden. Maar waarschijnlijk is deze trend - los van dat 20e eeuwse rendementsdenken - niet te keren. Alhoewel we wél de wijze woorden van Tony Judt in onze oren moeten knopen. Hij waarschuwde ons op zijn doodsbed voor een samenleving die weer 19e eeuwse trekken zou kunnen gaan krijgen. Hij doelde op de tijd waarin velen geen rechten hadden, er een zeer kleine bovenlaag was die ontzettend rijk was en als je voor een dubbeltje geboren was kom je jezelf onmogelijk opwerken (boek: Het land is moe).

De connected era
We leven sinds een jaar of tien/vijftien niet alleen in een geglobaliseerde wereld, maar vooral in een connected world. Een miljard, twee miljard redelijk welvarende mensen zijn op de wereld via het net met elkaar verbonden. En binnenkort zijn het er drie miljard en als Afrika mee gaat doen - en daar ziet het wel naar uit - nog veel meer.

The floating world
De Singalese diplomaat, wetenschapper en 'hoopgever' Kishore Mahbubani zet in zijn nieuwste boek (The great convergence : Asia, the West, and the logic of one world) een prachtig beeld neer. In de 20e eeuw en daarvoor waren landen als bootjes. In allerlei soorten en maten. Die op de wereldzeeën rondvoeren. Af en toe met elkaar in een vloot optrokken; soms elkaar bestreden. In de 21e eeuw moet je die landen volgens Kishore Mahbubani (proef die naam eens, spreek hem hard uit) zien als containers. Op een groot containerschip. Moraal: de tijd dat landen hun eigen beleid en koers konden bepalen is voorbij. Landen zullen of ze het nu leuk vinden of niet samen moeten beraadslagen over de koers. Op weg naar een wereldregering! En alle kapiteins van evenzovele container zullen hun 'hok' moeten verlaten en samen gaan overleggen over de koers van dat grote (éne) schip.
Een beeld dat aansluit bij het pleidooi van geoloog Peter Westbroek om eindelijk te (gaan) snappen dat de mens voortkomt uit de aarde, er onlosmakelijk mee verbonden is, er zeker niet boven staat en dat als we onze levensstijl we niet aanpassen de aarde 'best' zonder ons verder kan en zal leven.

Samen, connected maar toch uniek
Landen én mensen zijn aan elkaar vastgeklonken. Individuen kunnen zich alleen onderscheiden door iets wat hen uniek maakt. Een land kan niet langer vertrouwen op het maken van producten of diensten die andere landen goedkoper ook kunnen maken. Je dient je als land én als individu continue te blijven onderscheiden. Maak dingen, creëer iets, verzin zaken die nog niet bestonden. Noem het om een vreemd woord te gebruiken: kunst.
In de connected age zal iedereen doorlopend kunst moeten maken. Individuen en bedrijven, organisaties, instellingen. Je kunt in die 21e eeuw niet lang op je lauweren rusten. Doorlopend zullen er nieuwe 'dingen' bedacht moeten worden. Maar het allerbelangrijkste in die 21e eeuw zal zijn dat je mensen verbindt. Het heet niet voor niets the connected era.

Resilience - veerkracht (doorzettingsvermogen)
Dat vergt van ons allen veel veerkracht. En hoop en vertrouwen dat 'het' in the end goed zal komen. Toevallig - nou ja, toevallig - publiceerde de Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton in februari Ten virtues voor the modern age. Tien waarden die er volgens hem in deze eeuw toe doen. Het is een keuze. Hij had ook andere waarden naar voren kunnen halen, maar koos déze tien:
1, Resilience = Veerkracht (doorgaan! ook als het tegenzit)
2. Empathy = Empathie
3. Patience = Geduld
4. Sacrifice = Opofferen (het vermogen om jezelf te kunnen opofferen, voor een ander, iets)
5. Politeness = Beleefdheid
6. Humour = Humor
7. Self-awareness = Ken jezelf, broeder (weet hoe je zelf in elkaar zit)
8. Forgiveness = Vergeving (het vermogen om te kunnen vergeven)
9. Hope = Hoop
10. Confidence = Vertrouwen (geloof)

Klik hier voor een ander artikel over deze waarden

Who's in control?
In dit artikel staan enkele Engelse citaten. Afkomstig van Seth Godin, de Amerikaanse enterpreneur en 'marketing-goeroe'. Uit zijn boek The Icarus deception : how high will you fly (verschenen op Oudjaar 2012). Een boek waar (voorlopig) (na navraag bij uitgever LeV) geen Nederlandse vertaling van zal verschijnen. Seth Godin heeft een typische schrijfstijl. Erg gecondenseerd. Weinig overbodige woorden. Korte zinnen. Veel witregels. En bijna altijd een kort artikeltje. Logisch, want de boeken van hem komen voort uit de dagelijkse mini-blogs die hij de wereld in slingert. Gratis. Vaak inspirerend. Hij herhaalt zich wel eens - qua onderwerp - maar je merkt aan hem dat zijn denken nooit stilstaat. Als je hem dagelijks volgt loop je als het ware met een highly creatief mens mee. Die lang voordat anderen 'iets' zien er al over geschreven heeft.

In bijna alle teksten van hem gaat het over de vraag hoe je als mens in deze onzekere tijden kunt opstellen. Zijn basis attitude is dat je in onze connected age mee moet bewegen. Dat het geen zin heeft vast te houden aan oude waarheden. En ga vooral uit van je eigen sterke punten, 'dingen' waar je iets mee hebt, waar je zonder (zachte of harde) aandrang graag mee bezig bent. Seth Godin sluit op zijn manier aan bij sir Ken Robinson, die op een andere manier hetzelfde beweert. Creatief zijn heeft te maken met het proces waarin originele ideeën boven komen drijven, díe (dat wel) waarde hebben. Er toe doen. Seth Godin gelooft als optimistisch man dat iedereen op zijn of haar manier creatief kan en zal zijn of worden. Die gedachte is hoopgevend, maar aan de andere kant zitten momenteel toch wel erg veel mensen nog opgesloten in een systeem waarin ze niet creatief (kunnen) zijn. Niemand zit op hun bijdrage te wachten. Of ze gaan er van uit dat hun bijdrage er niet toe doet. En blijven onder de radar. Niet opvallen. Doe maar gewoon, dan ...

Maar we zitten wellicht aan de vooravond van een tijd waarin veel (betaald) werk overbodig zal worden. Overgenomen door robots, slimme apparaten, ict-toepassingen. Een tijd waarin het relevante werk gedaan kan worden door gemiddeld drie uur per dag te werken. Inderdaad, een tijd die meneer Keynes al in 1930 voorspelde. En onlangs door vader en zoon Skidelsky als het ware als een vergeten vergezicht teruggehaald naar de 21e eeuw. In hun boek Hoeveel is genoeg? vragen ze zich af waarom de meesten van ons nog steeds zo veel werken, terwijl dat niet langer meer nodig is. We zouden met veel minder werk ook in al onze behoeften kunnen voorzien, maar we willen steeds meer. Of we het zelf willen of dat we daartoe worden aangemoedigd (reclame? marketing? spin? frame? manipulatie? propaganda? hype?) doet er niet zo veel toe. We rennen allemaal op onze eigen manier achter die verlangens aan. Die we alleen kunnen bevredigen met geld dat we verdienen boven die drie uur per dag. Who's in control?

(vrijdag 24 mei 2013)
Hans van Duijnhoven

maandag 18 februari 2013

'Taal is niet vanzelfsprekend, wél het allergrootste wonder dat bestaat'

Op zondagmiddag 17 februari 2013 verzorgde Wim Daniëls op uitnodiging van de bibliotheek in de Groene Engel in Oss de vijfde lezing in de reeks Echte waarde(n). Verslaggever Mari van Rossem was aanwezig en op maandag de 18e stond onderstaand verslag in de Osse editie van het Brabants Dagblad.

Nog voordat-ie als een volleerde taal-gtv mét de nodige zijsporen door het thema 'Echte waarde(n)' dendert, is taalkenner Wim Daniëls al danig op gang.

Eerst is er zijn verwondering over het ontbrekende koppelteken in de krantenkop Paus op non actief. Om meteen daarna mensen zonder stoel te bemoedigen zonder kwetsend te zijn. Het is namelijk stik druk bij deze editie van de lezingenreeks, georgansieerd door de bibliotheek. De organisatoren hadden dan wel gerekend op wat meer bezoekers dan gebruikelijk, maar niet op de toeloop van deze zondagmiddag. En dus is er een nijpend tekort aan stoelen. Of iemand uit Oss thuis even een stoel wil halen? En of die blonde mevrouw het geen probleem vindt om tot vieren op de trap te zitten: 'Ge hèt toch 'n spijkerbôks oan...!'

Waarna Daniëls met microfoon en powerpoint de bomvolle zaal meteen aan zich bindt. Aimabel causeur is-ie. Wandelend etymoloog ook en uitpluizer. Maar zeker geen kommaneuker, noch taalpurist. Op de zaalvraag of hij enige taalverarming onder de jeugd bespeurt, antwoordt de geboren Brabander ontkennend: "Je moet tegen ander-Nederlands kunnen."

De woordvorser uit Aarle-Rixtel blijkt bijna twee uur lang tegen het thema aan te schurken. Waarbij hij vooral ook de waarde van het dialect als belangrijkste moedertaal-element meeneemt in zijn betoog.
Dat doet-ie vooral in een cabareteske inleiding over zijn jeugdjaren. Met anekdotes over zijn voorhuidvernauwing, de huisarts die voor elke kwaal trekzalf voorschreef, schaamhaar als 'eerste sjek op de stok' en drie dialectwoorden ('Peellands voor brandassurantie, paardenbloem en eaux de cologne') die hem al vroeg op het spoor van de taaluitpluizerij zetten. "Ik ontdekte dat er meer was dan Aarle-Rixtel, dat taal niet zo vanzelfsprekend was, wél het allergrootste wonder dat bestaat."

Een impressie van zijn optreden (duur: 8:12)

maandag 11 februari 2013

Zijn dit dé waarden voor de 21e eeuw?

Op 4 februari publiceerde 2013 de Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton op 'zijn' School of Life website een opmerkelijk artikel: Ten virtues for the modern age.

Dit artikel heeft een relatie met zijn in 2011 verschenen boek Religie voor atheïsten : een heidense gebruikersgids én de discussie die daarna (in Engeland) opbloeide.

Echte waarde(n)
In het kader van de thema's Who's in control? en  Echte waarde(n) is het nodig om dit artikel op deze website naar voren te halen. Alain de Botton vraagt zich af waarom het in deze tijd verdacht is om 'virtuous' (rechtschapen, deugdzaam) door het leven te gaan, en 'hip' om tegenovergestelde waarden na te leven. Hij vindt dat in de samenleving een debat gehouden zou moeten worden over moraal. Wat behoren mensen in de 21e eeuw na te streven, na te leven. Hij doet dit vanuit de gedachte dat 'het geloof', een god of 'de kerk' in dat debat voor de meeste mensen geen rol meer speelt. Die tijd ligt achter ons. We zijn allen atheïst geworden en zullen tóch bepaalde waarden nodig hebben.

Een manifest
Alain de Botton zal ongetwijfeld de Amerikaanse marketingman Seth Godin kennen. Hij noemt hem in dit artikel niet, maar komt wel in de geest van Godin met een manifest. Seth Godin heeft in zijn Tribes : jij moet ons leiden gesteld dat iedereen die een bepaald stammetje aanvoert uiteindelijk een manifest voor die tribe zou moeten opstellen. Alain de Botton voert de grote stam aan van (hoogopgeleide, a-religieuze, Westerse) mensen die nadenken over 'de zin van het leven' en wat het betekent om in de 21e eeuw 'gelukkig te zijn of te worden'. Zijn stam realiseert zich als geen ander dat de wereld op een kantelpunt staat, de tijd van eeuwig doorgaande economische groei, nog meer spullen en diensten op z'n end loopt en dat er een nieuwe samenleving aan het ontstaan is. Een tijd waarin nagedacht moet worden over de richting waarin onze wereld zich zou kunnen (moeten?) ontwikkelen en uiteindelijk wat er in het leven écht toe doet. Voilá: echte waarde(n).

Alain de Botton staat (na vele jaren studeren en publiceren) op het standpunt dat de tijd dat alle waarden even belangrijk zijn voorbij is. Sommige waarden, sommige dingen hebben meer waarde als andere. Hij wil daarover met anderen in debat. Doet dat via zijn boeken. In 'zijn' School of Life in Londen en nu via dit manifest. In dat manifest haalt hij tien waarden naar voren. Hij had ook tien andere kunnen nemen, maar hij laat waarden als zelfontplooiing, zelfredzaamheid of vrijheid weg. Een keuze. Hij staat voor deze tien en nodigt 'de wereld' uit om met hem te bezien of deze er meer toe doen als andere.

1. Resilience - Veerkracht
Ga door! Ook als het tegenzit. Tegenslagen horen bij het leven. Zadel anderen niet onnodig met je eigen wanhoop op.

2. Empathy - Empathie
Als mens ben je pas mens als je met anderen kunt meeleven. Je in hun situatie inleven. En vervolgens daarna naar jezelf kunt kijken.

3. Patience - Geduld
Wordt niet te gauw boos. Als iets niet werkt. 'Dé' politici het verkeerd doen. Er een file is. Anderen gedrag vertonen dat je liever niet ziet. Calm down. Bedenk vaker dat iedereen wel eens een fout maakt. Soms dingen gewoon niet lukken. Denk vaker aan die zin over het werpen van de eerste steen.

4. Sacrifice - Opofferen
Doe het vaker. Denk niet alleen aan je eigen gedoetje. Niet alleen voor je eigen kringetje, maar ook voor anderen op onze planeet. Die planeet redden we niet als we de kunst van het jezelf wegcijferen niet iets vaker bezigen.

5. Politeness - Hoffelijkheid
Heeft ten onrechte een slechte naam. Is onecht gedrag. Terwijl we vaker onszelf zouden moeten zijn. Tóch moeten we vaker ons iets hoffelijker opstellen. Dan 'draait' de samenleving beter. We zullen links of rechtsom toch samen met anderen - met andere manieren, opvattingen - door één deur moeten. Tolerantie valt hier ook onder.

6. Humour - Humor
Wijze mensen zijn in staat de humor in moeilijke situaties te zien. Kunnen relativeren. Woede én humor komen beiden voort uit teleurstellingen, maar Alain de Botton prefereert (natuurlijk!) het laatste. Het is een van de beste dingen die we met onze pijn (zorgen, verdriet) kunnen doen

7. Self-awareness - Ken jezelf, broeder!
Ken jezelf. Of om met Koot & Bie te spreken: zoek jezelf, broeder! Geef niet anderen de schuld voor 'dingen' die met jezelf te maken hebben.

8. Forgiveness - Vergeving
Realiseer dat je alleen met anderen kunt (blijven) samenleven als je in staat bent te vergeven (en vergeten). Uit The forgiveness song (van de Walkabouts): But last night, late last night. Last night, you were forgiveness. Oh last night, late last night. Last night you were the end.

9. Hope - Hoop
Realiseer je doorlopend dat de wereld alleen maar beter kan worden. Verval aan de ene kant niet in diep pessimisme, noch in oppervlakkig optimisme.

10. Confidence - Vertrouwen
Durf 'iets' te doen! Handel! Vertrouwen is iets anders als arrogantie. Gedenk steeds dat het leven kort is en dat we meestal niet al te veel verliezen als we iets zonder succes uitproberen. Lees ook de oproep van Stéphane Hessel: Doe er iets aan!

'Hét' hangt in de lucht
Alain de Botton zal met zijn mede School of Life medewerkers dit jaar ongetwijfeld uiteenlopende activiteiten organiseren om over deze waarden te debatteren. Hij doet dat onder de noemer The virtues project (Het waarden project). Maar hij is daarin niet uniek. Sterker - al in 1988 begon een ander Virtues project.
Ook verscheen al in 2009 het zogenaamde Holstee manifesto. Inmiddels uitgegroeid tot een grafisch icoon. Feitelijk is het een andere manier om mensen voor te houden hoe ze (ook) in het leven zouden kunnen staan. In dit manifest tref je als wereldburger ook een stuk of tien waarden aan. Alleen worden ze hier neergezet in zinnen. Korte en lange. Die op een zeer kunstzinnige wijze zijn ondergebracht in een A4-tje.



Seth Godin, nogmaals
Eind december 2012 (feitelijk op de 31e december) verscheen van de bekende  Amerikaanse marketingman, schrijver, spreker en duider van onze tijd - Seth Godin - een nieuw boek: The Icarus deception : how high will you fly? In dat boek borduurt hij voort op eerder werk: Linchpin, Tribes en het manifest Stop stealing dreams (over het onderwijs in de 21e eeuw). The Icarus Deception is één lang pleidooi hoe je als 'werknemer' en mens in deze eeuw en in de wereld moet staan.
In zijn visie zal iedereen in deze connected age als een kunstenaar door leven en werk moeten gaan. Breng nieuwe dingen tot stand. Verbind mensen met en door je werk, je kunst. 
Aan het eind van zijn boek reikt hij in 26 woorden (A-Z) dé houding, attitudes aan die wij als het ware moeten internaliseren. Met zo'n houding red je het wel in die onzekere, spannende, leuke 21e eeuw.
Enkele woorden: (heb geen) ANGST, (neem) INITIATIEF, DANS (met de gevaren en kansen), toon betrokkenheid (COMMITMENT), het gaat niet om de hoeveelheid inspanning die je verricht maar om de impact die je maakt, FEEDBACK leidt meestal niet tot iets beters, HELDEN nemen risico's, het gaat niet om MEER, maar om beter, NEE voelt veilig maar ja is beter, PIJN hoort erbij, blijf REMIXen, hergebruiken, recyclen, SCHAAMTE hoort samen met kwetsbaarheid (VULNERABILITY) bij het leven. En regen hoort er ook bij; dus weg met die paraplu's.

We zullen doorgaan
Alain de Botton heeft waarschijnlijk bewust resilience (veerkracht) op nummer een in zijn lijst gezet. En hoop en vertrouwen achteraan. Veerkracht en doorzettingsvermogen zullen we in onze onzekere connected eeuw hard nodig hebben. Dé zekerheden van de industriële 20e eeuw (met vaste banen, uitgestippelde levens) lopen af en worden ingewisseld voor onzekerheden. Maar ook: kansen. Iedereen die over veerkracht beschikt zal beter in deze tijd meekunnen. André van Duijn heeft al in 1975 een filmpje gemaakt over doorzettingsvermogen. Door blijven gaan. Ook als het tegenzit. Uiteraard slaat zijn  filmpje nergens op, maar om met Alain de Botton te spreken: we hebben juist nú humor hard nodig. De kwaliteit van het filmpje is niet goed, maar zijn versie van Ramses Shaffy's klassieke song mag er nog steeds zijn.