Posts tonen met het label Ken Robinson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ken Robinson. Alle posts tonen

zondag 11 maart 2012

Een kolfje naar mijn hand

Windroos
Een kolfje naar mijn hand
Deze ouderwetse uitdrukking komt voor in het nummer Windroos op de cd De zee roept van Meindert Talma. In 2011 verschenen op het Excelsior-label. Meindert Talma verwerkt in dit liedje een interview met een oude zeerot. Die vertelt hoe hij in zijn element is gekomen. Dat was niet de bedoeling van die zeerot. Om daarover te vertellen. Maar onbewust geeft hij een perfect voorbeeld van 'het' verhaal van sir Ken Robinson. Die zich op het standpunt stelt dat het in de 21ste eeuw nog belangrijker wordt om mensen in hun leven en werk dat te laten doen waarbij zij zich comfortabel voelen. Waarin ze gewoon goed zijn. Waarbij ze zich op hun plek voelen. Waarin ze af en toe iets ervaren wat een andere wetenschapper (Mihaly Csikszentmihalyi.) flow heeft genoemd. De belangrijkste reden daarvoor is volgens sir Ken dat we als samenleving vooral of juist behoefte hebben aan mensen die creatief zijn. Juist nu. In een tijd waarin we wereldwijd grote problemen dienen op te lossen. Dat kunnen we in zijn visie het best met mensen die 'lekker' bezig zijn. In hun element zijn. Die de (ouderwetse) zin "dat is een kolfje naar mijn hand" uitspreken. Omdat ze weten dat ze dan doen waarin ze goed zijn. In hun werkzame leven en in hun vrije tijd.

In het (prachtige) boekje van De zee roept van Meindert Talma staat de volgende tekst:

Toen mijn vader en moeder merkten dat ik het nergens uithield, werd ik aan tafel geroepen en toen zei mijn vader: 'Nou gaan we eens rustig samen praten.' Hij zegt: 'Je mag wél naar zee maar wij hebben besloten: dan moet je eerst naar de opleiding, want we willen hebben dat er wat van je terechtkomt. Ik zeg: 'Oh, maar dat vind ik helemaal niet erg!' Maar dat was een kolfje naar mijn hand.

In het boekje staan foto's van Tryntsje Nauta. Jongemannen die opgeleid worden op Terschelling. Aan het Maritiem Instituut Willem Barentsz. In hun uniformen. Hoe jong, verlegen, onschuldig! Maar allen stralen trots uit. Dat ze op díe school zitten. Aan de vooravond van een leven op zee. De plek waar ze thuishoren.

De cd is - by the way - een van dé voorbeelden om te laten zien dat digitale muziek (of geschriften) in the end toch slappe aftreksels zijn van the real thing.

Navrant is wel dat de zoon van de zeerot - die in dit nummer aan het woord wordt gelaten - niet in zijn element zit. En Meindert Talma - die wel in zijn element zat en zit - lastigviel door hem via de rechtbank te verbieden de stem van zijn vader te gebruiken in de Windroos. De rechter koos wijselijk geen partij, maar triest is wél dat dit nummer feitelijk niet meer bestaat. Alleen voor degenen die de cd kochten voordat die geldbeluste zoon meende een kunstenaar in zijn integere werk te moeten dwarsbomen.

Who's in control?
Het jaarthema van BasisBibliotheek Maasland is breed. Erg breed. Waaiert alle kanten uit. En regelmatig komen er (nog) boeken voorbij waarin op een tot dan toe over het hoofd gezien aspect wordt ingegaan. Sir Ken Robinson was zo'n 'late' ontdekking. De Britse PhD die verantwoordelijk is voor het meest geviewde TED-filmpje (vandaag 9.171.392 keer). In dat filmpje snijdt hij veel aan. In zijn boek Het element : als passie en talent samenkomen (uit 2009) gaat hij dieper op het onderwerp in. En dan blijkt dat hij feitelijk een 'revolutionair' concept aan 'de wereld' voorhoudt. Een concept waarvan veel bedrijven én privé personen notie zouden moeten nemen. En regeringen.

Revolutionair?
Revolutionair in de zin dat het veel zekerheden omver schopt. De belangrijkste is dat hij ons onderwijssysteem - waarin de nadruk gelegd wordt op vakken, testen en jongelui klaarstomen voor dé arbeidsmarkt - genadeloos onderuit haalt. En impliciet zegt hij hetzelfde over 'het bedrijfsleven'. Beiden zouden de richting moeten verleggen. Om leerlingen en medewerkers dat te laten doen of leren ontdekken waarin ze van nature goed zijn. Laten ontdekken waarin ze goed zijn en zich daarin verder bekwamen; op toeleggen.
Dat is niet alleen goed voor de mensen zelf. Want dan doen ze dingen waar ze gewoon goed in zijn, waar ze iets mee hebben, waarbij ze zich goed voelen. Maar ook vanuit het bedrijf of de regering bekeken zullen mensen die in hun element zijn creatiever zijn. Meer toegewijd. Doen die mensen dingen die ze vanuit zichzelf gewoon graag doen. Heb je geen oneindige reeks HRM-instrumenten nodig om ze bij de les te houden.

Een voorbeeld - de bibliotheeksector
Dé uitdaging voor de komende decennia is om iedereen dat te laten doen waarin hij of zij kan uitblinken. Dat vergt een radicale omslag binnen organisaties. Binnen de Openbare Bibliotheeksector speelt dit probleem uiteraard ook. Alleen is het zeer de vraag of er velen binnen deze sector zijn die snappen dat het daar de komende jaren hier om gaat. Sir Ken Robinson gaat er in zijn boek niet op in, maar het ligt voor de hand dat hij bovenstaande opvatting onderschrijft en ook in zal stemmen met de conclusie dat het niet alleen in de biebsector speelt. Waarschijnlijk is het een universeel punt. Hoe realiseren bedrijven deze omslag.

Creatieve teams
Uiteindelijk zal het er om gaan dat bedrijven er in slagen de medewerkers binnen hun organisaties dat te laten doen waarbij ze zich thuis voelen. Niet als therapie. Of ander zacht, wollig gedoe. Nee, juist uit welbegrepen (economisch) eigenbelang. Naarmate medewerkers meer in hun element zijn zullen ze beter presteren. Toegewijd zijn. Hun schouders er onder willen zetten. Creatiever zijn. Waarde toevoegen aan de missie en visie van de instelling, bedrijf en organisatie. Hetzelfde gaat natuurlijk ook op voor de privé sfeer.

In het hoofdstuk Je stam vinden focust Ken Robinson in op dit soort teams. Hij doorspekt alle hoofdstukken met voorbeelden van échte (succesvolle) mensen. Hier figureert het ontstaan van het beroemdste jazz  album (of all times): Kind of blue van Miles Davis met grootheden als John Coltrane , Julian 'Cannonball' Adderley en Gil Evans.

Drie sleutelkenmerken
Zijn stelling is dat creatieve teams samen meer bereiken dan individuele personen. Ze verenigen drie sleutelkenmerken van intelligentie. Ten eerste zijn creatieve teams divers. Ze bestaan uit heel verschillende soorten mensen met verschillende maar elkaar aanvullende talenten.

Ten tweede zijn creatieve teams dynamisch. Diversiteit van talent is belangrijk, maar het is niet genoeg. Tijdens het creatieve proces vullen (de deelnemers) hun sterke punten niet alleen aan, maar compenseren ze elkaars zwakke punten. De leden weten elkaar uit te dagen als gelijken en vatten kritiek op als stimulans om er een schepje bovenop te doen.

Tot slot merkt sir Ken op dat creatieve teams uniek zijn. Er is een geweldig verschil tussen een geweldig team en een commissie. De meeste commissieleden doen routinewerk en de leden zijn in theorie uitwisselbaar. Commissies zijn vaak onsterfelijk; ze lijken het eeuwig leven te hebben, net als hun vergaderingen. Creatieve teams hebben een uniek karakter en komen bijeen om iets specifieks te doen. Ze bestaan even lang of kort als men wil of als nodig is om de klus te klaren.

Hij noemt in dit verband de kernregering van en rondom president Abraham Lincoln. Die nadat hij verkozen was al zijn mededingers naar zijn positie in zijn regering opnam. Binnenskamers ging het er hard aan toe. Men bevocht elkaar van harte, maar uiteindelijk werd zo al pratend het beste compromis tot stand gebracht:

Met een gelijkmoedigheid die je je in de huidige Amerikaanse politiek nauwelijks voor kunt stellen, bracht hij dit team samen. Er werd onophoudelijk en vaak fel gediscussieerd. Wat ze in hun samenwerking echter ontdekten, was dat ze hun afwijkende opvattingen om konden smeden tot een robuust nationaal beleid, waardoor ze het land met de inspanning van hun gecombineerde wijsheid door zijn hachelijkste periode loodsten (pagina 128).

Troost voor sir Ken. In Nederland is het niet veel beter. Waar in het Parlement feitelijk nooit gedebatteerd wordt om te komen tot een (nieuw, ander, beter) gezamenlijk standpunt. Eigen standpunten uitspreken en ze bijstellen omdat een ander iets zinnigs opmerkt komt bijna niet voor. Op tv is het niet veel beter.

Organisaties zijn uniek
En dat zijn ze doordat in elk bedrijf of organisatie door omstandigheden andere mensen rondlopen. Met andere kenmerken, kwalificaties, hebbelijkheden, nukken enzovoorts. De revolutie zal inhouden dat directies zich gaan realiseren dat dit een fact of life is. Je zit als management 'opgescheept' met de medewerkers die je hebt. Tot nu toe was vaak de houding om die mensen te plooien in modellen, profielen of hoe je ook wilt noemen waarmee je als bedrijf 'de oorlog' denkt te winnen. De omslag die Ken Robinson bepleit is dat je (veel) meer uitgaat van de populatie die je aan boord hebt. Met je (bedrijfs)bootje zul je het met je crew moeten doen. En die bemanning kun je niet standaardiseren. Ook al zou je dat willen. Mensen via cursussen, POP of PAP-gedoe brengen naar dat punt waar het bedrijf het meeste profijt van heeft. Ken Robinson zegt impliciet dat dat circus in the end niet zal werken. Ga liever uit van de natuurlijke waarde(n) die jouw unieke medewerkers meebrengen. En laat hen excelleren in datgene waar ze van nature goed in zijn. Plooi het werk zodanig om je unieke medewerkers heen waardoor ze zoveel mogelijk in hun element zijn of blijven.

Changing world
Dat levert natuurlijk problemen op. In traditionele bedrijven. Maar vooral in organisaties die zich in een sterk veranderende wereld bewegen. Zoals een Openbare Bibliotheek in de mediawereld. Binnen die sector werken veel mensen die momenteel (en vooral straks) iets moeten doen waarvoor ze (lang geleden) niet zijn binnengehaald. In voorkomende gevallen zullen medewerkers die niet mee kunnen of willen naar de uitgang begeleid moeten worden. Niet als hardvochtige maatregel. Nee, eerder in de geest van sir Ken. Om hen (opnieuw) te laten ervaren dat ze binnen die veranderende bibliotheek niet langer in hun element zijn. Mogen zijn. Kunnen zijn.

Nog een misverstand
Binnen de Openbare Bibliotheeksector wordt een discussie gevoerd over de toekomst. Welke richting moet dit eerbiedwaardige en (nog steeds) gerespecteerde instituut inslaan? Waar veel zekerheden omvallen en nog lang niet duidelijk is wat de toekomstige rol van de bieb kan of zal zijn. Of er een toekomst is?

Op landelijk niveau wordt ingezet op landelijke ontwikkelingen. Natuurlijk. Zo werkt dat. Creëer een landelijk bureau of organisatie (commissie!) en dan krijg je landelijke diensten, beleidsstukken, visies. Deze landelijke trend wordt aangestuurd en aangevuurd door de landelijke politiek. De bibliotheeksector wijkt wat dat betreft niet af van andere sectoren. Denk aan dé politie, het onderwijs, dé zorg. Ga op landelijk niveau regie voeren en probeer via oekazes en een breed spectrum aan maatregelen alle organisaties die het échte werk in de praktijk op lokaal niveau moeten uitvoeren te stroomlijnen. Voor te schrijven wat ze wel en niet moeten doen. Bang dat de ene school anders zou (gaan) werken als anderen.

De dood in de pot
Dit denken - centraliseren, voorschrijven, controleren tot in het belachelijke - staat volstrekt haaks op de trend en visie die sir Ken Robinson (én veel anderen) bepleit. Ga uit van de bedrijven, instellingen en organisaties zoals ze zijn. Een toevallig ontstaan samenraapsel van mensen. Met uiteenlopende kwaliteit. Benoem als overkoepelend orgaan enkele, globale randvoorwaarden, geef ze een zak geld, laat ze hun gang gaan (het zijn tóch professionals) en controleer achteraf alleen op hoofdlijnen. En laat los dat in heel Nederland dé bieb, of hét politieteam, of dé school hetzelfde is. Kan zijn. Zal zijn.

Nee, snap dat een land dat de komende decennia voor grote problemen staat (die opgelost moeten worden) behoefte heeft aan creatieve mensen. En die functioneren het beste als je in zijn hun element laat, snapt dat elk creatief team anders is en dat standaardisering niet kan. Sterker, dat dat haaks staat op een creatieve kenniseconomie.

Een voorbeeld uit de praktijk
Op de webiste van BasisBibliotheek Maasland heeft tot half maart een app gestaan. Een widget. Een toepassing die gemaakt werd door een provinciale bibliotheek service-instelling. Met de beste bedoeling. De achterliggende gedachte is dat op een 'hoger' niveau kennis zit om iets te doen die lokaal ontbreekt. Of waar geen tijd is om te doen wat op een hoger niveau wél kan. De app heet Tip van de dag! Elke dag wordt een tip gegeven om bezoekers van de bibliotheeksector te wijzen op iets interessants.

De gedachte erachter - om dit op een hoger niveau te maken of te doen - lijkt logisch. Het bespaart tijd. Kan efficiënter gedaan worden. Heeft meer kwaliteit, want op een hoger niveau werken betere mensen. Professionals, tóch?

Maar in de praktijk werkt het niet. Ten eerste omdat het té ver afstaat van de praktijk. Een provinciale of landelijke app leidt tot voor de hand liggende, niet sprankelende tips, obligate suggesties.
Maar de belangrijkste kritiek is dat zo'n app de lokaal aanwezige kennis als het ware ontkent. In elke bibliotheek lopen mensen rond die in staat zijn dagelijks een relevante tip te geven. Een tip die beter aansluit bij wat in de buurt speelt of leeft. Maar vooral is het een manier om medewerkers van die bibliotheek uit te dagen iets met hun element te doen. Laat anderen delen in wat die medewerkers fascineert, bezig houdt. In elk team zitten (als het goed is) uiteenlopende 'visies'.

Een tip - zoals het ook kan
Ken Robinson kan niet alleen goed vertellen (TED!). Maar ook schrijven (pagina 155)

Velen van ons leven ingekapseld als Russische popen in meerder lagen van culturele identiteit. Zo las ik laatst geamuseerd dat Brits zijn tegenwoordig betekent 'naar huis rijden in een Duitse auto, even stoppen om Belgisch bier en Turkse kebab te kopen of een Indiase afhaalmaaltijd, om de avond daarna door te brengen op Zweeds meubilair en naar Amerikaanse programma's te kijken op een Japanse tv'.  En wat is het meest Brits van alles? 'Alles wantrouwen dat uit het buitenland komt.'

OF


Als je vijftig bent, regelmatig lichaam en geest traint, goed eet en plezier in je leven hebt, ben je waarschijnlijk jonger - in concrete, fysieke zin - dan je buurman die 44 is, een uitzichtloze baan heeft, twee keer per dag kippenvleugels eet, denken te inspannend vindt en het optillen van ene bierglas als dagelijkse beweging ziet (pagina 194).

OF (speciaal voor onze politici)

Op basis van decennialang veldwerk ben ik er rotsvast van overtuigd dat de beste manier om het onderwijs te verbeteren niet bestaat op een focus op het vakkenpakket of de beoordeling, hoe belangrijk die ook zijn. De krachtigste manier om het onderwijs te verbeteren, is investeren in de verbetering van het lesgeven en de status van fantastische docenten. Fantastische scholen zonder fantastische docenten bestaan niet. Maar er bestaan wel genoeg slechte scholen met stapels voorgeschreven vakken en bakken vol standaardtests.

Michel de Montaigne
Een essay
In de Nederlandse wikipedia wordt essay als volgt omschreven

Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel voor krant of tijdschrift, waarin de schrijver op een wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen. In het Engels verwijst de term meer in het algemeen naar een opstel of betoog. De Nederlandse betekenis komt echter van het Franse 'essai', wat zoiets betekent als probeersel. Tegenwoordig wordt het woord ook in Nederland nogal eens in de Engelse betekenis gebruikt, maar het gaat hier dus in principe om twee verschillende categorieën. De schepper van dit literaire genre was Michel de Montaigne die in 1580 zijn 'Essais' publiceerde.

Ken Robnsons boek voldoet aan beide criteria. Hij lult - om het populair te zeggen - niet uit zijn nek. En hij probeert wat. In de hoop dat mensen over zijn gedachten gaan nadenken.

Heel bewust schrijft hij niet voor hoe organisaties of mensen in hun element kunnen komen. Tot achter de komma voorschrijven hoe dat moet. Of zou kunnen. Dat leidt uiteindelijk tot niets. Elk bedrijf, elk persoon is uniek. En zal zelf moeten ontdekken wat hij hun past. Elke instelling, elke persoon, elke bieb zal het zelf moeten doen. Zelf het proces doorlopen om te ontdekken hoe hun medewerkers in hun element kunnen komen. Om er lokaal iets van te maken. Binnen een provinciaal of landelijk netwerk. Uiteraard. maar met eigen accenten en tips. Niet opgaan in een landelijke retailformule. Zonder kraak noch smaak.

In 2012 zal een nieuw boek van Ken Robinson uitkomen. Een soort opvolger van Het element. Toch zal dat boek (Vind je element) - hem kennende - geen how-to- ??? worden of zijn. Dat zou haaks staan op zijn eigen goedachtengoed. Het werkt niet als je tips van anderen overneemt. Je moet het uiteindelijk zelf ervaren, zelf doen.


Zomaar een man die in zijn element zit
In het Volkskrant magazine van zaterdag 10 maart 2012 geeft journalist Jeroen Smit (van De prooi) in de rubriek 17 vragen aan ... als volgt antwoord op de vraag:

Wat is de beste beslissing die je ooit hebt genomen?
Ik heb in de jaren tachtig bedrijfskunde gestudeerd in Groningen en ben daarna een tijdje werkzaam geweest als bedrijfsconsultant. Ik verdiende goed geld, reed in een mooie leaseauto, maar was doodongelukkig. In 1989 besloot ik mijn droom te volgen, te gaan schrijven en journalist te worden. Nog steeds mijn beste beslissing ooit.

Ben je goed in je vak?
Dat moet je nooit over jezelf zeggen. Maar ik geloof wel dat ik nu doe wat ik moet doen. Dat dit het juiste vak is voor mij.

Petra Stienen, een ander voorbeeld
In dezelfde Volkskrant staat op de achterzijde waarin ingegaan wordt op de toneelproductie van De prooi (!) een interview met Midden Oosten-deskundige Petra Stienen (Dromen van een Arabische lente). Afkomstig uit een arbeidersmilieu in Limburg. Op de vraag hoe ze zich aan haar milieu kon 'ontworstelen' zegt ze:

Maar ik denk wel dat iedereen een talent heeft waarmee ze hun eigen leven kunnen vormgeven. Het vergt misschien wat meer moeite om erachter te komen, maar als je mensen echt ondervraagt over hun diepste wensen, komt dat boven.

En over de steun van familieleden, de omgeving

Het kunnen leerkrachten, familieleden, buren, vrienden of hun ouders zijn, dat soort sociaal kapitaal. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. () Het gaat om de kleine gebaren. In Nederland zijn we geneigd dit soort zaken te institutionaliseren. Dat we ingewikkelde instanties oprichten om mensen hierbij te helpen. Dat is helemaal niet nodig.

Ken Robinson noemt dit soort 'sociaal kapitaal' mentoren.

zondag 12 februari 2012

Samenwerking in de 21e eeuw


Ken Robinson, nogmaals
Sir Ken Robinson is verantwoordelijk voor een "filmpje"dat op de TED-site het vaakst is bekeken. Op zaterdag 11 februari 2012 stond de teller voor School kills creativity op 8.718.137, bijna negen miljoen views. Ga je op zoek naar meer informatie over deze typische Brit dan kom je er achter dat hij erg productief is. Op zijn website wordt je doorverwezen naar talloze artikelen, praatjes (voor de radio) en andere 'filmpjes'.

Uit alles blijkt dat hij een consistent verhaal heeft, gevoel voor humor, de kunst verstaat om zijn  theoretisch verhaal te doorspekken met anekdotes uit real life én vooral wordt duidelijk waarom hij voor velen uitgegroeid is tot een role model.

Role model
Dat is hij. Zonder enige twijfel. Indien mensen van dit kaliber in control zouden zijn dan zouden er ongetwijfeld andere beslissingen genomen worden om de grote problemen van onze tijd aan te (gaan) pakken. Helaas staan mensen als Ken Robinson of een Daniel Kahneman aan de zijlijn. Waarschijnlijk ambiëren ze (ook) geen plek in regeringen. Er wordt echter door hen die wel in control zijn onvoldoende naar hun advies geluisterd. Het onderwijsbeleid is bijvoorbeeld onder minister Van Bijsterveldt (of haar voorgangers) in ieder geval niet bijgestuurd in een richting die sir Ken bepleit. Integendeel.

De 21e eeuw
Sir Ken Robinson weet dat in de 21e eeuw grote veranderingen nodig zijn. Dat ze zullen komen. Op uiteenlopende terreinen. Om verschillende redenen. Maar niemand kan voorspellen hoe het zal uitpakken. Wel vindt hij dat het ons dwingt om creatief te zijn. Of te worden. Door veel mensen. In ieder geval veel meer als vandaag de dag. En niet alleen in sectoren waar hoogopgeleiden actief zijn. Ken Robinson weet dat ieder mens creatief kan zijn. Mensen die buiten de bestaande kaders kunnen, mogen, willen of moeten denken.


Ons schoolsysteem en 'in je element' zijn

Robinson beargumenteert (in andere filmpjes en zijn boeken) dat ons huidige schoolsysteem er voor zorgt dat de creativiteit van té veel mensen als het ware niet wordt aangesproken. En die luxe kunnen we ons als mensheid niet veroorloven. Hij bepleit dat het onderwijs er aan bij zou moeten dragen dat meer mensen in hun latere leven (en beroepsleven) terechtkomen 'in hun element'.  Dat ze doen waar ze goed in zijn, passie voor hebben en waarin ze kunnen opgaan. 'Het element' van sir Ken lijkt op een bepaalde manier op de 'flow' van de Amerikaanse/Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

Het is een proces!
Hij gaat er van uit dat creatief zijn een proces is. Een proces waarin creatieve ideeën ontstaan. Ideeën die waarde hebben. Dat wel. Niet elk idee is goed. Een creatief idee moet ook waarde hebben of waardevol zijn. I define creativity as the process of having original ideas, that have value. Zijn stelling is dat creatief zijn een proces is, dat gepland en gestuurd kan worden. Een beeld dat haaks staat op de alomtegenwoordige gedachte dat nieuwe gedachte toevallig opkomen, langskomen. Robinson vindt dat de omstandigheden zodanig kunnen worden aangepast dat een klimaat ontstaat waarin vernieuwing en creativiteit opbloeit.

Samenwerking
Op 16 juni 2011 plaatste hij op zijn website het filmpje Collaboration in the 21st century. Fragmenten uit een speech die hij in oktober 2009 hield voor een soort TED-conferentie in Toronto. In bijna 6 minuten snijdt hij veel aan. Dit keer weinig grapjes. Erg gecondenseerd. Een verhaal dat mensen aan zou moeten spreken die werkzaam zijn in bedrijven en organisaties die doorlopend aan het veranderen zijn. Of men het nu leuk vindt of niet.




Een boodschap voor - bijvoorbeeld - een Openbare Bibliotheek, in de 21e eeuw
In het begin van dit 'praatje' poneert hij dat een van de key principles van de 21e eeuw samenwerking is.

And I work a lot in the cultural sector, I’ve worked a lot with cultural organisations of all sorts. And I think that one of the things we really have to press in the future for all of these sectors is in a greater degree of dialogue and conversation between them, not just inclosed conversations within them.
That collaboration isn’t just an idea for a conference. It’s a key operating principle for the next phase of development in the 21st century.

Organisaties in de culturele sector moeten (gaan) samenwerken met andere instellingen, organisaties en bedrijven. Het volstaat niet langer alleen bezig te zijn of te blijven binnen je eigen (beschermde) bibliotheekomgeving. Vul voor bibliotheek school, museum, krant, radio-omroep of bijvoorbeeld Volksuniversiteit in. Geen van die instellingen zal overleven zonder meer naar buiten te treden, gesprekken aan te gaan, allianties te sluiten enzovoorts.

Maar dat is niet genoeg
Er moet niet alleen samengewerkt worden; buiten de eigen toko gekeken te worden. Bibibliotheken moeten zich vernieuwen, innoveren, creatiever worden. Daarvoor dient het verbeeldingsniveau van medewerkers vergroot te worden. In goed Nederlands: geultiveerd. Dat zal niet meevallen, want het vermogen om iets 'anders' (of nieuw) te kunnen voorstellen is vaak zoals Ken Robinson zegt verwelkt (withered). Gelukkig stelt hij zich op het standpunt dat zo'n verwelkt vermogen weer opgeschud kan worden. Je moet er wel iets aan doen - hij zegt niet hoe - maar het kan wél.

If you’re interested in innovation you have to cultivate your imagination. And one of the reasons that so many people lose confidence in their own powers of imagination is that their imaginations have been left to wither. But they can be revived. I believe that too.

Wat is creativiteit?
Ken Robinson vindt vooral dat mensen die geacht worden bezig te zijn met innoveren of innoveren IETS moeten gaan doen. Je kunt oneindig lang (blijven) nadenken over iets anders, iets nieuws, iets creatief. Maar dat heeft geen enkele zin als je niet op een bepaald moment iets gaat doen. Met dat (briljante) idee.

Creativity is a step on from imagination because you can be imaginative all day long and never do anything. You would never notice why somebody’s creative who never did anything, would you?


Creatief zijn betekent je verbeeldingsvermogen aan het werk zetten. Creativiteit is het proces waarin originele ideeën ontstaan, die waardevol zijn (of waarde hebben).

To be creative you have to do something. Being creative is a process of putting your imagination to work. You can think of it as applied imagination. So let me define that for you. I define creativity as the process of having original ideas, that have value.


That have value
Deze definitie spreekt Ken Robinson doorlopend uit. In dit filmpje. In zijn twee TED-filmpjes en overal waar hij aan het woord komt of wordt gelaten. Hij heeft lang over deze zin nagedacht en wil 'hem' er als het ware bij zijn publiek inrammen. Creativity is the process of having original ideas, that have value.
Amen!

Hij formuleert vervolgens drie aspecten van creativiteit
Ten eerste dat het het een proces is, géén (unieke, op zichzelf staande) gebeurtenis. Meestel heeft iemand een idee en vervolgens verandert dat in de loop van de tijd. Door gesprekken met anderen, er over na te denken. Het komt zelden voor dat een idee kant en klaar opkomt en niet meer veranderd (hoeft te worden).

Creativiteit heeft ook te maken met nieuwe dingen, originele als het kan. Originaliteit. Uiteraard zijn niet alle ideeën worldshocking. Maar het moet wel minimaal origineel zijn voor jezelf, of je omgeving. Het zal zelden je land of de hele wereld 'beroeren'.

Tot slot moet het idee waarde hebben. Waardevol zijn. Een idee kan zeer origineel zijn, maar waardeloos zijn. In elk (goed) creatief proces is kritisch denkvermogen absoluut nodig. Je moet jezelf kunnen of durven tegenspreken als het idee niet voldoende waarde heeft of waardevol is. In dat proces ben je continue aan het testen of het idee waarde heeft. Zinvol is om te gaan uitvoeren.

Misplaatst denkkader
Aan het eind van zijn toespraakje benadrukt hij dat ideeën gezien moeten worden in het juiste 'licht'. De grote problemen van de 21e eeuw dwingen ons om oude denkframes overboord te zetten. En met dat andere denkkader dien je naar je originele ideeën te kijken.

MBA Oath 2011
De gedachte dat originele ideeen waardevol moeten zijn sluit wonderwel aan bij de zogenaamde MBA Oath. Die in het eind van het eerste decennium van de 21e eeuw in de Verenigde Staten opkwam bij aankomende MBA-studenten. De toekomstige directeuren van bedrijven, instellingen en organisaties. Sommige studenten ergerden zich aan hun voorgangers in die instellingen. Directeuren die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de talloze crisis (meervoud) die onze huidige tijd teisteren. Die jongelui namen zich voor aan het eind van hun opleiding een eed af te leggen. Waarin ze plechtig beloven zich in de rest van hun professionele leven daaraan te houden en zich daarnaar te (gaan) gedragen.
 
Create real value

Vrome woorden, maar de intentie is prima. Kern van hun eed is dat ze snappen dat het in het leven niet alleen draait om positieve rendementscijfers. Ten koste van alles. Denk aan natuur, nageslacht, werknemers, het publiek of gewone menselijke waarden. In 2011 werd een 'filmpje' op internet gezet waarin deze Oath wordt verbeeld. In drie minuten komen veel 'mensen' voorbij die ergens voor staan en worden de belangrijkste zinnen van de eed naar voren gehaald. De uitsmijter van het filmpje sluit perfect aan bij het statement van sir Ken Robinson: create real value. Daar staan de toekomstige MBA-ers voor: laat échte waarde ontstaan. Faciliteer dat. Ben voorwaardenscheppend bezig. Help dat medewerkers binnen je bedrijf of instelling originele ideeën bedenken die waarde hebben, waardevol zijn. Bijdragen aan waarden die er in de menselijke samenleving toe doen.

Een Openbare Bibliotheek

Is als andere instellingen binnen het publieke domein op zoek naar haar rol in die sterk veranderende samenleving. Een leidraad daarbij zouden de gedachten van Ken Robinson over het belang van samenwerking én verbeelding/creativiteit kunnen zijn. Daarnaast is het ook niet verkeerd om de eed van de aankomende MBa-ers in de gaten te houden. Een bibliotheek draagt op haar manier bij aan het realiseren van 'dingen' die waardevol zijn en/of waarde hebben. Een plek die inspireert en waar mensen inspiratie ophalen. Een instelling die allianties aangaat met uiteenlopende instellingen, bedrijven en organisaties binnen haar werkgebied.


Een preek
In het najaar van 2011 brachten een twintigtal bibliothecarissen een bezoek aan London. Een studiereis om kennis te maken met instellingen die ook op zoek zijn naar een andere rol binnen onze complexe samenleving. Een van de hoogtepunten was een bezoek aan de zogenaamde School of life. Een organisatie die als het ware haar (hoogopgeleide, welvarende en drukke) achterban vragen voorhoudt over de waarde van 'dingen' waar die groep mee bezig is of tegenaan loopt. Op een donderdagochtend maakten we een filosofisch ontbijt mee. De directrice gaf daarna aan dat ze op verschillende plekken in de stad actief zijn. En dat ze een breed spectrum aan soorten activiteiten 'neerzetten'. Een daarvan was de Sermon of the month, de maandelijkse preek. Een seculiere preek in een kerk.

Ken Robinson sprak zijn preek in maart 2011 uit over passie (ruim 50 minuten).


Meer lezen
Het element van Ken Robinson
Flow : psychologie van de optimale ervaring van Mihaly Csikszentmihalyi

Meer kijken
Website van sir Ken Robinson
Het filmpje Changing education paradigms (11:41 2011) (op zondag 12 februari 2012 al 6.946.030 keer bekeken)


Transciptie van Collaboration in the 21st century
People think that creativity is this ineffable process. You know that, for some people and not others. And that you can’t plan for it. You can only hope that it will take place. And my conviction has always been that creativity is an operational idea. You can plan for it and make it happen systematically. (ineffable = ongrijpbare)

And if you’re interested in urban renewal, or the refreshment of our institutions or the reinvigoration of our own lives we can’t operate on the bland hope that we will have some accidentally good ideas occasionally .

We need to make innovation a habit. We need to make it systematic. And I know I often spoke to politicians  The trouble is you can’t define creativity. And I said no the trouble is you can’t. That’s the problem. Because you haven’t thought about it, you know. And we have. So here’s a definition, to which I’ll come in just a minute.

How do you make creativity systematic in education like numeracy and literacy. And I’ve gone on to work a lot with corporate organizations of very sorts. For a reason I’ll come to.

And they have a deep interest in innovation and I think that the problems they have in part originate in education and the principles for addressing them are exactly the same. The strategy is a little bit different but the principles are the same.

And I work a lot in the cultural sector, I’ve worked a lot with cultural organizations of all sorts. And I think that one of the things we really have to press is the future for all of these sectors is in a greater degree of dialogue and conversation between them, not just in closed conversations within them.
That collaboration isn’t just an idea for a conference. It’s a key operating principle for the next phase of development in the 21st century.

If you’re interested in innovation you have to cultivate your imagination. And one of the reasons that so many people lose confidence in their own powers of imagination is that their imaginations have been left to wither. But they can be revived. I believe that too.

Creativity is a step on from imagination because you can be imaginative all day long and never do anything. You would never notice why somebody is creative who never did anything, would you?
No that tremendously creative! But what have you done? Well? Nothing! Actually.

To be creative you have to do something. Being creative is a process of putting your imagination to work. You can think of it as applied imagination. So let me define that for you. I define creativity as the process of having original ideas, that have value.
And the three key terms are firstly that it is a process. It is not an event. I don’t mean that it can never be an event. Sometimes, unusually ideas will come fully formed into your mind and you don’t do much more about it.

Milton claimed he wrote Paradise lost on that basis. He woke up every morning and dictated whole slabs of Paradise lost to his daughters who wrote them down because he was blind. He said he never revised it. I don’t know. But that would be unusual. Mozart  was thought to have done that too. But is unusual.

Most people start with an idea and have to work on it and the idea evolves in the process of it being formulated and often the idea you end up with is not the idea you started with. And there is a good reason for that to which I will come to.

So it’s a process and it’s a process that we can understand and teach. I don’t mean you can predict the outcome. Elliot Eisner once said this of art “art is a surprise not a prediction”. But the process is one way to understand. It’s like you can teach people to be literate. But you can’t  predict what they will write or read as a consequence. But you can give them control of the process.

It’s also about originality, it’s about thinking new things. Now they don’t have to be new to the whole of history, but they need to be at least new to you, preferably new to the people you are working with and maybe new in this context and maybe new to the whole of history. But originality is the heart of it.

But the third idea is value. Because having any old idea is not enough to be creative. Some creative ideas are highly original but useless. The real process of creativity is like a strand of DNA where critical judgment wraps itself around the process of high prophesizing.      

You’re constantly testing out whether this is a good idea or not. Now the reason I say that is because understanding of what values to apply, in what context and whether they are relevant is a key part of being creative. Not rush into judgment is a key part of being creative.

And very often people misjudge the value of a new idea because they apply the wrong values to it. They apply their present values to it rather than seeing how they might evolve.

Nobody would have given much for the internet twenty years ago as a idea. Now people say: What do you do with it. I remember the first years of the internet. People said it’s great, but you’ll never make money from the internet. You know, well I had a meeting recently with Pierre Omidyar who founded eBay. That was a good idea!

zaterdag 4 februari 2012

The gift of human imagination


Most viewed
De startpagina van TED bevat meerdere kopjes. Klik je op most viewed dan tref je daar de tien meest bekeken filmpjes aan. Nummer 1 is een verhaal van Ken Robinson over menselijke creativiteit.

Hoe toepasselijk. En hoe goed verwoordt hij het belang van creativiteit voor kinderen, de wereld en onze toekomst. In zijn lecture geeft hij ook aan waarom juist TED zo belangrijk is. Waar TED voor staat en waarom velen zich in die wereld zouden moeten onderdompelen. Ook demonstreert dit filmpje wat een goede spreker vermag. Het is geen straf om naar zo iemand te luisteren. Hij kent alle retorische trucs. De ene keer serieus, dan weer humoristisch. Heeft geen hulpmiddelen nodig (zoals een powerpoint of een ander filmpje of plaatje). Gooit doorlopend voorbeelden uit het echte en zijn eigen leven door zijn verhaal heen. Slaagt erin om allen in de zaal in te palmen. Zie hoe de zaal als één man aan het eind van zijn laatste woorden opspringt en in ovationeel applaus uitbarst.

Kortom, een perfect begin van een zoektocht in die TED-wereld. Maar waar heeft hij het over?

Education kills creativity
Zijn stelling is dat ons onderwijssysteem creativiteit doodt. En dat vindt hij niet goed. Niet voor die kinderen, en de wereld. Die meer dan ooit behoefte heeft aan creatieve mensen die de grote problemen moeten oplossen van onze wereld die binnenkort 9 miljard bewoners zal tellen.

Drie kenmerken van TED-sprekers/filmpjes
Hij begint zijn verhaal in februari 2006 met drie zaken die hem tijdens zijn bezoek aan de TED-conferentie zijn opgevallen. Drie zaken die een relatie hebben met zijn hoofdbezigheid, het onderwijs. Ten eerste constateert hij dat TED-spreekbeurten en filmpjes aantonen dat de menselijke creativiteit enorm breed en verscheiden is. Ten tweede stelt hij dat we als mens geen idee hebben wat er gaat gebeuren. We leiden mensen op voor van alles en nog wat maar weten amper hoe de wereld er over vijf jaar uit zal zien, laat staan in 2065. Tot slot weet hij dat kinderen bijzondere capaciteiten hebben voor innovatie. Maar dat vermogen om creatief te denken, open te staan voor nieuwe dingen wordt bij de meeste kinderen in de loop van hun schoolloopbaan eruit onderwezen.

So I want to talk about education and I want to talk about creativity. My contention is that creativity now is as important in education as literacy, and we should treat it with the same status. (contention = stelling)

Dan komt de prachtige anekdote over dat meisje van zes. Dat in haar klas zelden bij de les is. Alleen als ze mag tekenen leeft ze op. Op de vraag van de onderwijzeres wat ze tekent, antwoordt ze I'm drawing a picture of God. Waarop de leerkracht uitroept dat toch niemand weet hoe God eruit ziet. Maar haar antwoord (They will in a minute) is volgens Ken Robinson een duidelijk voorbeeld van het feit dat jonge kinderen niet bang zijn om 'fouten' te maken.

Fouten maken is niet hetzelfde als creatief zijn, maar iedereen die creatief wil (of moet zijn) moet weten ....

what we do know is, if you're not prepared to be wrong, you'll never come up with anything original -- if you're not prepared to be wrong. And by the time they get to be adults, most kids have lost that capacity. They have become frightened of being wrong. And we run our companies like this, by the way. We stigmatize mistakes. And we're now running national education systems where mistakes are the worst thing you can make. And the result is that we are educating people out of their creative capacities. Picasso once said this -- he said that all children are born artists. The problem is to remain an artist as we grow up. I believe this passionately, that we don't grow into creativity, we grow out of it. Or rather, we get educated out if it. So why is this?

Waarom gebeurt dit?
Als onderwijskundige ziet hij in alle landen die hij kan overzien dat in het onderwijssysteem taal en rekenen bovenaan de ladder staan. Daaronder komen geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en andere zaakvakken (de humanities) en onderaan staan the arts. En daarbinnen  zijn kunst en muziek belangrijker als dans en drama.
Terwijl iedereen toch (nog steeds) een lijf heeft. Het draait niet alleen om het hoofd, toch?

Waarom zijn taal en rekenen belangrijker als andere 'vakken'
Dat heeft te maken met de manier waarop in de 19e eeuw overal in de geïndustrialiseerde wereld het schoolsysteem is aangepast. De samenleving die toen ontstond had behoefte aan mensen die grof gezegd goed konden lezen en schrijven. En als kind werd je als het ware weggedreven van capaciteiten die daar haaks op stonden. Hij vindt dit profoundly mistaken.
Hij stelt dat we midden in een revolutionaire tijd zitten (The whole world is engulfed in a revolution). En in die revolutionaire tijd hebben we meer dan ooit behoefte aan mensen die intelligent zijn. Maar intelligentie is iets anders als goed zijn in taal en rekenen. Hij zegt drie dingen over intelligentie.

Drie kenmerken van intelligentie
One, it's diverse. We think about the world in all the ways that we experience it. We think visually, we think in sound, we think kinesthetically. We think in abstract terms, we think in movement. Secondly, intelligence is dynamic. If you look at the interactions of a human brain, as we heard yesterday from a number of presentations, intelligence is wonderfully interactive. The brain isn't divided into compartments. In fact, creativity -- which I define as the process of having original ideas that have value -- more often than not comes about through the interaction of different disciplinary ways of seeing things.

And the third thing about intelligence is, it's distinct (= uiteenlopend, verscheiden).

Dat illustreert hij met een verhaal over ene Gillian Lynne.

 It's really prompted by a conversation I had with a wonderful woman who maybe most people have never heard of; she's called Gillian Lynne -- have you heard of her? Some have. She's a choreographer and everybody knows her work. She did "Cats" and "Phantom of the Opera."She's wonderful. I used to be on the board of the Royal Ballet in England, as you can see. Anyway, Gillian and I had lunch one day and I said, "Gillian, how'd you get to be a dancer?" And she said it was interesting; when she was at school, she was really hopeless. And the school, in the '30s, wrote to her parents and said, "We think Gillian has a learning disorder." She couldn't concentrate; she was fidgeting. I think now they'd say she had ADHD. Wouldn't you? But this was the 1930s, and ADHD hadn't been invented at this point. It wasn't an available condition. (Laughter) People weren't aware they could have that.

Anyway, she went to see this specialist. So, this oak-paneled room, and she was there with her mother, and she was led and sat on this chair at the end, and she sat on her hands for 20 minutes while this man talked to her mother about all the problems Gillian was having at school. And at the end of it -- because she was disturbing people; her homework was always late; and so on, little kid of eight -- in the end, the doctor went and sat next to Gillian and said, "Gillian, I've listened to all these things that your mother's told me, and I need to speak to her privately." He said, "Wait here. We'll be back; we won't be very long," and they went and left her. But as they went out the room, he turned on the radio that was sitting on his desk. And when they got out the room, he said to her mother, "Just stand and watch her." And the minute they left the room, she said, she was on her feet, moving to the music. And they watched for a few minutes and he turned to her mother and said, "Mrs. Lynne, Gillian isn't sick; she's a dancer. Take her to a dance school."

I said, "What happened?" She said, "She did. I can't tell you how wonderful it was. We walked in this room and it was full of people like me. People who couldn't sit still. People who had to move to think." Who had to move to think. They did ballet; they did tap; they did jazz; they did modern; they did contemporary. She was eventually auditioned for the Royal Ballet School; she became a soloist; she had a wonderful career at the Royal Ballet. She eventually graduated from the Royal Ballet School and founded her own company -- the Gillian Lynne Dance Company -- met Andrew Lloyd Weber. She's been responsible for some of the most successful musical theater productions in history; she's given pleasure to millions; and she's a multi-millionaire. Somebody else might have put her on medication and told her to calm down.

Al Gore en Rachel Carson
Tijdens de TED-sessies van 2006 sprak ook Al Gore. Ken Robinson verwijst naar zijn verhaal en trekt zijn boodschap dat we de schier oneindige mogelijkheden en voorraden van de wereld als mens aan het uitputten zijn door naar het beeld dat we de potenties die kinderen hebben door ons huidige schoolsysteem niet volledig benutten. Sterker, we gaan almaar door om slechts enkele delen daarvan te exploreren. Aan te spreken. Die luxe kunnen we ons volgens Ken Robinson niet langer veroorloven.

What I think it comes to is this: Al Gore spoke the other night about ecology and the revolution that was triggered by Rachel Carson. I believe our only hope for the future is to adopt a new conception of human ecology, one in which we start to reconstitute our conception of the richness of human capacity. Our education system has mined our minds in the way that we strip-mine the earth: for a particular commodity. And for the future, it won't serve us. We have to rethink the fundamental principles on which we're educating our children. ()

What TED celebrates is the gift of the human imagination. We have to be careful now that we use this gift wisely and that we avert some of the scenarios that we've talked about. And the only way we'll do it is by seeing our creative capacities for the richness they are and seeing our children for the hope that they are. And our task is to educate their whole being, so they can face this future.

By the way -- we may not see this future, but they will. And our job is to help them make something of it. Thank you very much.


Eind van de film

Aan het eind van elk TED-filmpje wordt je attent gemaakt op andere, min of meer verwante sprekers en filmpjes. Zo ook hier. De TED-mensen hebben Ken Robinson gevraagd  om in 2010 nog een keer een lezing te geven. In Bring on the learning revolution borduurt hij voort op zijn lezing van 2006. Hij realiseert zich als geen ander dat zijn filmpje uit 2006 miljoenen mensen heeft getrokken. Maakt daar wat grappen over en gaat dieper in op zijn stelling dat we het als mensheid niet kunnen veroorloven om een groot deel van het menselijk kapitaal in het onderwijssysteem grotendeels te negeren.


Ken Robinson
Opvallend aan de man is dat hij op en top Brit is. Kleding ziet er ietwat shabby uit. Hij is highly intelligent en maakt doorlopend grapjes om het publiek bij zijn les te houden. Op zeker moment valt op dat hij feitelijk de hele tijd stilstaat. Amper van positie verandert. Later begrijp je dat. Hij heeft in zijn jeugd polio opgelopen en ondervindt daar nog steeds last van. Maar niet in zijn hoofd. Hij maakt in de eerste lezing een grap over hoogleraren die feitelijk hoofden zijn. Hun lichaam doet er niet zo toe. Dat dient alleen maar om hun hoofden van A naar B te brengen.


Heeft het zin?

Miljoenen mensen hebben inmiddels dit filmpje gezien. De teller stond op zondag 29 januari 2012 op 8,473.616 en bijna een week later op 8,587.639. Als je dat aantal met 20 vermenigvuldigt (zoals hij dat zelf doet) dan zijn dat ongeveer 180 miljoen mensen. Opmerkelijk is dan dat anno 2012 er nog weinig change in de lucht hangt. In het Nederlandse onderwijsdebat gaat het vooral over afrekenen, monitoren, overbetaalde onderwijsmanagers, politici die écht geloven dat je meer kwaliteit krijgt door meer geld uit het onderwijs te halen. De discussie gaat absoluut niet over zaken die Ken Robinson aansnijdt. Zijn revolutie lijkt nog ver weg. Geen lentegevoel. Minister Van Bijsterveld lijkt in control (want een meerderheid in het Parlement steunt haar plannen), maar het is maar zeer de vraag of ze de uitdaging om ons onderwijssysteem een wending te geven die aansluit bij de visie van Ken Robinson zal waarmaken. Of ze analyse van Ken Robinson, onderschrijft.

Meer lezen
In zijn lezing geeft hij 2006 aan bezig te zijn met een boek (titel: Epiphany). Dat zijn de Drie Koningen die Jezus geschenken komen brengen in de stal in Bethlehem. Dat boek is onder een ander titel in 2009 verschenen: The element - how finding your passion changes everything. In het Nederlands vertaald als Het element : als passie en en talent samenkomen.

Aanvulling op maandag 6 februari
In het Financieel Dagblad werd op zaterdag 4 februari 2012 in de rubriek Brandende kwestie Alex Peltekian (1955) aan het woord gelaten. Directeur van een samenwerkingsverband van 28 basisscholen in Het Gooi. Een ouderwetse directeur. Bij wie het - zo lijkt het - om de inhoud van zijn vak gaat. En minder over de targets. Hij zegt hetzelfde als Ken Robinson, uiteraard anders en is kritisch over de onderwijswind die door de Nederlandse politiek waait. Enkele citaten:

Copernicus - tegen zijn tijdgeest in
Werkelijk creatief en oorspronkelijk denken kun je niet overlaten aan de afdeling innovatie, want een vernieuwingsproces is niet iets wat je kunt managen.
Echt oorspronkelijk zijn is iets heel anders, dat is het vermogen om buiten de bestaande denkkaders te steppen en fundamenteel nieuwe wegen in te slaan. Je kunt zelfs zeggen dat alle aandacht voor innovatie fundamentele vernieuwing in de weg staat,

() Als we over de toekomst nadenken, gebruiken we daarbij de ingrediënten die er al zijn (de vijf jaar van Ken Robinson). Voordat het wiel werd uitgevonden, kon niemand zich een toekomst voorstellen waarin het wiel een zo grote rol zou spelen. Voor bedrijven en andere organisaties is het dus de kunst om open te staan voor elementen die er nog niet zijn.
Als de leiding dat durft en uitstraalt, dan werkt dat door in alle lagen van de organisatie.

() Ik zie in dat in het onderwijs, zeker onder dit kabinet, het accent sterk ligt op cognitieve vakken. Taal en rekenen zijn van groot belang, maar we moeten de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen niet uit het oog verliezen. Want alleen als hun ogen fonkelen, zullen zij zich ontwikkelen tot creatieve individuen die de moed hebben om onafhankelijk in het leven te staan, en die daarmee voor onze economie van grote waarde zijn.

Ik verbaas me erover dat zo veel politici onderwijs als een kostenpost zien, terwijl Nederland het in de toekomst steeds meer van zijn creativiteit zal moeten hebben. Het is hoog tijd dat wij onszelf, onze medewerkers en onze kinderen de ruimte geven om werkelijk oorspronkelijk te zijn.

Lees voor de aardigheid de toespraak die meneer Peltekian hield op zijn Nieuwjaarsbijeenkomst. Wat een elan, visie en jaloersmakend vergezicht.