dinsdag 18 maart 2014

Who's in control in Rusland?

Maandagavond 17 maart 2014 sprak Marie-Thérèse ter Haar in de bibliotheek Oss over Rusland. De afspraak voor deze spreekbeurt was maanden geleden gemaakt en we hadden in overleg gekozen voor de titel Rusland van Gorbatsjov tot Poetin. Niet wetend dat we midden in een crisis rondom Oekraïne en De Krim zouden zitten. Tijdens deze avond werd vooral duidelijk dat mevrouw Ter Haar ook over andere aspecten van Rusland had kunnen spreken. In grote lijnen nam ze haar gehoor mee door de laatste duizend jaar. Een verhaal waarin woorden als horigen, rijke bovenlaag, arme onderklasse, tsaren, adel, dictators voorkwamen. Voor de gemiddelde Rus was zijn of haar geschiedenis zoals de jonge historicus Rutger Bregman dat noemt 'een bak ellende'. Die burger had niets te zeggen, werd aan alle kanten uitgebuit en moest tolereren dat er een zeer kleine toplaag was die zich alle revenuen toeëigende. Verrassend was de opmerking van Marie-Thérèse ter Haar dat zelfs een schrijver als Tolstoj zo'n tienduizend horigen 'bezat'. De tsaar was wat rijker, want die had er circa 1,2 miljoen.

Roman Abramovitsj
Oligarchen
In dat land hadden en hebben de meeste burgers weinig tot  geen rechten. Kunnen niet naar de rechter stappen. Althans, tot voor kort. Want in de lezing werd duidelijk dat er sinds de komst van Poetin een andere wind door Rusland is gaan waaien. Deze nu in het Westen zo verguisde president heeft maatregelen genomen om de rechtsstaat te gaan opbouwen. Waardoor gewone mensen niet meer machteloos staan tegenover maffia-achtige mensen en de oligarchen. Dat woord - oligarchen - gebruikte mevrouw Ter Haar vaak. Daarmee doelt ze op een grote groep mensen die in het laatste decennium van de twintigste eeuw (ná het vallen van De Muur in 1989) vrij spel kregen in Rusland. Onder Gorbatsjov en later Jeltstin werd het land één groot kapitalistisch oefenveld. In tegenstelling tot China, waar Deng Xiaoping besloot om geleidelijk over te stappen naar een kapitalistisch systeem. In Rusland wilde men in één keer overgaan. Helaas zonder een juridisch vangnet. Laisser faire, in extreme mate. Waardoor veel mensen hun slag konden slaan. Bedrijven overnamen, overbodig personeel massaal op straat dumpten én in enkele jaren schathemelrijk werden. Marie-Thérèse ter Haar noemde het getal 300 duizend. Zoveel oligarchen waren er op een bevolking van 125 miljoen.

Decreten om het tij te keren
Toen Poetin aantrad nam hij diverse decreten om iets aan deze chaos te doen. Een belangrijke was dat oligarchen moesten aantonen hoe ze aan hun (vele) geld waren gekomen en vervolgens dat ze belasting gingen betalen. Het gevolg was dat de helft van de rijke mensen het land ontvluchtte. De rest bleef en een flink deel van hun verkregen bezit werd afgeroomd en kwam in een stimuleringsfonds terecht.
De fine fleur van de expats heeft inmiddels veel 'dingen' bij ons in het vrije westen opgekocht. Bijvoorbeeld Vitesse, de voetbalclub. Ook is zeer wrang dat in het Westen veel bedrijven en regeringen actief meewerken om legaal - dat wél - dat vele (geroofde) geld veilig te stellen. De Tweede Kamer heeft per motie besloten dat Nederland geen belastingparadijs is, maar dat kan niet voorkomen dat er in ons land veel personen rondlopen die zeer actief bijgedragen hebben aan het witwassen van geld dat niet gebruikt kan worden om Rusland vooruit te helpen.

Uit de aankondiging van de lezing
Volgens Marie-Thérèse ter Haar belichten de westerse media veelal slechts één zijde van de Russische politiek. In haar lezing komt vooral ook de mening van de Russische bevolking aan bod. Ter Haar geeft op  toegankelijke en menselijke wijze inzicht in het Russische gedachtegoed, waaraan een andere geschiedenis ten grondslag ligt dan de onze. Na deze lezing zal Rusland ongetwijfeld een stuk inzichtelijker zijn.

Een kritisch verhaal
Tijdens de lezing ging het uiteraard over de politiek en welke rol (ook bij ons bekende namen als) Gorbatsjov, Jeltsin, Poetin, Medvedev of Lavrov speelden en spelen. Maar ze zoomde vooral veel in op de gewone Rus. Hoe die door de jaren heen alle veranderingen heeft ervaren. Kort en bondig laat zich dat samenvallen als: na de val van de Muur kregen alle boeven en roofridders vrij spel. We (de burgers) raakten van de regen in de drup en hebben - net als vroeger ten tijde van de tsaren en de communisten - geen vertrouwen in onze regeerders. Pas na het aantreden van Poetin en zijn harde maatregelen om de oligarchen (zeg: roofridders) aan te pakken ging het langzaam de goede kant op. Ook maakte zij meerdere keren duidelijk dat een land waarin de bevolking al duizend jaar gewend is aan een systeem waarin je als eenvoudig mens niets voorstelt, (nog) niet in staat is mee te gaan in ons westerse, kapitalistische systeem.
Poetin én ook Medvedev hebben door deze maatregelen veel krediet opgebouwd. En appeleren aan sentimenten die bij de bevolking leven. Denk aan hoe de gemiddelde Rus aankijkt tegen homo's of een punkbandje dat tijdens optredens cynisch omgaat met religieus erfgoed. Marie-Thérèse hield ons meerdere keren op deze avond een spiegel voor. De gemiddelde Rus leeft in een zelfde tijd als onze (groot)ouders in de jaren vijftig, zestig. Toen het bij ons ook niet normaal was als ergens in (zeg) Oss een homo samenleefde. Of hoe in 1977 door de gemiddelde Nederlander gereageerd werd op 'onze' Sex pistols.
"Het komt wel goed", maar het heeft tijd nodig.

Tijd, tijd
Tijdens de lezing kwam al snel een boek bovendrijven. Dat in 2012 verscheen. In een interview in De Volkskrant werd een van de twee auteurs aan het woord gelaten. Deze James Robinson (een econoom) vertelde daarin het verhaal van president Mobutu van Zimbabwe die op zeker moment de hoofdprijs in de nationale loterij won. Toeval! Geluk? No way, dus. Het is een verhaal om te illustreren dat er staten zijn waar de gemiddelde burger niet blind kan varen op een systeem waarin iedereen voor de wet gelijke kansen heeft. Scheiding van de (drie) machten. In hun boek Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm (Nieuw Amsterdam 2012) weerleggen ze de aanname (die velen nog hebben) dat landen arm zijn omdat 'de mensen lui zijn', het aan het klimaat of de genen van de bevolking ligt. Nee, in hun ogen is de belangrijkste verklaring voor rijkdom of armoede of een land er in haar (lange) geschiedenis in is geslaagd instituties op te bouwen die leiden tot rechtszekerheid voor iedereen. En niet alleen voor de kleine, rijke bovenlaag. Het aantal landen waarin dit laatste nog niet het geval is neemt langzaam af, maar kost meestal veel tijd en moeite. Het verhaal van Marie-Thérèse ter Haar is een perfecte illustratie van deze strijd. En verklaart ook meteen waarom het nog wel 'even' zal duren voordat Rusland op hetzelfde niveau zal zitten zoals bij ons hier in Nederland. Alhoewel.

Kritiek
Mevrouw ter Haar hield een genuanceerd verhaal. Geeft aan de ene kant toe dat de Russische bevolking nog moet wennen aan leven in een kapitalistisch systeem. Dat dit niet meevalt en pas op de lange termijn zal leiden tot burgers die zelfbewust, dynamisch en ondernemend in het leven staan. Niet langer gewend zijn om voor 'alles' terug te vallen op 'Moedertje Staat'. De gemiddelde Rus leeft in haar ogen ergens in het begin van 'onze' jaren vijftig, zestig. Aan de andere kant zijn regeerders als Poetin en Lavrov hard bezig de bestaanszekerheid voor die gemiddelde Rus sterk te verbeteren.
Ze ging amper in op de toestand in Oekraïne en De Krim, maar maakte wel duidelijk dat té strenge westerse strafmaatregelen dit proces ook niet vooruit zullen helpen. Eerder frustreren.
Ze stelt zich kortom kwetsbaar op. En krijgt veel kritiek over haar heen. Het adagium is (ook) bij ons: je bent voor of tegen iets. Een vage positie daartussen in wordt niet geaccepteerd. Vanochtend had Rob Wijnberg het in een artikel op De Correspondent het hier ook over. Het ging niet over Rusland, maar hij haalde een voorbeeld aan om zijn punt te maken dat we in ons land veel oplossingen voor 'dingen' realiseren die later zonder enige twijfel weer problemen zullen veroorzaken (Hoe onze oplossingen problemen werden).
Vorige week was collega-correspondent Jelle Brandt Corstius te gast bij Pauw & Witteman, alwaar hij werd gevraagd naar de crisissituatie op De Krim. 'Wat moet de houding zijn om Poetin te beïnvloeden,' vroeg presentator Paul Witteman hem. Zijn antwoord: 'Er is maar één manier om Rusland te beïnvloeden en dat is: niet meer afhankelijk zijn van het Russische gas.' Waarop Witteman zei: 'Maar op korte termijn willen we de situatie in Oekraïne beïnvloeden.'
Een ander geluid
In een nutshell ook een illustratie van het verhaal van mevrouw Ter Haar. Veranderingen gaan langzaam. Deze lezing en quote van Wijnberg deed ook denken aan de Singaporese diplomaat, denker en schrijver Kishore Mahbubani. Die in zijn publieke optredens en boeken het Westen voorhoudt niet met twee maten te meten. Én geduld te betrachten. China kán niet in een oogwenk een democratie zoals bij ons worden. In Rusland heeft men het geprobeerd en dat heeft tot veel ellende voor de burgers gezorgd. Gun ons wat meer tijd, landen die bezig zijn instituties en welvaart voor haar burgers te realiseren.

Onze oligarchen
De tijd lijkt niet ver weg te zijn dat ook wij in het westen vraagtekens gaan zetten bij 'onze' oligarchen. Miljardairs die steeds meer welvaart en bezit in de schoot valt. Of - harder geformuleerd - die er in slagen om met hulp van veel uiterst kundige mensen amper belasting meer te betalen. Niet in eigen land, noch in het belastingparadijs dat ze hebben gevonden. Tot voor kort zag je die signalen amper. De laatste maanden neemt het tempo waarin dit soort berichten verschijnen alleen maar toe. Vandaag - toevallig? - in het Brabants Dagblad. Klik hier voor een artikel over "85 mensen".

Marie-Thérèse ter Haar. Rusland in de 21e eeuw : verhalen uit een ontketend land (Aspekt 2012)

(dinsdag 18 maart 2014)
Hans van Duijnhoven

zaterdag 22 juni 2013

Why the future doesn't need us

Op dit blog worden sinds juli 2011 artikelen geplaatst over de vraag wie er in control is. Dat was het jaarthema 2011-2012 van de toenmalige BasisBibliotheek Maasland. Inmiddels uitgebreid met de Bibliotheek Uden en hernoemd tot de NOBB - de Noord Oost Brabantse Bibliotheken. We zitten medio juni 2013 aan het eind van het huidige jaarthema - Echte waarde(n) - en staan aan de vooravond van het seizoen 2013-2014 met als titel/thema Oefenen voor een andere tijd.

Afgelopen week kwamen veel 'elementen' samen die te maken hebben met de vraag Who's in control?, Echte waarde(n) en Oefenen voor een nieuwe tijd. Hieronder een poging die elementen naar voren te halen en 'bewijzen' dat dit artikel juist op dít blog moet staan.

Een interview
Het verhaal begint op zaterdag 8 juni 2013. Toen De Volkskrant in het wetenschapskatern ene Henny van der Pluijm aan het woord liet over zijn nieuwste boek. Met een zeer opmerkelijke titel. Die bij veel mensen verbazing, weerzin, ongeloof, angst, tegenspraak zal oproepen: Rechten en plichten voor robots - "burger ze in nu het nog kan!"
Van der Pluijm (1962) is een informaticus die al ruim dertig jaar in die omgeving meeloopt, weet wat er speelt en zich ook als trendwatcher afficheert. Klik hier voor een artikel over dit boek, waarin hij een ferm pleidooi houdt om nú te beginnen met een maatschappelijk debat over de onvermijdelijke (!) komst van lerende robots. Die binnen een generatie deel van ons leven zullen zijn. Vergeet robots die in een fabriek 'iets' lassen, stof opzuigen, gras maaien. Nee, Van der Pluijm weet dat er binnen pakweg twintig jaar overal in ons dagelijks bestaan zelflerende robots zullen komen. Die in staat zijn zich aan omstandigheden aan te passen, zichzelf bij te sturen. Ja zelfs robots die hun eigen weg gaan bewandelen. Wellicht voor zichzelf beginnen. Mensen aannemen. Kortom, de hoogste tijd om na te gaan denken over rechten en plichten voor robots.

3 uur per dag of 4 uur per week
In het interview zegt hij:
Misschien hebben we straks nog maar een werkweek van vier uur. Kun je de rest van de tijd met een goed boek aan het strand gaan liggen.
Uiteraard weet Van der Pluijm niet of we in 2030 of 2040 nog maar vier uur gemiddeld per week hoeven te werken. Maar hij snijdt wel een belangrijk punt aan: we krijgen erg veel vrije tijd als er massaal zelflerende robots aankomen. En - vervolgvraagje - hoe gaan we al die (bijna) werklozen van een inkomen voorzien.
Deze 4 uur per week lijkt erg veel op een gedachte die in een ander, iets eerder verschenen boek centraal staat (Hoeveel is genoeg? van vader en zoon Skidelsky). Die zich in dat boek afvragen waarom de voorspelling uit 1930 van de beroemde econoom John Maynard Keynes -  dat we in 2030 nog maar drie uur per dag zouden werken - niet is uitgekomen. Althans nog niet in 2013. Vader/econoom Robert en zoon/filosoof Edward Skidelsky menen te weten waarom de meesten van ons beduidend meer dan 3 uur per dag werken. Dat heeft te maken met het verschil tussen behoeften (voedsel, water, beschutting, een dak boven ons hoofd, sex) en verlangens. Behoeften zijn eindig. Verlangens niet. Die zijn schier oneindig.

Een onverwachte reactie
Het interview met Van der Pluijm en de notie van de 3 uur per dag werken van Keynes leidde tot een artikel op het blog Lezers van Stavast. Dat is een plek waar alle titels die voor dé Lezers van Stavast worden geselecteerd, worden samengebracht. Klik hier voor een artikel over dit leesavontuur en de thema's voor het komend seizoen. In het bewuste artikel (over Rechten en plichten voor robots) wordt verwezen naar een ander, dertien jaar oud artikel, waarin ook al gewezen werd op de gevaren van de trend die Henny van der Pluijm beschrijft. Als de ontwikkelingen die Van der Pluijm en anderen voorzien, doorzetten dan komt er een moment dat 'die' robots ons, de mens, opzij drukken. In het artikel op het Lezers van Stavast-blog werd dat bewuste artikel (Why the future doesn't need us van Bill Joy) alleen maar genoemd.
Enkele dagen later kwam er een anonieme reactie:
Zou je de link voor Bill Joy kunnen toevoegen?

Een terechte, zinvolle opmerking, suggestie. Kort daarna meldde Henny van der Pluijm zich via het blog aan. Waarop we hem benaderden en uitnodigden om in Oss in het najaar een lezing over zijn boek te komen verzorgen. In het kader van het nieuwe jaarthema Oefenen voor een andere tijd. Want dat zullen we, indachtig de ondertitel van Van der Pluijm's boek ("Burger ze in nu het nog kan!"), beslist moeten doen. 'Oefenen' om de slimme robots een goede plek in onze samenleving te geven. Door ze rechten en plichten te geven. Dat zal veel oefening vergen, want de meeste mensen zijn nog lang niet zo ver dat ze (a) zich realiseren dat dit soort robots er aan komen, zullen velen (b) het niet 'geloven' of domweg (c) ontkennen. Waardoor een serieus debat voorlopig nog niet op gang zal komen. Terwijl, daar wijst Van der Pluijm herhaaldelijk op, de ontwikkelingen erg hard zullen gaan. Exponentioneel. Té snel voor de relatief trage manier waarop in een democratie besluiten worden genomen.

Why the future doesn't need us
Zoals gezegd werd naar dit legendarische artikel verwezen. Geschreven door ene Bill Joy. In april 2000. In Wired, hét tijdschrift over technologische ontwikkelingen en de impact die dat heeft op 'de samenleving'.
In Uitblinkers : waarom sommige mensen geluk hebben en andere niet van Malcolm Gladwell wordt deze Bill Joy neergezet als een ... 'uitblinker'. Die dat kon worden omdat hij over een flinke dosis talent beschikte, maar vooral het geluk had op de juiste leeftijd (rond zijn 20e), op de goede plek (Silicon valley en niet in Afghanistan) te zijn en heel veel mocht oefenen. Leren programmeren. Veel uren maken. Joy voldeed aan de zogenaamde tienduizend uren regel. Die inhoudt dat mensen die ergens in uitblinken daar gedurende tien jaar drie uur per dag mee bezig moeten zijn geweest.

Deze Bill Joy had al eind jaren negentig in de gaten dat zich in de toekomst iets zou kunnen ontwikkelen wat Henny van der Pluijm nu ook aanstipt: robots gaan zich zodanig ontwikkelen dat ze ons, de mens, voorbij streven. Als je dat artikel van toen (april 2000) er nogmaals op na slaat dan valt op dat hij toen al verwees naar ene Raymond Kurzweil. Die zich ook al in die tijd zorgen maakte over deze ontwikkeling. Dezelfde Kurzweil van wie in 2011 in Nederland het boek De singulariteit is nabij : het moment waarop de mensheid de grenzen van de biologie overstijgt (uit 2005) verscheen. Een boek waarin hij voorspelt dat rond 2045 de mens in staat zal zijn de inhoud van de hersenen van een mens up te loaden naar een computer, waardoor die persoon eeuwig kan doorleven.

Andere signalen
Wetenschap en technologie trekken de komende decennia gezamenlijk op; in een steeds sneller tempo en zullen zorgen voor vele, nu nog ondenkbare toepassingen. Regelmatig kom je signalen tegen die in het verlengde liggen van het gedachtegoed van Bill Joy, Raymond Kurzweil, Kevin Kelly, Peter Diamandis (van het boek Abundance) of Henny van der Pluijm.

"Kanker over 20 jaar nog zelden dodelijk"
De kop van een artikel in het Algemeen Dagblad (maandag 17 juni 2013) waarin medewerkers die verbonden zijn aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis zich in deze zin uitlaten. Dat we aan de vooravond van een revolutie staan. Kanker wordt een chronische ziekte, want de deskundigen beginnen te begrijpen wat kanker is en hoe de verschillende vormen succesvol bestreden kunnen worden.

Op weg naar 2043: over 30 jaar komen we overal zónder te reizen!
In De Telegraaf wordt op zaterdag 15 juni Pauline van Voorst tot Voorst aan het woord gelaten over dertig jaar na nu: 2043. Zij is verbonden aan de STT, Stichting Toekomstbeeld der Techniek. Een landelijk kenniscentrum dat nadenkt over lange termijn trends. In dit artikel gaat het over het vervoer.
In 2043 hebben we geen eigen auto meer, maar komt er op bestelling een vervoermiddel voorrijden. Zonder chauffeur! En zonder stuurwiel, want het ding rijdt zelf. Wel zo veilig ook ... En thuis wonen we tussen levensgrote beeldschermen, waarop elke plek ter wereld tevoorschijn te toveren is. Je kunt dus met een vriend afspreken onder de Eiffeltoren of op een exotisch strand.

Verbazing, ontzetting, negeren, weghonen, tegensputteren
De hierboven aangehaalde personen zullen de eersten zijn om te beklemtonen dat zij ook niet weten hoe 'het' er in 2030 of 2043 precies uit zal zien. Maar ze weten wel dat alle signalen die kant opwijzen. In een steeds sneller tempo komen ontwikkelingen op de samenleving af. En de tijd om als samenleving bij te sturen wordt korter naarmate té veel mensen blijven geloven dat het zo'n vaart niet zal lopen.Pauline van Voorst tot Voorst:
... ziet ongeloof in onze ogen. Ze is gewend aan verbaasde blikken. Die krijgt ze op bijvoorbeeld verjaardagsfeestjes vaak te zien als ze verhaalt over wat er allemaal kan veranderen in de toekomst.
Mensen kunnen zich moeilijk een beeld vormen van hoe onze wereld er rond 2040 uitziet, maar duidelijk is dat onze leefomgeving echt drastisch kan veranderen en daarmee ook ons gedrag en de noodzaak van reizen.

Who's in control?
In dezelfde week barstte ook het schandaal rond PRISM los. Meer en meer wordt duidelijk dat een gemiddelde burger niet in control is. Er zijn krachten werkzaam die té groot zijn. Veel impact hebben op levens van 'normale' mensen. Hierover zal een debat gevoerd moeten worden. Willen we deze ontwikkelingen wel? Kunnen we haar beheersen? Kan ik me er (nog) aan onttrekken? Kan ik iemand of 'iets' aanklagen als mijzelf iets vervelends overkomt?
Zoals zo vaak mengde columnist(e) Marjolein (sorry: Max) Februari zich in het debat. Niet over de robots, wél over het PRISM-schandaal. Hij neemt dit keer duidelijk positie in: we zijn als mens al lang geleden het punt gepasseerd waarop we nog terug kunnen keren op onze schreden. Dat we iets kunnen terugdraaien, ongedaan maken. Dat ligt niet alleen aan 'hen', maar heeft vooral met onszelf te maken. We hebben zelf bewust veel privacy-gevoelige zaken naar het internet verplaatst.

Slotwoorden van een wijs man
Het lijkt er sterk op dat sinds columnist Februari als man door het leven gaat zijn meningen veel uitgesprokener zijn. In haar Volkskrant-tijd en tot voor kort had ze meer meel in haar mond.
Onderstaand citaat komt uit zijn column van 17 juni 2013 met als titel 'Internet als kinderparadijs'. De aanleiding is alle commotie rondom het PRISM-schandaal, maar als je iets verder kijkt dan zou deze column ook kunnen gaan over allen die denken dat het 'gedoe' met die lerende robots iets is waarover je (als individu, noch samenleving) niet druk hoeft te maken. How wrong can you be?
Wellicht kan Max Februari zich hier ook eens over uitspreken, want als slechts 10 procent van wat Henny van der Pluijm voorziet waar wordt, dan nog hebben we als mensheid een groot probleem.

Verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de digitale infrastructuur, zeggenschap over software, parlementaire controle op inzage in onze gegevens; eigendom van data; wetgeving om bedrijven en overheden in het gareel te houden: al die kwesties zijn nog maar steeds niet doorgedrongen tot het maatschappelijke gesprek. Op geen enkel verjaardagsfeestje duikt het onderwerp van onze immigratie naar internet op. Geen enkele politieke partij die er een punt van maakt. De grootste sociale omwenteling sinds tijden - en het enige dat ik grote denkers onderling hoor zeggen is: "Heb jij nou nog steeds geen iPad?"
Alsof we collectief niet goed snik zijn. Alsof we de hele geschiedenis, onze zorgvuldig bedachte staatsinrichting, overboord kieperen en in een nieuwe maatschappij gaan wonen waar we geen stemrecht hebben en geen verantwoordelijkheid en maar hopen dat alles toch vanzelf wel deugt. Zoals we twintig jaar geleden toetraden tot een nieuwe economie waarin alle winst vanzelf verdriedubbelt en je nooit meer iets hoeft te betalen.
Als een kleuterklas trekken de gebruikers over het internet. Zodra op YouTube vervelende reclame verschijnt, verhuizen we naar Vimio - dat ontslaat ze van de verplichting de boel te regelen en te besturen en te verrechtsstatelijken. De plicht volwassen vragen te stellen over algemeen belang, waarden, betaalbaarheid, zeggenschap, vrijheid, rechtvaardigheid.
"Onze leiders hebben ons niets gevraagd!" Kom nou toch! Werkelijk!

vrijdag 24 mei 2013

How high can you fly?


Waarom onderhoudt een bibliothecaris een blog?
In augustus 2011 gaf een collega in de bibliotheek van Oss aan dat mijn 'verhalen' rondom lezingen die ik in de jaren daarvoor had georganiseerd 'eigenlijk' niet goed pasten op de website van BasisBibliotheek Maasland. Ruim anderhalf jaar later is die website omgebouwd naar een nieuwe (omdat door een fusie met Uden een nieuwe naam én website nodig zijn). Jan had gelijk. Dit soort artikelen zijn een vreemde eend op zo'n algemene website. Daar staat alle informatie over uitleenvoorwaarden, mogelijkheden van 'de bieb', tarieven, activiteiten enzovoorts. Voor achtergrond over 'zaken' die we als bibliotheek aanpakken kan beter uitgeweken worden naar een blog.

Meerdere blogs
Whosincontrol was niet mijn eerste blog. Maar wel het meest serieuze tot dan toe. Ergens verdwaald staat nog een soort cursusopdracht (Ontnuchteringsjaren). Een ander - en inmiddels beëindigd - experiment was Filmpjes NOBB. Ingehaald door de tijd. En tijdgebrek. Het is onmogelijk om meerdere blogs op een goede manier in de lucht te houden. Dat wil zeggen: regelmatig artikelen toevoegen. In de zomer van 2012 kwam het blog van, voor en over de Lezers van Stavast. Eind 2012 werd rondom een project Voor ik dood ga, wil ik in de lucht gebracht. En er zijn ideeën voor andere.

Lezen én schrijven
Aan het begin van 2013 is voor mij steeds duidelijker geworden dat een blog onderhouden voor een bibliothecaris, of iemand anders in een creatief beroep, erg belangrijk is. Het is niet alleen belangrijk dat je veel en breed leest, maar nog belangrijker is om het gelezen 'spul' onder woorden te brengen. Regelmatig. Er moet een plek zijn die je als het ware aanstaart en verwacht dat je nieuwe artikelen toevoegt. Dat kan ook in een schriftje. Dat thuis ligt ("Lief dagboek"), maar een blog is toch beter.
In the connected age reading and writing remain the two skills that are most likely to pay off with exponential results.
De Openbare Bibliotheek verandert
Die waarheid als een koe is niet iets van de laatste jaren. Nee, sinds ik in 1980 in de Osse bibliotheek begon is er geen jaar hetzelfde geweest. Jaar na jaar dien(d)en zich nieuwe ontwikkelingen aan. Wel gaan de vernieuwingen de laatste tien tot vijftien jaar steeds sneller. Sinds enkele jaren is het amper bij te houden. Een bibliotheek zit niet alleen midden in een samenleving die aan het veranderen is, maar maakt ook deel uit van de mediawereld die nog meer op haar benen staat te schudden.
Welcome to the connection economy
Een nieuwe rol voor de bibliotheek, de bibliothecaris
Terugkijkend is het circa tien jaar geleden begonnen. Op zoek naar een nieuwe rol. Een andere taak. Alhoewel het de eerste jaren absoluut niet duidelijk was dat ik naar die rol op zoek waren. Integendeel. In die eerste jaren deden we maar 'wat'. Op basis van gevoel, vermoedens, instinct. Maar vooral omdat het leuk was om te doen. Achterliggende gedachte was (en is): als je zelf iets leuk vindt, dan zullen er ongetwijfeld anderen binnen je werkgebied zijn die dat kunnen plaatsen en appreciëren. En zorg - nog een les - dat er een team is, waardoor er uiteenlopende 'dingen' worden bedacht en uitgevoerd.

Het beginpunt (1)
Elke activiteit die een creatief iemand onderneemt begint met kennis nemen van 'iets' dat afwijkt van wat je tot dan toe kende. Het kan een uitspraak zijn van een persoon, een ding, een liedje, een film, een interview in een krant, een quote uit een gesprek, de laatste tijd TED enzovoorts. Inspiratie komt altijd onverwacht. Je kunt er niet voor gaan zitten. Het ontstaat níet tijdens een brainstormsessie. .No way! 'Iets' nieuws beginnen begint altijd door iets uit de realiteit. Dat je wel - en dat is het creatieve aspect - oppikt. Om er vervolgens zelf iets mee te gaan doen. Creativiteit is níet dat je op de website van een andere bibliotheek gaat kijken om te zien wat ze daar zoal organiseren en dat te gaan copy - pasten.
We’ve had these doors open wide for only a decade or so, and most people have been brainwashed into believing that their job is to copyedit the world, not to design it.
Het beginpunt (2)
Dat kan achteraf exact getraceerd worden. Het was op een zondag in 2004. Een schrikkeldag. Die 29e februari vierden we in de Osse bibliotheek dat we (al weer) 16 jaar cd's uitleenden. Waren die zondag open en hadden van alles georganiseerd. Voor de zekerheid thuis de videorecorder (!) ingesteld om 's avonds een Tegenlicht uitzending op te nemen. Voor alle zekerheid, want een jonge, volstrekt onbekende filosoof zou de hoofdgast zijn.
Pas dagen later die uitzending bekeken. En minstens tien keer herhaald. Zijn verhaal was de reden om in november van dat jaar met een reeks lezingen op de zondagmiddag te beginnen. In de Groene Engel in Oss. Op de derde zondag van de maand. Van twee tot vier. Van oktober tot april. Uiteenlopende sprekers over een gemeenschappelijk thema, onderwerp.
De eerste bijeenkomst was een absoluut succes. Qua bezoekers en timing. Twee weken na de moord op Theo van Gogh en brandstichting in basisschool Bedir in het nabijgelegen Uden sprak filosoof Ad Verbrugge over Bevangen in vrijheid in een tijd van onbehagen.


Het beginpunt (3)
Het eerste seizoen had als thema Waarom IK een probleem werd voor ONS. Die formule beviel wel. Bij publiek en onszelf. Zet jaarlijks een breed onderwerp centraal en laat dit vanuit verschillende kanten door uiteenlopende min of meer bekende mensen belichten. In de eerste jaren was het Brabants Dagblad zo aardig én slim om van tevoren met de sprekers een interview te houden.
In de eerste jaren (seizoenen) stond dit thema los van andere activiteiten die de bibliotheek natuurlijk ook organiseerde. Pas in het vijfde sezoen (2008-2009 - De latten verleggen) werd het thema breder over alle vestigingen van de bibliotheek uitgerold. Voor andere doelgroepen en met andere vormen (bijvoorbeeld een tentoonstelling, een quiz, een agenda maken). Inmiddels zitten we in mei 2013 aan het eind van het negende seizoen -> Echte waarde(n).


Who's in control?
DIT blog ontstond toen het jaarthema van het seizoen 2011-2012 opkwam, Who's in control?
Feitelijk is dat door de jaren heen hét centrale thema geweest, en - surprise! - zal dat nog jaren blijven. Wie is er in controle? Wie heeft het voor het zeggen? In de samenleving. In zijn eigen leven? In je eigen hoofd? Wie bepaalt welke kant we op gaan? Zouden moeten gaan? Kunnen gaan?
Vragen, vragen waar geen antwoorden voor zijn. Nee? Of toch? De rest van dit artikel zal gaan over mensen die een mogelijk antwoord hebben. En dat antwoord heeft ook te maken met de richting die de bibliotheek of de bibliothecaris in die snel veranderende (media)wereld in zou moeten slaan.


Maar eerst - in wat voor soort samenleving zijn we beland?
Dat is nogal een vraag! Waarover veel gezegd kan worden. Gezegd en geschreven wordt. Met onze Lezers van Stavast lezen we dit seizoen circa veertig boeken over dit brede onderwerp. Elke Lezer van Stavast maakt een keuze uit een groslijst van ruim 160 titels. Eén keer per maand komen we samen om onze leesstof te delen. Elkaar te informeren, bij te praten. Ook om elkaar te steunen in die zelfopgelegde opdracht om veertig weken lang een boek per week te lezen met 'pittige' inhoud.

Een andere samenleving is emerging
Om te beginnen leven we in een tijd van crises (= meervoud van crisis). Oprakende grondstoffen, een veranderend klimaat, overbevolking, wantrouwen in politici, financiële en economische problemen enzovoorts. Daarnaast neemt de snelheid waarmee dé wetenschap en de daaraan gelinkte technologie nieuwe inzichten en daarvan afgeleide 'dingen' produceren almaar toe. Waardoor 'de mens' als het ware doorlopend overstelpt wordt met nieuwe 'dingen'. Verder loopt een systeem dat eeuwenlang redelijk heeft gefunctioneerd op zijn end: de industriële samenleving. Waarin mensen een baan en een baas voor het leven hadden. We zitten in het begin van een tijdperk waarin deze zekerheid voor de meeste mensen niet meer zal bestaan of terugkeren. Integendeel, door technologische ontwikkelingen zal binnen enkele decennia veel werk overgenomen worden door robots. Oud-minister én VVD-er Joris Voorhoeve had het enkele jaren geleden over negen plagen. En een andere oud-politicus - Al Gore - heeft het in zijn nieuwste boek over six drivers of global change.

The connection economy - het verhaal van de vos en de omheining
Iemand die een vos wil vangen zou als volgt te werk kunnen gaan. Bouw op een plek waar de vos zich ophoudt een muur. En leg er een stuk aas bij. De vos zal de eerste dagen wegblijven. Hij ruikt de mens, maar na enige dagen went hij er aan en verorbert het stuk vlees. Na een week bouwt de vossenvanger een tweede muur haaks op de tweede en legt weer aas neer. Het procedé herhaalt zich. Waarop er in de derde week nog een muur wordt opgetrokken met een valdeur. Als de vos na enige tijd van gewenning het derde stuk aas gaat halen klapt het luik dicht. Trapped. Gevangen.

Niet langer braaf luisteren
Dit verhaal gaat op een bepaalde manier op voor iedereen die in  'de industriële' samenleving heeft gewerkt of werkt. Daarbinnen was de afspraak dat je braaf naar school ging, een vak leerde, een baas zocht en daar rustig tot je pensioen bleef hangen. Met het loon dat je daar verdiende kon je dingen kopen. Een relaxt leven. De afspraak was wel dat je jezelf binnen die afspraken gedroeg. Iedereen was binnen dat systeem als die vos. Gevangen, alhoewel er feitelijk geen muren zijn. Maar wel sociale druk om binnen de kaders te blijven. Luisteren naar je baas. Geen dingen doen die niet konden. Niet als een Icarus té hoog vliegen.
For us, though, the situation is even more poignant than it is for the fox. As the industrial age has faded away and been replaced by the connection economy – the wide-open reality of our new economic revolution – the fence has been dismantled. It’s gone.
But most of us have no idea that we’re no longer fenced in. We’ve been so thoroughly brainwashed and intimidated and socialized that we stay huddled together, waiting for instructions, when we have the first, best, and once-in-a-lifetime chance to do something extraordinary instead.

Icarus en zijn vader
Het verhaal van de vos en de werknemers binnen het aloude industriële systeem kan op een andere manier geïllustreerd worden met het verhaal van Icarus. Die met zelfgemaakte vleugels kon vliegen. Maar vergat dat was smelt als je té dicht bij de zon komt. In dat verhaal zit echter ook nog een vader. Daedalus. Die als vakman die vleugels kon maken. Om samen met zijn zoon van een eiland via de lucht te ontsnappen. Die vader, Daedalus, gaf zijn zoon twee waarschuwingen mee. Vlieg niet té dicht bij de zon. Wat Icarus in zijn jeugdige overmoed én door het bedwelmende gevoel dat hij kon vliegen prompt vergat. En in zee verdronk. De tweede waarschuwing speelde bij hem niet, maar wél bij iedereen die als het ware geconditioneerd is in de industriële samenleving: vlieg niet te laag boven de zee. Want dan krijg je onvoldoende stijgvermogen en zal de zee je naar beneden trekken.
Binnen onze op z'n eind lopende industriële maatschappij was het adagium meestal om niet op te vallen, té hoog te vliegen. Maar vooral om je aan te passen, te doen wat de baas opdroeg enzovoorts. We gaan echter een tijd in waarin het juist wél belangrijk zal worden of zijn om hoog te (gaan) vliegen.
It’s far more dangerous to fly too low than too high, because it feels safe to fly low. We settle for low expectations and small dreams and guarantee ourselves less than we are capable of. By flying too low, we shortchange not only ourselves but also those who depend on us or might benefit from our work. We’re so obsessed about the risk of shining brightly that we’ve traded in everything that matters to avoid it.
Een kunstenaar
In de 21e eeuw zullen we - of we het nu leuk vinden of niet - onze comfort zone kwijtraken. Of meer accuraat geformuleerd: die bestaat niet meer. Dé baan voor het leven. Hét beroep waar je een leven mee vooruit kon. Dé zekerheid dat je na een (jarenlang durende) opleiding een baan zou vinden. Voorbij, voorgoed voorbij. Uiteraard zijn er bedrijven en bazen die dat een goede ontwikkeling vinden, want dan kun je werknemers tegen elkaar uitspelen en de salarissen laag houden. Maar waarschijnlijk is deze trend - los van dat 20e eeuwse rendementsdenken - niet te keren. Alhoewel we wél de wijze woorden van Tony Judt in onze oren moeten knopen. Hij waarschuwde ons op zijn doodsbed voor een samenleving die weer 19e eeuwse trekken zou kunnen gaan krijgen. Hij doelde op de tijd waarin velen geen rechten hadden, er een zeer kleine bovenlaag was die ontzettend rijk was en als je voor een dubbeltje geboren was kom je jezelf onmogelijk opwerken (boek: Het land is moe).

De connected era
We leven sinds een jaar of tien/vijftien niet alleen in een geglobaliseerde wereld, maar vooral in een connected world. Een miljard, twee miljard redelijk welvarende mensen zijn op de wereld via het net met elkaar verbonden. En binnenkort zijn het er drie miljard en als Afrika mee gaat doen - en daar ziet het wel naar uit - nog veel meer.

The floating world
De Singalese diplomaat, wetenschapper en 'hoopgever' Kishore Mahbubani zet in zijn nieuwste boek (The great convergence : Asia, the West, and the logic of one world) een prachtig beeld neer. In de 20e eeuw en daarvoor waren landen als bootjes. In allerlei soorten en maten. Die op de wereldzeeën rondvoeren. Af en toe met elkaar in een vloot optrokken; soms elkaar bestreden. In de 21e eeuw moet je die landen volgens Kishore Mahbubani (proef die naam eens, spreek hem hard uit) zien als containers. Op een groot containerschip. Moraal: de tijd dat landen hun eigen beleid en koers konden bepalen is voorbij. Landen zullen of ze het nu leuk vinden of niet samen moeten beraadslagen over de koers. Op weg naar een wereldregering! En alle kapiteins van evenzovele container zullen hun 'hok' moeten verlaten en samen gaan overleggen over de koers van dat grote (éne) schip.
Een beeld dat aansluit bij het pleidooi van geoloog Peter Westbroek om eindelijk te (gaan) snappen dat de mens voortkomt uit de aarde, er onlosmakelijk mee verbonden is, er zeker niet boven staat en dat als we onze levensstijl we niet aanpassen de aarde 'best' zonder ons verder kan en zal leven.

Samen, connected maar toch uniek
Landen én mensen zijn aan elkaar vastgeklonken. Individuen kunnen zich alleen onderscheiden door iets wat hen uniek maakt. Een land kan niet langer vertrouwen op het maken van producten of diensten die andere landen goedkoper ook kunnen maken. Je dient je als land én als individu continue te blijven onderscheiden. Maak dingen, creëer iets, verzin zaken die nog niet bestonden. Noem het om een vreemd woord te gebruiken: kunst.
In de connected age zal iedereen doorlopend kunst moeten maken. Individuen en bedrijven, organisaties, instellingen. Je kunt in die 21e eeuw niet lang op je lauweren rusten. Doorlopend zullen er nieuwe 'dingen' bedacht moeten worden. Maar het allerbelangrijkste in die 21e eeuw zal zijn dat je mensen verbindt. Het heet niet voor niets the connected era.

Resilience - veerkracht (doorzettingsvermogen)
Dat vergt van ons allen veel veerkracht. En hoop en vertrouwen dat 'het' in the end goed zal komen. Toevallig - nou ja, toevallig - publiceerde de Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton in februari Ten virtues voor the modern age. Tien waarden die er volgens hem in deze eeuw toe doen. Het is een keuze. Hij had ook andere waarden naar voren kunnen halen, maar koos déze tien:
1, Resilience = Veerkracht (doorgaan! ook als het tegenzit)
2. Empathy = Empathie
3. Patience = Geduld
4. Sacrifice = Opofferen (het vermogen om jezelf te kunnen opofferen, voor een ander, iets)
5. Politeness = Beleefdheid
6. Humour = Humor
7. Self-awareness = Ken jezelf, broeder (weet hoe je zelf in elkaar zit)
8. Forgiveness = Vergeving (het vermogen om te kunnen vergeven)
9. Hope = Hoop
10. Confidence = Vertrouwen (geloof)

Klik hier voor een ander artikel over deze waarden

Who's in control?
In dit artikel staan enkele Engelse citaten. Afkomstig van Seth Godin, de Amerikaanse enterpreneur en 'marketing-goeroe'. Uit zijn boek The Icarus deception : how high will you fly (verschenen op Oudjaar 2012). Een boek waar (voorlopig) (na navraag bij uitgever LeV) geen Nederlandse vertaling van zal verschijnen. Seth Godin heeft een typische schrijfstijl. Erg gecondenseerd. Weinig overbodige woorden. Korte zinnen. Veel witregels. En bijna altijd een kort artikeltje. Logisch, want de boeken van hem komen voort uit de dagelijkse mini-blogs die hij de wereld in slingert. Gratis. Vaak inspirerend. Hij herhaalt zich wel eens - qua onderwerp - maar je merkt aan hem dat zijn denken nooit stilstaat. Als je hem dagelijks volgt loop je als het ware met een highly creatief mens mee. Die lang voordat anderen 'iets' zien er al over geschreven heeft.

In bijna alle teksten van hem gaat het over de vraag hoe je als mens in deze onzekere tijden kunt opstellen. Zijn basis attitude is dat je in onze connected age mee moet bewegen. Dat het geen zin heeft vast te houden aan oude waarheden. En ga vooral uit van je eigen sterke punten, 'dingen' waar je iets mee hebt, waar je zonder (zachte of harde) aandrang graag mee bezig bent. Seth Godin sluit op zijn manier aan bij sir Ken Robinson, die op een andere manier hetzelfde beweert. Creatief zijn heeft te maken met het proces waarin originele ideeën boven komen drijven, díe (dat wel) waarde hebben. Er toe doen. Seth Godin gelooft als optimistisch man dat iedereen op zijn of haar manier creatief kan en zal zijn of worden. Die gedachte is hoopgevend, maar aan de andere kant zitten momenteel toch wel erg veel mensen nog opgesloten in een systeem waarin ze niet creatief (kunnen) zijn. Niemand zit op hun bijdrage te wachten. Of ze gaan er van uit dat hun bijdrage er niet toe doet. En blijven onder de radar. Niet opvallen. Doe maar gewoon, dan ...

Maar we zitten wellicht aan de vooravond van een tijd waarin veel (betaald) werk overbodig zal worden. Overgenomen door robots, slimme apparaten, ict-toepassingen. Een tijd waarin het relevante werk gedaan kan worden door gemiddeld drie uur per dag te werken. Inderdaad, een tijd die meneer Keynes al in 1930 voorspelde. En onlangs door vader en zoon Skidelsky als het ware als een vergeten vergezicht teruggehaald naar de 21e eeuw. In hun boek Hoeveel is genoeg? vragen ze zich af waarom de meesten van ons nog steeds zo veel werken, terwijl dat niet langer meer nodig is. We zouden met veel minder werk ook in al onze behoeften kunnen voorzien, maar we willen steeds meer. Of we het zelf willen of dat we daartoe worden aangemoedigd (reclame? marketing? spin? frame? manipulatie? propaganda? hype?) doet er niet zo veel toe. We rennen allemaal op onze eigen manier achter die verlangens aan. Die we alleen kunnen bevredigen met geld dat we verdienen boven die drie uur per dag. Who's in control?

(vrijdag 24 mei 2013)
Hans van Duijnhoven

maandag 18 februari 2013

'Taal is niet vanzelfsprekend, wél het allergrootste wonder dat bestaat'

Op zondagmiddag 17 februari 2013 verzorgde Wim Daniëls op uitnodiging van de bibliotheek in de Groene Engel in Oss de vijfde lezing in de reeks Echte waarde(n). Verslaggever Mari van Rossem was aanwezig en op maandag de 18e stond onderstaand verslag in de Osse editie van het Brabants Dagblad.

Nog voordat-ie als een volleerde taal-gtv mét de nodige zijsporen door het thema 'Echte waarde(n)' dendert, is taalkenner Wim Daniëls al danig op gang.

Eerst is er zijn verwondering over het ontbrekende koppelteken in de krantenkop Paus op non actief. Om meteen daarna mensen zonder stoel te bemoedigen zonder kwetsend te zijn. Het is namelijk stik druk bij deze editie van de lezingenreeks, georgansieerd door de bibliotheek. De organisatoren hadden dan wel gerekend op wat meer bezoekers dan gebruikelijk, maar niet op de toeloop van deze zondagmiddag. En dus is er een nijpend tekort aan stoelen. Of iemand uit Oss thuis even een stoel wil halen? En of die blonde mevrouw het geen probleem vindt om tot vieren op de trap te zitten: 'Ge hèt toch 'n spijkerbôks oan...!'

Waarna Daniëls met microfoon en powerpoint de bomvolle zaal meteen aan zich bindt. Aimabel causeur is-ie. Wandelend etymoloog ook en uitpluizer. Maar zeker geen kommaneuker, noch taalpurist. Op de zaalvraag of hij enige taalverarming onder de jeugd bespeurt, antwoordt de geboren Brabander ontkennend: "Je moet tegen ander-Nederlands kunnen."

De woordvorser uit Aarle-Rixtel blijkt bijna twee uur lang tegen het thema aan te schurken. Waarbij hij vooral ook de waarde van het dialect als belangrijkste moedertaal-element meeneemt in zijn betoog.
Dat doet-ie vooral in een cabareteske inleiding over zijn jeugdjaren. Met anekdotes over zijn voorhuidvernauwing, de huisarts die voor elke kwaal trekzalf voorschreef, schaamhaar als 'eerste sjek op de stok' en drie dialectwoorden ('Peellands voor brandassurantie, paardenbloem en eaux de cologne') die hem al vroeg op het spoor van de taaluitpluizerij zetten. "Ik ontdekte dat er meer was dan Aarle-Rixtel, dat taal niet zo vanzelfsprekend was, wél het allergrootste wonder dat bestaat."

Een impressie van zijn optreden (duur: 8:12)

maandag 11 februari 2013

Zijn dit dé waarden voor de 21e eeuw?

Op 4 februari publiceerde 2013 de Zwitsers-Engelse filosoof Alain de Botton op 'zijn' School of Life website een opmerkelijk artikel: Ten virtues for the modern age.

Dit artikel heeft een relatie met zijn in 2011 verschenen boek Religie voor atheïsten : een heidense gebruikersgids én de discussie die daarna (in Engeland) opbloeide.

Echte waarde(n)
In het kader van de thema's Who's in control? en  Echte waarde(n) is het nodig om dit artikel op deze website naar voren te halen. Alain de Botton vraagt zich af waarom het in deze tijd verdacht is om 'virtuous' (rechtschapen, deugdzaam) door het leven te gaan, en 'hip' om tegenovergestelde waarden na te leven. Hij vindt dat in de samenleving een debat gehouden zou moeten worden over moraal. Wat behoren mensen in de 21e eeuw na te streven, na te leven. Hij doet dit vanuit de gedachte dat 'het geloof', een god of 'de kerk' in dat debat voor de meeste mensen geen rol meer speelt. Die tijd ligt achter ons. We zijn allen atheïst geworden en zullen tóch bepaalde waarden nodig hebben.

Een manifest
Alain de Botton zal ongetwijfeld de Amerikaanse marketingman Seth Godin kennen. Hij noemt hem in dit artikel niet, maar komt wel in de geest van Godin met een manifest. Seth Godin heeft in zijn Tribes : jij moet ons leiden gesteld dat iedereen die een bepaald stammetje aanvoert uiteindelijk een manifest voor die tribe zou moeten opstellen. Alain de Botton voert de grote stam aan van (hoogopgeleide, a-religieuze, Westerse) mensen die nadenken over 'de zin van het leven' en wat het betekent om in de 21e eeuw 'gelukkig te zijn of te worden'. Zijn stam realiseert zich als geen ander dat de wereld op een kantelpunt staat, de tijd van eeuwig doorgaande economische groei, nog meer spullen en diensten op z'n end loopt en dat er een nieuwe samenleving aan het ontstaan is. Een tijd waarin nagedacht moet worden over de richting waarin onze wereld zich zou kunnen (moeten?) ontwikkelen en uiteindelijk wat er in het leven écht toe doet. Voilá: echte waarde(n).

Alain de Botton staat (na vele jaren studeren en publiceren) op het standpunt dat de tijd dat alle waarden even belangrijk zijn voorbij is. Sommige waarden, sommige dingen hebben meer waarde als andere. Hij wil daarover met anderen in debat. Doet dat via zijn boeken. In 'zijn' School of Life in Londen en nu via dit manifest. In dat manifest haalt hij tien waarden naar voren. Hij had ook tien andere kunnen nemen, maar hij laat waarden als zelfontplooiing, zelfredzaamheid of vrijheid weg. Een keuze. Hij staat voor deze tien en nodigt 'de wereld' uit om met hem te bezien of deze er meer toe doen als andere.

1. Resilience - Veerkracht
Ga door! Ook als het tegenzit. Tegenslagen horen bij het leven. Zadel anderen niet onnodig met je eigen wanhoop op.

2. Empathy - Empathie
Als mens ben je pas mens als je met anderen kunt meeleven. Je in hun situatie inleven. En vervolgens daarna naar jezelf kunt kijken.

3. Patience - Geduld
Wordt niet te gauw boos. Als iets niet werkt. 'Dé' politici het verkeerd doen. Er een file is. Anderen gedrag vertonen dat je liever niet ziet. Calm down. Bedenk vaker dat iedereen wel eens een fout maakt. Soms dingen gewoon niet lukken. Denk vaker aan die zin over het werpen van de eerste steen.

4. Sacrifice - Opofferen
Doe het vaker. Denk niet alleen aan je eigen gedoetje. Niet alleen voor je eigen kringetje, maar ook voor anderen op onze planeet. Die planeet redden we niet als we de kunst van het jezelf wegcijferen niet iets vaker bezigen.

5. Politeness - Hoffelijkheid
Heeft ten onrechte een slechte naam. Is onecht gedrag. Terwijl we vaker onszelf zouden moeten zijn. Tóch moeten we vaker ons iets hoffelijker opstellen. Dan 'draait' de samenleving beter. We zullen links of rechtsom toch samen met anderen - met andere manieren, opvattingen - door één deur moeten. Tolerantie valt hier ook onder.

6. Humour - Humor
Wijze mensen zijn in staat de humor in moeilijke situaties te zien. Kunnen relativeren. Woede én humor komen beiden voort uit teleurstellingen, maar Alain de Botton prefereert (natuurlijk!) het laatste. Het is een van de beste dingen die we met onze pijn (zorgen, verdriet) kunnen doen

7. Self-awareness - Ken jezelf, broeder!
Ken jezelf. Of om met Koot & Bie te spreken: zoek jezelf, broeder! Geef niet anderen de schuld voor 'dingen' die met jezelf te maken hebben.

8. Forgiveness - Vergeving
Realiseer dat je alleen met anderen kunt (blijven) samenleven als je in staat bent te vergeven (en vergeten). Uit The forgiveness song (van de Walkabouts): But last night, late last night. Last night, you were forgiveness. Oh last night, late last night. Last night you were the end.

9. Hope - Hoop
Realiseer je doorlopend dat de wereld alleen maar beter kan worden. Verval aan de ene kant niet in diep pessimisme, noch in oppervlakkig optimisme.

10. Confidence - Vertrouwen
Durf 'iets' te doen! Handel! Vertrouwen is iets anders als arrogantie. Gedenk steeds dat het leven kort is en dat we meestal niet al te veel verliezen als we iets zonder succes uitproberen. Lees ook de oproep van Stéphane Hessel: Doe er iets aan!

'Hét' hangt in de lucht
Alain de Botton zal met zijn mede School of Life medewerkers dit jaar ongetwijfeld uiteenlopende activiteiten organiseren om over deze waarden te debatteren. Hij doet dat onder de noemer The virtues project (Het waarden project). Maar hij is daarin niet uniek. Sterker - al in 1988 begon een ander Virtues project.
Ook verscheen al in 2009 het zogenaamde Holstee manifesto. Inmiddels uitgegroeid tot een grafisch icoon. Feitelijk is het een andere manier om mensen voor te houden hoe ze (ook) in het leven zouden kunnen staan. In dit manifest tref je als wereldburger ook een stuk of tien waarden aan. Alleen worden ze hier neergezet in zinnen. Korte en lange. Die op een zeer kunstzinnige wijze zijn ondergebracht in een A4-tje.

Seth Godin, nogmaals
Eind december 2012 (feitelijk op de 31e december) verscheen van de bekende  Amerikaanse marketingman, schrijver, spreker en duider van onze tijd - Seth Godin - een nieuw boek: The Icarus deception : how high will you fly? In dat boek borduurt hij voort op eerder werk: Linchpin, Tribes en het manifest Stop stealing dreams (over het onderwijs in de 21e eeuw). The Icarus Deception is één lang pleidooi hoe je als 'werknemer' en mens in deze eeuw en in de wereld moet staan.
In zijn visie zal iedereen in deze connected age als een kunstenaar door leven en werk moeten gaan. Breng nieuwe dingen tot stand. Verbind mensen met en door je werk, je kunst. 
Aan het eind van zijn boek reikt hij in 26 woorden (A-Z) dé houding, attitudes aan die wij als het ware moeten internaliseren. Met zo'n houding red je het wel in die onzekere, spannende, leuke 21e eeuw.
Enkele woorden: (heb geen) ANGST, (neem) INITIATIEF, DANS (met de gevaren en kansen), toon betrokkenheid (COMMITMENT), het gaat niet om de hoeveelheid inspanning die je verricht maar om de impact die je maakt, FEEDBACK leidt meestal niet tot iets beters, HELDEN nemen risico's, het gaat niet om MEER, maar om beter, NEE voelt veilig maar ja is beter, PIJN hoort erbij, blijf REMIXen, hergebruiken, recyclen, SCHAAMTE hoort samen met kwetsbaarheid (VULNERABILITY) bij het leven. En regen hoort er ook bij; dus weg met die paraplu's.

We zullen doorgaan
Alain de Botton heeft waarschijnlijk bewust resilience (veerkracht) op nummer een in zijn lijst gezet. En hoop en vertrouwen achteraan. Veerkracht en doorzettingsvermogen zullen we in onze onzekere connected eeuw hard nodig hebben. Dé zekerheden van de industriële 20e eeuw (met vaste banen, uitgestippelde levens) lopen af en worden ingewisseld voor onzekerheden. Maar ook: kansen. Iedereen die over veerkracht beschikt zal beter in deze tijd meekunnen. André van Duijn heeft al in 1975 een filmpje gemaakt over doorzettingsvermogen. Door blijven gaan. Ook als het tegenzit. Uiteraard slaat zijn  filmpje nergens op, maar om met Alain de Botton te spreken: we hebben juist nú humor hard nodig. De kwaliteit van het filmpje is niet goed, maar zijn versie van Ramses Shaffy's klassieke song mag er nog steeds zijn.

vrijdag 30 november 2012

Terugblik op het MediaEvent 2012

MediaEvent 2012
De afgelopen dagen werd het MediaEvent 2012 gehouden. Het trok in de Openbare Bibliotheken van Oss, Veghel en Uden veel bezoekers. Velen werden bijgepraat over uiteenlopende aspecten van (sociale) media. In 2013 zullen er op verschillende plekken en in uiteenlopende vormen follow-ups komen: lezingen, workshops, cursussen e.d.

Week van de Mediawijsheid
Van 23 t/m 30 november 2012 vond de jaarlijkse Week van de Mediawijsheid plaats waarin geïnteresseerden gewezen werd op het belang van mediawijsheid en bijgepraat over digitale ontwikkelingen.

Als ‘Huis van mediawijsheid’ organiseerden de bibliotheken Oss, Veghel en Uden tijdens de Week van de Mediawijsheid een media-event op maandag 26 november, dinsdag 27 november en woensdag 28 november. Bedoeld om belangstellenden ‘mediawijzer’ te maken. Klik hier voor het programma.

Veel belangstelling
Alle bijeenkomsten trokken veel bezoekers. Elke avond werden tegelijkertijd drie lezingen gehouden. Na de pauze werden deze lezingen nog een keer gegeven. Elke avond konden bezoekers twee van de drie lezingen bijwonen. De eerste (maandag)avond was in de bibliotheek van Oss, dinsdag in Veghel en de laatste op woensdag in de Udense bieb. Vooral de sfeer in Veghel was bijzonder: midden tussen het 'Centraal Pieten Bureau' en de alom aanwezige geur van pepernoten en ander strooigoed.
Het programma was zodanig samengesteld dat in elke bibliotheek andere onderwerpen werden behandeld. In de praktijk betekende dit dat sommige bezoekers in deze week twee tot drie bibliotheken hebben bezocht om kennis te nemen van het aanbod.

Goede sprekers, interessante verhalen
Alhoewel er ongetwijfeld bezoekers zijn geweest die niet gekregen hebben wat ze hoopten is de overall conclusie dat in alle lezingen mensen op een goede manier over een bepaald onderwerp werden bijgepraat. Dank: Paulus Veltman (2 sessies), Alwin Zandvoort (2), Joost van Beek (2), Jeroen Steeman & Ben van Sas (2), Jan de Waal (4 keer) én "kampioen" Patrick Meulesteen (6 sessies, dus 3 dagen in touw - chapeau!).

Blijf onze sprekers  volgen

 Naam  Twitter
Website / blog
 Paulus Veltmanhttps://twitter.com/paulusveltman http://paulusveltman.nl/
 Alwin Zandvoort https://twitter.com/AlwinZandvoort http://alwinzandvoort.nl/
 Jeroen Steeman https://twitter.com/JeroenSteeman http://blog.qr4.nl/
 Ben van Sas http://nl.linkedin.com/in/benvansas
 Jan de Waal https://twitter.com/digibieb http://www.digibieb.nl/
 Patrick Meulesteen https://twitter.com/meulesteen http://www.meulesteen.nl/

Veel behoefte aan meer
Een indruk die door sprekers en medewerkers van de bibliotheek werd gedeeld is dat er een grote behoefte bestaat aan een follow-up. Enerzijds meer praktische tips voor beginners met een iPad of  ebook-reader en hoe te starten met bijvoorbeeld Pinterest, Facebook of Twitter. Anderzijds bleek er ook behoefte aan verdieping van een bepaald onderdeel. In de interne evaluatie zullen alle geluiden meegenomen worden en ongetwijfeld zullen ruim vóór de volgende Week van de Mediawijsheid 2013 al verschillende cursussen, workshops en lezingen in de regio Noord Oost Brabant worden opgezet. Via websites, affiches, flyers, Twitter, Facebook en nieuwsbrieven zullen we pogen een ieder die mogelijk geïnteresseerd is daarop attent te maken.

Fernando Savater
Ondertussen: een filosoof in de Week van de Mediawijsheid
Maandagavond werd de (beroemde) Spaanse filosoof Fernando Savater in NRC Handelsblad aan het woord gelaten over zijn land, dé crisis, burgerschap en hoe mensen ook naar onze huidige tijd zouden kunnen kijken. Savater is een humanist die zich al zijn hele leven uitspreekt over het fenomeen burgerschap. Op een bepaalde manier sluit zijn houding en zijn ideeën over wat het betekent burger te zijn aan bij voorbije Week van de Mediawijsheid

Ebooks
Tijdens de laatste workshop van (collega) Jan de Waal over ebooks werd regelmatig de vraag gesteld hoe om te gaan met illegale ebooks. Waar ze "staan", hoe te downloaden, hoe krijg je die "dingen" op je reader enzovoorts. Jan gaf globale tips maar hamerde vooral op het feit dat "instanties" die ebooks illegaal aanbieden bijna altijd een malicieuze bijbedoeling hebben. Op zoek naar uw bankrekeningnummer, NAW, pincodes e.d. Bezint, kortom voordat u begint.
De link met Fernando Savater is dat deze vragen door - op het oog - keurige burgers werden gesteld. Redelijk welgesteld, een goede opleiding, regelmatig op vakantie en ze zullen zonder enige twijfel positief antwoorden op de vraag of ze zichzelf goede burgers vinden.

Bezoekjes aan Spaanse middelbare scholen
Het artikel Wij zijn allemáál politici (NRC, maandag 26 november 2012) begint met de indruk die Fernando Savater heeft overgehouden aan zijn ontmoetingen met Spaanse middelbare scholieren. Het wordt als volgt geformuleerd:
Savater zocht de jongeren op om hen te confronteren met een ongemakkelijke boodschap: alleen maar klagen helpt niet. Kijk ook naar je eigen zwakheden, en kom in actie. Als de  leerlingen begonnen over politici, die allemaal corrupt zouden zijn, vroeg hij wie er wel eens illegaal muziek of films downloadde op internet, vertelt Savater. "Want mensen zien wel de corruptie van de buurman, maar zelf laten ze hun woning zwart opknappen of ontduiken ze de btw. En die jongeren zien zelf internet als een middel om te stelen. Ze zien het zelfs als iets sympathieks. Terwijl ze anderen beschuldigen van corruptie."
Wantrouwen in de democratie
Op de vraag Was u verbaasd over hun wantrouwen in de politiek en de democratie? was zijn antwoord:
Wel, dit is een discours dat stevig gevestigd is in de media. Men zoekt naar politici als verantwoordelijken voor deze crisis. Alsof wij in een democratie niet allemáál politici zijn. De politici die we hebben, zijn gekozen door de overige politici: wij burgers. En uiteindelijk is de democratie niet zoals een bedrijf dat een tijdje winst oplevert en dat je weer kan opdoeken als het te veel moeite kost, problemen oplevert, of ons boos maakt. Ik wilde die kinderen uitleggen dat al die politici niet van een andere planeet komen, maar dat ze voortkomen uit en gekozen zijn door de eigen samenleving.

Moraal: "niet van een andere planeet"
De hartekreet van Savater dat WE deel uitmaken van een samenleving en dat het not done is om altijd naar anderen te wijzen als er dingen anders lopen als je zou willen heeft een relatie met de Week van de Mediawijsheid. Waarin mensen aan het woord komen die heilig geloven in de voordelen van de digitale revolutie. En bezoekers trekt die begrijpen dat ze daarin mee moeten.
Het voorbeeld van de keurige mensen die aan Jan de Waal vragen hoe ze illegaal ebooks kunnen downloaden is echter een voorbeeld van gedrag dat Savater verafschuwt. Elk redelijk denkend mens - zeg burger - weet dat elke aankoop via internet ten koste gaat van de eigen lokale middenstand. Elke illegale download is een nagel aan de doodskist van boekenzaken. Platenzaken zijn al eerder gesneuveld. Over enkele jaren zullen de mensen die vragen stelden over illegale ebooks opmerken dat het "zonde is" dat Bert van de Heijden opheffingsuitverkoop houdt. Of Bek in Veghel en Derijks in Oss. Velen geloofden niet dat het zo'n vaart zou lopen met de muziekzaken in deze regio. En elke burger kan constateren dat in de binnensteden van Oss, Uden en Veghel steeds meer leegstaande panden zijn. En voelt op z'n klompen aan dat er nog velen zullen komen.

Echte waarde(n)
Op de slotvraag Waar kunnen al deze trends toe leiden antwoordt Savater:
Vrije mensen moeten zich niet afvragen wat er gaat gebeuren, maar wat zij zelf kunnen doen. Welke maatregelen nemen we, hoe moeten we ons mobiliseren om niet toe laten dat het land leeg bloedt tussen de crisis en het regioregionalisme.
Deze zinnen slaan natuurlijk op de pregnante situatie in Spanje (met massawerkloosheid, afscheidingstendensen) maar als je door die woorden heenkijkt dan is het ook een oproep aan digitale burgers om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Mediawijsheid is meer dan ...
De week van de Mediawijsheid is bedoeld om mensen attent te maken op het feit dat het zinvol is om als mens digitaal vaardig te zijn. Te blijven. Zo bekeken is het vooral iets instrumenteels: hoe moet ik Twitteren, wat is Pinterest of hoe kan ik Facebook gebruiken om "iets" onder de aandacht van anderen te brengen. Prima.  De digitale wereld is here to stay en zal de komende decennia almaar door blijven groeien en zich ontwikkelen. Dat vergt een doorlopende houding om jezelf bij- en om te scholen. Openbare Bibliotheken zullen daarbij proberen hun rol te spelen.

Maar onder het begrip mediawijsheid valt ook dat je als mens nadenkt over gevolgen van digitale ontwikkelingen. Niet alles wat kan, is nodig om na te volgen, te doen enzovoorts. Integendeel: bij veel digitale trends zijn grote vraagtekens te zetten. Hierboven werd op het aspect gewezen van het omvallen van hele ketens van serieuze instellingen. Denk verder aan privacy-aspecten en de vraag of of je onderdompelen in sociale media niet kan leiden tot asociaal gedrag.

Lees in dit verband o.a. het boek De digitale afgrond van internet-criticaster Andrew Keen en een artikel over (a)sociale media.
Mediawijsheid gaat over media
In het woord mediawijsheid zit niet voor niets het woord media. Mediawijsheid heeft ook te maken met het feit of je als burger begrijpt hoe 'de media' werken. Dat je begrijpt dat iedereen die iets in die tak van sport doet daar bijbedoelingen mee heeft en dat je als argeloos consument daar alert op moet zijn. Grof gezegd zijn er verschillende mediabedrijven die vooral commerciële doelen nastreven en pas in de tweede of derde plaats bezig zijn om ontvangers van hun boodschap optimaal te informeren. Sterker, bij sommige mediabedrijven is de kernboodschap bijzaak. Zolang er (betaalde) reclame rondom of in de boodschap kan worden opgenomen is het prima.

Daarnaast speelt dat veel mediabedrijven in een moeilijke situatie terecht zijn gekomen. Inkomsten uit advertenties nemen af, betaalde abonnees lopen massaal weg en bedrijven als Google, nu.nl of Twitter nemen gratis 'hun' content over en profiteren niet van de reclame-inkomsten. Verantwoordelijke mediaburgers zouden hun betaalde abonnement aan moeten houden? Toch!?

In het boek Gebakken lucht van de Engelse journalist Nick Davies wordt de lezer bijgepraat over het hellend vlak waarop met name de geschreven pers is terecht gekomen. Het boek verscheen nog net voor het schandaal rondom de schandaalpers van Rupert Murdoch. Davies was een van de journalisten die de vuile was naar buiten bracht. Naast bovengenoemde tendensen laat Davies zich ook zeer kritisch uit over personen die vanuit hun functie als p.r.-medewerker, communicatiestrateeg of voorlichter proberen de werkelijkheid te manipuleren. En Davies trekt de treurige conclusie dat bijna alle mediavormen zich laten leiden door hetgeen deze beïnvloedings-industrie aanbiedt. DWDD draait door is een populair programma, maar hét voorbeeld van dit fenomeen. Linda de Mol van het blad Linda is een aardige vrouw, maar weet als geen ander hoe de werkelijkheid te masseren.

Chris Hedges
De (zeer kritische) Amerikaanse journalist Chris Hedges schreef alweer enkele jaren geleden dat we in een 'spektakel-tijdperk' terecht zijn gekomen. In bijna alle takken van het menselijk leven moeten tot voor heen normale gedragingen 'opgeleukt' worden. Verwordt het tot een spektakel. En bijna altijd zijn mediabedrijven daar (bewust of niet) verantwoordelijk voor. En - nog een conclusie - alle digitale ontwikkelingen van de laatste twintig jaren hebben daaraan zeer zeker bijgedragen. Het bewuste boek heet: Empire of illusion : the end of literacy and the triumph of spectacle (Het tijdperk van de illusie : het eind van geletterdheid en de triomf van het spektakel). Is helaas niet in het Nederlands vertaald. En (nogmaals helaas) columns en artikelen van hem worden in Nederlandse kranten en tijdschriften niet opgenomen.

Slotsom
Critici als Andrew Keen, Nick Davies of Chris Hedges willen absoluut niet terug naar vroeger, maar ze vragen terecht aandacht voor deze ontwikkelingen. Een Openbare Bibliotheek probeert op haar manier burgers op deze ontwikkelingen te wijzen. Tijdens de Week van de Mediawijsheid. maar feitelijk ook in de andere weken van het jaar. Los van het jaarthema dat dit seizoen (toevallig?) Echte waarde(n) is. En om met een ouder thema te eindigen: Who's in control?

dinsdag 9 oktober 2012

Waarden in twee lied-jes

Donderdag 4 oktober werd in De Volkskrant vooruitgeblikt op het jaarlijkse Nobelprijs-circus. Wie krijgt dit jaar de Nobelprijs voor literatuur. Op donderdag 11 oktober maken volgens deze krant Haruki Murakami, William Trevor, Cees Nootebom, ene Mo Yan én Bob Dylan kans op deze prijs.

Verandering van focus
Dit artikel is geschreven om twee lied-jes van ome Bob naar voren te halen én om uit te leggen waarom op dit blog vanaf heden minder de nadruk gelegd wordt op de vraag Who's in control? maar meer op een andere zin: Echte waarde(n).

Themareeks

Zoals wellicht bekend programmeert de Osse Openbare Bibliotheek sinds 2004 een reeks lezingen rondom een bepaald jaarthema. Klik hier voor een overzicht. En hier voor de criteria. En hier voor een artikel waarin het thema van 2012-2013 - Echte waarde(n) - als het ware komt 'bovendrijven. Klik (tot slot) hier voor informatie op de website van de bibliotheek.
Bob Dylan - Nobelprijs voor literatuur?
Sinds 1997 wordt deze muzikant ook genoemd. Bijzonder. Dat een musicus een literatuurprijs kan 'winnen. Er zijn veel mensen die kunnen uitleggen waarom. En er zijn (nog) veel (meer) kenners waarom hij die prijs juist niet moet krijgen. Een mooi onderwerp voor debat. Anyway, de kans dat hij die prijs krijgt is niet erg groot.Door dat artikel kwamen deze twee liedjes van Bob Dylan naar boven. Plus tientallen anderen, waarvan honderden (!) regels opgenomen zijn in het collectieve geheugen. Doe maar eens quizje door twee of drie woorden uit een bekende song van hem uit te spreken. En dan zien hoe (oudere) mensen aanvullen. The answer is ... blowing. Inderdaad: in the wind. Wat mij betreft krijgt hij de prijs!

Donderdag 9 oktober 2008

Dit debat was reden om in 2008 popjournalist Bert van de Kamp uit te nodigen om op de tweede donderdag in oktober in de Osse Bibliotheek een lezing te verzorgen onder de titel De dag waarop Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur alweer niet kreeg. Hij kreeg 'hem' die dag uiteraard niet (wél de Fransman Le Clézio). Aan het eind van die bijeenkomst maakte Bert melding van een nieuwe Dylan-cd, die hij sinds enkele dagen in zijn bezit had en 'gedraaid'. Hij liet zelfs het 'prijsnummer' van die cd horen, Red river shore. Inderdaad, een prachtig nummer. Op die Tell tale signs staan echter veel meer prachtige nummers. Feitelijk is deze restjesplaat (want deel 8 uit de Bootleg series) de beste cd die Dylan de laatste twintig jaar heeft uitgebracht. Dat kon Bert toen nog niet weten. Hij wist het wel twee jaar later, toen in de muziekbladen de balans van de jaren nul werd opgemaakt. Hij noemde als enige Nederlandse muziekkenner juist deze plaat als de beste van dit tijdperk.

Meer mooie nummers
Toch zag Dylan-kenner Bert die avond iets over het hoofd. Op Tell tale signs (verkrijgbaar als enkel, dubbel- en driedubbelcd) staat een ander nummer dat (wellicht) behoort tot de vijf beste nummers die hij ooit heeft gemaakt. Dat nummer is 'Cross the Green mountain. Gaat over de Amerikaanse burgeroorlog maar feitelijk over waarden. Dat is een boude uitspraak. Waaraan een tweede toegevoegd moet worden. Onlangs voegde hij nog een parel aan zijn lange erelijst toe. Het titelnummer van zijn nieuwste cd, Tempest.

Overeenkomsten tussen deze liedjes

'Cross the Green mountain en Tempest zijn beide lange nummers. Acht en veertien minuten. In beide liedjes gaan heel erg veel mensen dood. In Tempest (dat gaat over the sinking of the Titanic) ruim zestien honderd en in het liedje over de Amerikaanse Burgeroorlog duizenden. Beide liedjes hebben een lang aangehouden melodie, ritme. Dat kun je saai noemen, tenzij je wilt begrijpen waarom hij daarvoor koos. In 'Cross the Green mountain wil hij de sfeer oproepen van een soldaat die naar zijn graf wordt gedragen. In Tempest wordt eindeloos doorgewalst op een melancholische (Ierse) melodie. Er werd op de Titanic volop feest gevierd voordat het onzinkbare schip op zijn eerste tocht naar de bodem van de zee verdween. Niet door een storm, maar na een aanvaring met een ijsberg op een kalme zee. Er was weliswaar een storm, maar aan boord tussen de mensen onderling.

Verschillen

'Cross the Green mountain maakte Bob Dylan in 2002 voor een speelfilm. Gods and Generals gaat over de Amerikaanse burgeroorlog. Delen uit het liedje hoor je aan het eind van de film, als de score voorbijkomt. Voordat Dylan dit liedje opnam las hij veel over dit nog steeds beladen onderwerp. Omstreden omdat in de Verenigde Staten er nog steeds animositeit is tussen de staten die toen tegenover elkaar stonden. In de film Gods and Generals staat een generaal van de Zuidelijke staten centraal, ene Stonewall Jackson. Die aan het eind door zijn eigen troepen wordt beschoten en na een kort ziekbed sterft.
In Tempest komen tientallen personen kort voorbij. Er is geen centrale hoofdpersoon. Het schip staat centraal. Of de zeer gemengde populatie die op die fatale 14e april 1912 aan boord was. Alleen komt 'The watchman' vier keer voorbij. Slapend, onwetend
, dromend van de ondergang. Die watchman zijn wijzelf. Maar dat duurt even om te realiseren.

Trots op zijn voorvaderen

Het belangrijkste verschil is echter de manier waarop beide groepen in de wereld staan. Dylan is overduidelijk trots op zijn verre Amerikaanse voorvaderen, die in de Amerikaanse burgeroorlog opkwamen voor een greater good.
Trots op beide partijen. Winnaars en overwonnenen.
Ruim anderhalve eeuw later zijn de Zuidelijke staten als de bad
guys in de geschiedenisboeken terecht gekomen. Zij waren tegen afschaffing van de slavernij en de Noordelijke staten onder leiding van president Lincoln waren de nobele strijders voor a good cause. Dylan trekt zich daar niets van aan en laat zien dat aan beide kanten integere personen rondliepen die met de beste bedoelingen ten strijde trokken. Centraal staat zoals gezegd in de film generaal Stonewall Jackson. Een zeer gelovig man die zich ontpopt als een gewetensvol man. Ook laat hij in zijn liedje zien dat de manschappen bewust voor de oorlog kozen. Als burgers willen ze hun leven in de waagschaal stellen om te voorkomen dat er iets gebeurd wat tegen hun gevoel, hun aard, hun standpunt ingaat. Ze staan ergens voor. Ongewild komt weer het beeld van de Engelse beeldhouwer Antony Gormley op (die veel mannen heeft gemaakt die ergens voor staan).

Een uitstapje met een bijzondere boot
Aan de andere kant portretteert Dylan in Tempest een gemengde groep mensen die op een schip de overtocht maakt naar de Verenigde Staten.Velen aan boord gingen mee voor de kick. Toen al. Ze wilden de eerste reis van dit schip meemaken.

All the lords and ladies
Heading for their eternal home
(T. 4)
Het inmiddels beroemde  tv-drama Downton abbey begint als op het landgoed 's morgens vroeg de krant wordt bezorgd en al snel het nieuws rondgaat dat de Titanic is gezonken. En de heer van het estate moet constateren dat hun kennis Lord Astor en zijn jonge vrouw zich onder de slachtoffers bevinden.
The rich man, Mister Astor
Kissed his darling wife
He had no way of knowing
It'd be the last trip of his life (T. 24)
Maar Dylan haalt ook anderen naar voren. Een gemêleerd gezelschap. Die allen anders reageren op de ramp. Angst, woede, gelatenheid, moed, dapperheid, doortastendheid, lafheid enzovoorts. Hij haalt in vele coupletten opvarenden naar voren en sluit die opsomming als volgt af
There were many, many others
Nameless here forever more
They never sailed the ocean
Or left their homes before (T. 37)
Davey, the brothel-keeper
Toch is het belangrijk een persoon uit zijn opsomming naar voren te halen, nl. Davey, de man die de hoeren regelt. Dylan legt deze man een cruciale zin uit dit lied-je in de mond. Dat doet hij door juist die vier woorden met nog meer nadruk en klemtoon te zingen. Het is meer dan zingen, het is bijna schreeuwen:
Davey the brothel-keeper
Came out dismissed his girls
Saw the water getting deeper
Saw the changing of his world (T. 29)
Stonewall Jackson
Changing of his world
In beide liedjes gaat het daar natuurlijk om. Kleine mensen worden getroffen door grote zaken. Ongemak, rampspoed, ellende. Waardoor de o zo vertrouwde wereld drastisch verandert. Het belangrijkste verschil tussen beide liedjes is dat bij de een hoop en vertrouwen ondanks alles prevaleert en in Tempest is die uiteraard afwezig. In 'Cross the Green mountain staan burgers centraal. Die weten waar ze voor staan. Weten dat ze door hun keuze kunnen sneuvelen. Dat doet pijn. Brengt herinneringen aan het goede leven naar boven, maar doet hen niet afwijken van hun besluit om voor hun right cause te gaan vechten en wellicht sneuvelen. De dood en de ellende overkomt hen niet. Het is een keuze:
The bells of evening have rung
there's blasphemy on the end of the tongue
Let them say that I walked in fair nature's light
And that I was loyal to truth and to right (GM 8)
Aan boord van de Titanic bevinden zich in Tempest van Bob Dylan hoofdzakelijk consumenten. Die gaan sterven zonder enige reden of groter belang. Integendeel, het lot is hen niet welgezind. Domme pech. Of om met Dylan te spreken: de Heer heeft het zo gewild:
They waited at the landing
And they tried to understand
But there is no understanding
On the judgment of God's hand (T. 43)
Tell tale signs
'Cross the Green mountain maakte Bob Dylan in 2002 in opdracht van media-magnaat Ted Turner voor Gods and Generals. Een poging van deze man om de Verenigde Staten na 9/11 als het ware een hart onder de riem te steken. Het Amerikaanse volk kan en zal elke grote tegenslag te boven komen. Kijk maar naar deze film. Deze mannen stijgen als het nodig is boven zichzelf uit. Cijferen zichzelf voor volk en vaderland weg. In dit liedje zit ook de titel van de cd opgesloten, Tell tale signs. Verhalen geven signalen, betekenis af. Het is een soort boodschap die Dylan impliciet afgeeft. In zijn lange carrière heeft hij vele verhalen afgescheiden. Verhalen die een diepere laag hebben. Niet altijd, en zeker niet altijd even duidelijk of goed. Maar - en dat weet Bob Dylan als geen ander - hij heeft sinds zijn debuut in 1962 op plaat veel toegevoegd aan de menselijke verhalen-voorraad.

Bijbelse verwijzingen
In beide songs zitten verwijzingen naar Oude en Nieuwe Testament. Bob Dylan kent de bijbel. En citeert er uit of verwijst naar bepaalde fragmenten. Na veel draaiuren kwam de gedachte op dat Bob Dylan met Tempest iets doet wat de afgelopen 35 eeuwen door velen is gedaan. Een incident dat in jouw lifespan voorbijkwam als het ware omtoveren in een verhaal dat door iedereen begrepen kan worden die er niet bij was. Niet toen het gebeurde, niet aanwezig was op de plaats van delict. Nee, zo'n incident eindigt in een boek uit het Oude Testament en wordt hét universele verhaal van iemand die zijn eigen broer doodslaat (Kaïn en Abel), een overstrominkje in Azië wordt tot mythische proporties opblazen (dé Zondvloed) of het zinken van een plezierboot waarbij ontelbaar veel mensen naar de filistijnen gaan staat symbool voor het naar de knoppen gaan van een samenleving die tijdens het "goede leven" geen oog had voor de realiteit. Zo'n liedje is Tempest. En zoals dat in de bijbel gaat wordt voor het gemak met afkortingen en getallen gewerkt om naar een bepaalde episode te verwijzen. T. 42 is couplet 42 van Tempest, waarin de balans wordt opgemaakt. Piet de Dood heeft huisgehouden:
When the Reaper's task had ended
Sixteen hundred had gone to rest
The good, the bad, the rich, the poor,
The loveliest and the best (T. 42)
Echte waarde(n)
Het jaarthema is gebaseerd op de aanname dat we komende jaren een tijdperk zullen ingaan waar nadrukkelijk weer de vraag gesteld moet worden wat waarde heeft. Meer waarde als iets anders. De tijd dat alles even belangrijk en waardevol werd gevonden (althans niet hardop uitgesproken dat sommige meningen of  'dingen' meer waarde hadden) loopt op z'n end. Althans, daar lijkt het op. Het postmodernisme als het ware voorbij. Een mening van een hoogleraar geologie over een nieuwe IJstijd doet er meer toe als die van mijn buurman. Een popjournalist die ruim 50 intensief naar popmuziek heeft geluisterd kan beter inschatten of de nieuwste cd van A, B of C meer of minder waardevol is. Een topman van een multinational die met een bonus van 30 miljoen het pand verlaat ná 1500 man te hebben ontslaan om de rendementscijfers nóg hoger te hebben opgekrikt verdient minder respect als een directeur van een klein bedrijf die midden in deze crisis genoegen neemt met een kleiner salaris en afziet van extra beloningen. Een groot bedrijf die tientallen lobbyisten inzet om aankomende wetgeving te voorkomen die hem (of haar) zouden dwingen een andere, meer duurzame weg in te slaan verdient minder respect.

De komende jaren zal het over deze discussie gaan, en - voorspelling - personen, bedrijven en instellingen die over echte waarde(n) hebben nagedacht én een adequaat antwoord weten te formuleren zullen overblijven, klanten behouden, hun mensen aan het werk kunnen houden. En personen die hetzelfde doen zullen beter in hun vel zitten, meer door hun gemeenschap gewaardeerd enzovoorts. Of - om het met het vorige jaarthema te zeggen - zij zullen meer in control zijn. Nog sterker: zij zijn in control.

Hoop en wanhoop
Tempest is een prachtig deprimerend liedje. Het ligt voor de hand om te denken dat Dylan dit liedje juist in 2012 heeft opgenomen en uitgebracht. Honderd jaar na the sinking of the Titanic. Alleen staat anno 2012 de Titanic symbool voor onze huidige samenleving, waarin mensen in nood ook alle kanten opspringen. The good, the bad, the rich, the poor, the loveliest and the best. Hoop en wanhoop, vertwijfeling, vastberadenheid, wegkijken en vele andere houdingen.

Aan de andere kant is 'Cross the Green mountain een nog mooier hoopvol liedje. Waarin mensen in moeilijke tijden bewust (rationeel) besluiten het goede te doen. In de wetenschap dat het hun leven kan kosten. Dat zij de vruchten er wellicht niet van zullen plukken. Maar dan is het voor het nageslacht. Denk nu aan onze tijd. Waarin meer op het spel staat als ons eigen overleven. Op onze overvolle planeet zullen of we het nu leuk vinden of niet de bakens moeten gaan verzetten. Offers gebracht worden. Wegkijken kan niet meer. De tijd van cruises is voorbij.
The world is old, the world is great
Lessons of life can't be learned in a day
I watch and I wait and I listen while I stand
To the music that comes from a far better land (GM 5)
Wat zal onze legacy zijn?
Hoe zal onze generatie, onze tijd in de geschiedenisboeken terecht komen? In het zevende couplet 'beoordeelt' Dylan de strijders in de jaren 1860 als volgt:
It's the last day's last hour of the last happy year
I feel that the unknown. The world is so dear
Pride will vanish and glory will rot
But virtue lives and cannot be forgot (GM 7)
Uiteindelijk delven waarden als trots en opkomen voor je zelf het onderspit en zullen mensen anderen blijven herdenken die opkwamen voor een groter goed, geheel.

Jos Kessels
Deze Brabantse journalist schrijft al decennia voor het Eindhovens Dagblad. Door zijn vriend, oud-collega en schrijver P.F. Thomése is hij op weg om in heel Nederland onsterfelijk te worden. In 2009 verscheen J. Kessels : the novel. In 2013 wordt dit boek over twee muziekvrienden verfilmd. Deze Jos Kessels schrijft al jarenlang dagelijks een column in het ED. Op 11 februari 2010 had hij het over 'Cross the Green mountain. Twee jaar nadat de cd was uitgekomen. Opmerkelijk voor een Dylan-fan, maar de lof was er niet minder om.

Dylan
Terwijl ik met mijn dochter en een vriendinnetje, dat meeging om te spelen, naar huis liep, ging in de binnenzak van mijn jas de telefoon.
Een van hun moeders, dacht ik, maar het was mijn oudste broer. Ik moest er nog steeds aan wennen dat je met een mobiele telefoon overal bereikbaar was.
Hij had een dubbel-cd van Bob Dylan gekocht voor twaalf euro uit 2008: Tell tale signs.
Of ik die al had? Nee, ik had als ouwe fan net als mijn broer een hele rij Dylan-cd's, maar die niet. Allemaal niet eerder uitgebrachte nummers en er stond er één op, waar ik volgens hem helemaal kapot van zou zijn. Het ging over de Amerikaanse burgeroorlog.
Mijn broer wist dat ik veel muziek over die oorlog had ().
We kwamen bij een drukke straat, dus maande ik de huppelende kinderen te wachten, bedankte mijn broer voor de tip en stopte de telefoon weg.
De volgende ochtend kocht ik op weg naar de krant de dubbel-cd van Dylan, ongedraaid.
() Vanaf het eerste nummer Mississippi schoof ik stukje bij beetje naar voren op de bank, omdat de liedjes me naar zich toezogen. Bij Red river shore, waarin een man zijn passie bekent en de vrouw antwoordt met: Go home and lead a quiet life, was ik verkocht.
Maar het beste moest nog komen: 'Cross the Green mountain.
Dylan schreef het nummer voor de soundtrack van de film Gods and Generals over de burgeroorlog en het is briljant, ongelooflijk. Gedragen door orgel en viool geeft Dylan, zingend en raspend als een meelevende dode, zijn eigen versie van de Verschrikkingen van de oorlog van Goya.
Het is een van de allermooiste nummers die ik ooit gehoord heb, met dank aan Dylan en mijn broer.

Pearl Harbor-moment
Onlangs werd door een Australische schrijver een soort Pearl Harbor-moment aangekondigd. Dat gebeurde in de dagen nadat de Japanners in december 1941 onverwacht de Verenigde Staten hadden aangevallen en zwaar getroffen. Binnen enkele dagen was de isolationistische houding die de meeste Amerikanen tegen de oorlog in Europa en Azië hadden ingenomen voorbij. President Franklin D. Roosevelt tekende binnen 48 uur een wet om alles en iedereen te mobiliseren om de oorlog te gaan winnen. Complete bedrijfstakken werden omgebouwd voor de oorlogsindustrie, miljoenen mensen gerekruteerd en er heerste een sfeer om 'de Mof' en vooral (ook) 'de Jap' te gaan verslaan.

Ons Pearl Harbor-moment
Paul Gilding voorziet in zijn Helden uit noodzaak : hoe onze generatie dankzij de ecologische en economische crisis de wereld gaat redden dat zo'n moment in de Westerse wereld nakende is. De problemen rondom het opraken van grondstoffen, schaarser worden van schoon drinkwater, een veranderend klimaat en een nog groter verschil tussen arm en rijk zal leiden tot zo'n moment. Dat op zekere dag 'iedereen' tot de conclusie zal komen dat 'het anders moet'. Rise to the occasion zouden de Amerikanen zeggen. Staan voor je zaak, de rug rechthouden, de schouders er onder zetten. of gewoonweg minder denken aan je privé besognes maar begrijpen dat deze tijd vraagt dat jijzelf ook je steentje bijdraagt. Een sfeer die - zoals je uit vele boeken kunt halen - heerste in de jaren ná de Tweede Wereldoorlog. Dat waren de Opbouwjaren. Nu zou je kunnen zeggen dat na de ontnuchteringsjaren (waarin we tot dit besef moesten komen) een nieuwe tijd aanbreekt. Een hoopvolle, inspirerende periode. Waarin het weer ergens over gaat. Het (zinloos?) consumeren voorbij.
Klik hier voor een lang artikel over dit boek (en een ander liedje (Vijf minuten, 36 uur, vier dagen)

Tegenlicht
Toevallig ging de laatste uitzending impliciet over dit onderwerp. Op maandag 8 september liet de redactie (die naar eigen zeggen al tien jaar geleden deze crisis voorspelde en van alle kanten belichte) onder de noemer Power to the people mensen uit binnen- en buitenland woord die in eigen omgeving hét verschil proberen te maken. Niet langer proberen de wereld (of 'de walvissen')  te redden, maar bijvoorbeeld je eigen eiland voorzien van windmolens en zonecellen om energie-onafhankelijk te worden van de grote energie-molochs. Of zzp-ers die gezamenlijk besluiten een zogenaamd broodfonds op te zetten om elkaar los van grote verzekeringsconcerns te ondersteunen bij ziekte en/of gebrek aan werk. Trendpsycholoog Tom Kniesmeijer noemde het in de (tweede) TrendeRede 2012 de 'Burgers van Stavast'. Ik zeg wat ik hoop en ik doe wat ik kan.

Valt er muzikaal ook iets te genieten?
Tempest, de cd , kreeg in de meeste bladen en kranten die ik onder ogen heb gekregen een goede ontvangst. Er waren mopperkonten (Ruud Meijer in HP/De Tijd) maar meestal werden goede cijfers uitgereikt. Je kunt in alle recensies wél opmerken dat de critici zoals gewoonlijk slechts enkele keren naar de plaat hebben kunnen luisteren. De deadline is dwingend en er moet een stuk of mening worden geventileerd. Daardoor doen de meesten het bijna 14 minuten durende nummer Tempest als muzikaal saai af. Dat valt ook wel te begrijpen. Dylan kiest hier voor een wals. Een stijl die ver afstaat van de meeste popcritici. En ten tweede gaat die wals maar door. Eindeloos. Er zit echter voor de goede luisteraar wel degelijk variatie in. De violist mag af en toe (overdreven gesproken) uit zijn dak gaan als The Watchman voorbij komt. Vier keer. Die ligt te dromen. Denkend aan de Titanic die naar de ondergang zal gaan.
In 'Cross the Green mountain is het zo mogelijk nóg saaier; de trom die maar door gaat met slaan (het ritme van de begrafenisstoet), het orgel en slechts één keer dat de gitarist 'uit zijn dak mag gaan'. Eén korte noot, aanslag in het voorlaatste couplet. Nét voordat de generaal wordt getroffen.

Meer informatie
Klik hier voor een artikel over 'Cross the Green mountain én Barack Obama (Music that comes from a far better land). En hier voor een stuk waarin de tekst nader wordt geanalyseerd (maart 2009)