Posts tonen met het label Jos Verveen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jos Verveen. Alle posts tonen

dinsdag 25 oktober 2011

Een boek kopen en zelfbeheersing

Roel Visser, de fotograaf
In een vergadering kwam op een mooie donderdag in oktober de naam Roel Visser 'voorbij'. Een Nederlandse fotograaf die al ruim twintig jaar lang op zijn manier onze samenleving in beeld probeert te brengen. Een bijzonder deel van onze samenleving.
Het ging over zijn recentste boek, Platter & dikker, net uit. En dat de mensen op die foto's op een bepaalde manier een relatie hebben met het thema Who's in control?

Kopen, is een daad stellen
Maar het kopen van een boek heeft op een andere manier ook met het jaarthema te maken. Een boek kopen is onbedoeld verworden tot een manier om je uit te spreken over wie er in een samenleving 'de baas is'. Wie bepaalt dat iets bestaat; blijft bestaan.

Onze impulsen
Én zegt iets over wie de baas is over onze primaire impulsen. Beiden - de foto's van Roel Visser en het aankopen van een boek - hebben iets te maken met de manier waarop onze samenleving in elkaar zit, hoe we onszelf daartoe verhouden en of we in staat zijn er een 'draai' aan te geven. Who's in control?




Henk Hofland
Het boek van Roel Visser is voor degenen die hem kennen, zijn werk volgen of tegenkomen in (de Nieuwe) Revu, NRC, Parool of HP/De Tijd, niet echt verrassend. Bijzonder is wel dat dit boek een lang essay bevat van (good old) Henk Hofland. Alhoewel iedereen die Henk Hofland 'volgt' niet verrast zal zijn of worden door zijn essay. Her en der heeft hij in zijn columns door de jaren heen verschillende aspecten ál aangekaart. Maar hier legt hij in een consistent verhaal een soort testament neer. Eén lange waarschuwing én verbazing over de samenleving waar we in Nederland (en het Westen) terecht zijn gekomen. Henk Hofland is op een bepaalde manier dé socioloog van ons land.




Iedereen heeft zijn of haar stokpaardjes
Zo ook Roel Visser. Die evenals de Engelse fotograaf Martin Parr een oog heeft voor excentrieke personen. Beiden fotograferen mensen die zich vooral uiterlijk van anderen onderscheiden. Op (willen) vallen door hun manier van kleden, gedrag en veranderingen die ze aan hun lichaam aanbrengen (sieraden, piercings, tatoeages). Mensen die platter en dikker zijn.

Hij is redelijk trouw aan zichzelf. Bekijk zijn fotoboeken De jaren negentig (1992), Hier in Holland (2000) en Platter & dikker (2011). Of blader door zijn foto-albums op zijn website.




Een boek kopen
Dus na afloop van de vergadering naar de boekhandel. In Veghel. Naar Bek. Een prima winkel. Veghel mag er trots op zijn. Helaas was het boek niet op voorraad. Dat kan. Jaarlijks verschijnen té veel (circa 13 duizend) boeken. Die een boekhandel in een klein provincieplaatsje niet allemaal op voorraad kan nemen of hebben. De mevrouw van de winkel bemerkte dat de potentiële klant de winkel ging verlaten en begon uit te leggen dat het bewuste boek óók bij hen besteld kon worden. Dat er geen extra kosten aan verbonden waren. En dat het morgen al bezorgd zou worden.

Die woorden kwamen ietwat moedeloos uit haar mond. Ze had al te vaak meegemaakt dat in voorkomende gevallen die potentiële klant naar huis ging en via bol.com het boek ging bestellen.




Leven en laten leven
Dit keer slaagde ze. Het kostte nog wel enige moeite om het boek te bestellen, maar enkele minuten later was het gepiept, betaald en kon ze opgelucht ademhalen. Ze had een klant behouden. Die op zijn manier bijdraagt aan het overeind houden van haar toko. Dat valt tegenwoordig niet mee, want ze moet een pand onderhouden, personeel en voorraad. Ze zit niet op een goedkoop (shabby) industrieterrein. Heeft Onvoldoende marketingpower. Exposure.




Zij moet als kleine zelfstandige opboksen tegen een moloch als bol.com. Die veel Veghelnaren en Nederlanders inmiddels gebruiken. Die zich niet (willen) realiseren dat ze daarmee hun lokale boekhandel direct ondermijnen. Ze leveren de marge die op alle boeken zit bij een anoniem bedrijf in en niet bij een (aardige?) familie Bek in Veghel. Die door er te te zijn écht bijdraagt aan het leefklimaat in Veghel. Klik hier voor een artikel over parasitair gedrag.

Occupy Wall Street speelt zich op veel meer terreinen af! Heeft vele dimensies.





Terughoudendheid, zelfbeheersing
Het kopen van een boek. Of een cd. Een paar schoenen. Het aankopen van een nieuw product is de laatste jaren veranderd. In die zin dat de meeste mensen de eigenschap van 'uitgestelde behoeftenbevrediging' zijn verloren. Althans, die eigenschap is afgezwakt. Ik zie vanavond bij DWDD (toevallig?) dat er een nieuwe film, boek of musical is. En ik móet meteen overgaan tot aankoop. Ik wil het méteen hebben. Daar spelen de bol.coms van de samenleving natuurlijk perfect op in. Kunnen dat ook als geen ander. Vanavond besteld voor tien uur en morgen al in huis. "Wat een perfecte wereld!" En die bezorgers hebben toch maar mooi (dankzij mij) een (onder)betaalde baan!




Ik ben toch maar mooi in control!
Nietwaar. Met ebooks kan het straks nog sneller. Of digitale muziek. Legaal of illegaal. Doet er niet toe. Ik wil het nu. Heb er toch recht op. Kan het betalen. Waarom nog wachten? Ik heb geen tijd om enkele dagen te wachten. Om bij een lokale winkel binnen te lopen. En enkele dagen wachten als het onverwacht niet op voorraad is.




Ouderwets denken?
Wellicht. Maar dit gedrag ondermijnt in zeer snel tempo onze lokale winkelgemeenschappen. Onze binnensteden. Doordat we als individu elk op onze eigen manier dit gedrag vertonen (we zijn tóch uniek) bevorderen we de afbraak van onze centra. Op een bepaalde manier lijkt dit gedrag op het uiterlijk vertoon van de 'slachtoffers' die Parr en Visser in beeld brengen. Gebrek aan zelfbeheersing. Terughoudendheid. Een van de zeven deugden is temperantia (gematigdheid, matigheid, zelfbeheersing).

Terugblik op lezing Jos Verveen
Op zondag 16 oktober 2011 hield ex-organisatie-adviseur Jos Verveen in De Linck in Oss zijn lezing in de reeks Who's in control? Centraal stond zijn in april van dit jaar verschenen boek Bullsh!t management. Waarin hij betoogt dat onze samenleving vergeven is van de managers en de 'technieken' die ze op hun medewerkers loslaten. Technieken die het werkplezier en rendement van het werk (dat door vakmensen gedaan moet worden) ondermijnt. Kappen ermee, is zijn boodschap. Maar dat zal niet meevallen. Managers en management zijn alom aanwezig en je moet van goede huize komen om als leidinggevende niet in die val te trappen. Tijdens de discussie kwamen de begrippen integriteit en zelfbeheersing voorbij. Leidinggevenden moeten integer zijn. In de zin dat ze in hun doen en laten niet (direct) gaan voor hun eigen belangen (zeg maar de bonusmentaliteit).




Je hoeft niet alles toe te passen
Jos Verveen vond dat managers werk zouden moeten maken van het begrip zelfbeheersing. Je hoeft als manager niet door te slaan op het 'managementpad'. Niet alle tips en trucs uit de management-'doos' hoef je op je medewerkers los te laten. Toon zelfbeheersing en begrijp dat het bedrijf waaraan je leiding geeft feitelijk niet om jou ('de manager') draait maar om de medewerkers die het werk moeten verzetten. Stel je dienend op. Ben voorwaardenscheppend bezig. Functioneer op de achtergrond en treed alleen naar voren als het functioneel is.




Zelfbeheersing
De foto's van Roel Visser en Martin Parr brengen mensen in beeld die met dat begrip - zelfbeheersing - niet zo veel hebben. Sterker, ze vertonen gedrag dat daar haaks op staat. Roel Visser en Martin Parr hebben een schrijvende evenknie, Theodore Dalrymple. Een Engelse psychiater die de laatste jaren dezelfde groep heeft beschreven. Mensen die niet langer geremd worden door sociale conventies. Die zich niks van anderen aantrekken. Hun eigen plan trekken. Het fuck-you gebaar letterlijk en figuurlijk maken. Mensen aan de onderkant van de samenleving. Én aan de vermeende bovenkant. Die impliciet tegen de meerderheid van de samenleving - die (nog) wel over enige zelfbeheersing beschikt - zeggen dat zij dood kunnen vallen. Dat ze doen wat ze doen. Omdat het nu eenmaal kan. Niet verboden is. Zij zich niets van die sociale conventies aantrekken.

Uitlokken, faciliteren, scoren
Dit proces van afnemende zelfbeheersing wordt - en dat beschrijft Hofland op een meesterlijke manier in zijn essay - door grote bedrijven gestimuleerd. Uitgelokt. Gefaciliteerd. Ogenschijnlijk keurige (hooggeplaatste, want rijke) mensen zitten er achter. Om mensen in compromitterende situaties te brengen. Uitlokken dat ze zich onsterfelijk belachelijk maken. Prima toch! Het scoort. Kijkcijfers. Meer advertenties. Meer winst.

Citaat - een bewustzijnsvernauwing
Begeren in het algemeen veroorzaakt een bewustzijnsvernauwing. Dat wil zeggen, de kritische vermogens worden verzwakt. In voorbije tijden beseften de meeste mensen dat heel veel begerenswaardigs niet binnen hun bereik lag. Want al het genieten moet betaald worden. Iedere consument heeft in principe evenveel recht op al het aanbod, maar niet alle mensen hebben genoeg geld.

Ook daarop heeft het consumentisme al vlug iets gevonden: de creditcard.

(Henk Hofland, pagina 30 Platter & dikker)




vrijdag 14 oktober 2011

Impliciet iets zeggen over Bullsh!t management en onze tijd

De voorzitter van de SER (Socaal-Economische Raad) is een slimme man. Erg slim. Alexander Rinnooy Kan is opgeleid als wiskundige. Gepromoveerd. Hoogleraar geweest. Heeft vele voorname posities bekleed. Is nooit minister geworden. Had best gekund. Wel politiek betrokken (D66). Werd in 2007, 2008 en 2009 uitgeroepen tot de meest invloedrijke man van Nederland. Dat had vooral te maken met het feit dat hij de SER-voorzitter was.


Een literaire liefdesverklaring
Als zo'n man in een nieuwe rubriek in NRC Handelsblad aan het woord gelaten wordt over een boek (Boekdelen) dan is het belangrijk wat hij noemt. En als slimme man noemt hij dan een boek dat hemzelf ongetwijfeld nog steeds aanspreekt maar zegt zijn keuze ook iets over zijn ideeën over 'de wereld' en welke kant die zich op zou moeten (gaan) bewegen.

Jos Verveen
Is een organisatiedeskundige die in het voorjaar van 2011 een kleine bestseller heeft geschreven: Bullsh!t management. Waarin hij zich afzet tegen de 'kaste' van de managers. Die in veel bedrijven, instellingen en organisaties de laatste decennia steeds meer in de plaats gekomen zijn van ...

Johan Fabricius
Alexander Rinnooy Kan zet een boek van deze schrijver in het zonnetje. Noemt het een klassieker. Roept uit dat er weinig boeken uit 1924 zijn die nog steeds gelezen (kunnen) worden. Een jeugdboek. Een historisch verhaal. Een tijdloos onderwerp. Rinnooy Kan haalt uit De scheepsjongens van Bontekoe personages naar voren die op een bepaalde manier nog steeds alom aanwezig zijn.

Persoon A - de leider
"De schipper van de jongens is een geweldige, inspirerende leider. Hij weet precies wat hij wil, aarzelt geen seconde en is een rots in de branding. Hij wordt door zijn mannen op handen gedragen; de scheepsjongens zijn enorm aan hem gehecht. Bontekoe is een voorbeeld van wie we heden ten dage nog veel kunnen leren. Hij schept duidelijkheid en gebruikt zijn formele macht eigenlijk nooit."

Persoon B - de baas
"Fabricius voert ook nog een andere schipper op, Bruinvis, en met hem toont de schrijver heel knap een andere stijl van leiderschap. Bruinvis is ook een goede vakman, maar kan alleen de wind er onder houden met behulp van het recht van de schipper om lijfstraffen uit te delen. Hij waarschuwt dikwijls: 'Denk er om, Juffer Driestreng ligt altijd klaar!' Bontekoe heeft dat helemaal niet nodig. Door zijn wijsheid, ervaring en karakter heeft hij zoveel gezag dat hij geen beroep hoeft te doen op de machtsroute. Waarachtig leiderschap berust op gezag en niet op macht. Het is een van de vele redenen dat dit boek een permanente charme heeft: de stereotypen van Fabricius hebben een tijdloze betekenis."

Persoon C - de koopman
"Fabricius bouwt ook heel treffend iets in over de spanning tussen arbeid en kapitaal. Er is een koopman aan boord, koopman Rol, een vertegenwoordiger van het kapitaal. Er is een zin die mij altijd is bijgebleven, als de koopman een beetje zenuwachtig is: 'Hij wreef zich in de bleke handen.' Dan zie je al direct: dat is geen prettige man. Die bleekheid steekt mooi af bij de zeelieden met hun gebruinde koppen en armen. Er zijn een paar momenten in het verhaal dat die koopman gaat zeuren over het kapitaal dat verloren dreigt te gaan en de te bedienen zakelijke belangen. Bontekoe maakt duidelijk dat dat uiteindelijk niet zijn allereerste zorg en verantwoordelijkheid is. Hij is er voor de behouden aankomst van de bemanningsleden. Dus hij kiest vóór de arbeid en als het niet anders kan, tégen het kapitaal. Zelfs voor die dimensie is in het boek ruimte. Je wordt als jongen op een geheel niet drammerige of dogmatische manier voorbereid op die traditionele sociaal-economische spanning."

De moderne pedanten
Rinnooy Kan kan zich ongetwijfeld (deels) herkennen in het pleidooi van Jos Verveen om het té grote aantal managers met hun managementtechnieken flink terug te brengen. Je hebt leiders en bazen. Managers behoren (vaak) tot de tweede groep. Gelukkig hebben de dames en heren anno geen Juffer Driestreng meer in hun portfolio, maar weten velen angst aan te jagen met hun 360 graden feedback verhalen, POP- en PAPpen, proactieve incencitives of andere mumbo jumbo.

Lulkoek-bingo kan overal in Nederland gespeeld worden.


Rinnooy Kan weet als geen ander dat ons land vergeven is van de Bruinvissen en dat er verdomd weinig Bontekoes zijn. Die weten wat ze willen, zich niet gek laten maken, de weg wijzen, voorleven en zelfs tijdens grote crises niet in paniek vervallen en hun ondergeschikten wijs maar met strenge hand naar de (natuurlijk!) glorieuze toekomst begeleiden.

Ook zegt de SER-voorzitter iets over de keuze die we als samenleving moeten maken. Willen we doorgaan op de neo-liberale weg, terugzwaaien naar ons min of meer verwaarloosde Rijnlandse 'systeem' of gaan we (noodgedwongen) op zoek naar een ander economisch model om te ontsnappen aan alle majeure problemen van onze tijd. Die discussie moet gevoerd worden. Er zijn talloze signalen die daarop wijzen. Who's in een samenleving in control?

Geen drammer
Rinnooy Kan is politiek bewogen. Geen drammer. Is voorzitter geweest van de belangrijkste werkgeversclub van Nederland (VNO). Maakt zich echter grote zorgen over de daad- en slagkracht van Nederland.

Vanuit die optiek geeft hij 'zelfs' in een 'leuke' rubriek een signaal af.

De liefdesverklaring van Alexander Rinnooy Kan is één lange verzuchting. Bontekoe heeft ons land al lang geleden verlaten. De managers en kooplui hebben de 'winkel' overgenomen. En zelfs een Innovatieplatform, waar Rinnooy Kan (natuurlijk ook) deel van uitmaakte, heeft daaraan ook (nog) geen positieve draai kunnen geven.

Een vierde persoon - optimist, doener
"En dan de scheepsjongens zelf. Scheepsjongen Hajo is de vleesgeworden vooruitgang. Hij is van eenvoudige komaf, deugt nergens voor en zijn vadert is overleden. Maar hij gaat naar zee, een kansrijke omgeving waarin je zonder belemmerd te worden door wat mensen al over je weten, je positie opnieuw kunt innemen - jezelf kunt herdefiniëren. Hajo benut die kans en wordt uiteindelijk door Bontekoe En Bruinvis aanbevolen als stuurman. Hij gaat als jongen weg, maar komt als man terug, natuurlijk nog steeds dol op zijn moeder."

In het artikel staat niet wie Rinnooy Kan voor zich ziet. Maar hij hoopt dat een nieuwe generatie scheepsjongens zal opstaan. Die door hard werken en met een open geest het verschil gaan maken.

De TrendRede 2012
Ook wordt in de liefdesverklaring door Alexander Rinnooy Kan niet gerept over de TrendRede 2012. En een begrip dat daar én in De scheepsjongens van Bontekoe wél nadrukkelijk wordt genoemd: een jongen van stavast.

De burger van stavast
Dat is de centrale man of vrouw in de visie van de auteurs van de TrendRede 2012. Die zich de komende jaren naar hun verwachting zal (gaan) manifesteren. Die groep vertoont (karakter)trekken van Bontekoe (de leider) en Hajo (de doener). Deze burgers van stavast zullen de komende jaren op hun manier binnen hun omgeving stappen zetten om uit onze huidige impasse te komen.

De slotregels
"Het boek doet je als jongen de wereld anders beleven en creëert het bewustzijn dat er grote vragen aankomen. Als ik het herlees zie ik dat het verhaal niets van zijn charme heeft verloren. Het is een classic in elke zin van het woord. Hoeveel boeken die in 1924 verschenen lezen we nu nog? Als je Kruimeltje herleest, lees je het met sentiment; dit herlees je met emotie."

Meer lezen?
Klik hier voor de volledige tekst van De scheepsjongens van Bontekoe
Website voor de TrendRede 2012
Een ander artikel over de TrendRede 2012
Een artikel over de documentaire Inside job
De lezing van Jos Verveen op zondag 16 oktober 2011 in Oss

Kruimeltje is toevallig een musical.
Benieuwd wat dit over Nederland zegt.

dinsdag 27 september 2011

Lezing Jos Verveen - Who's in control? 16 oktober 2011

"Tegen de terreur van managementsystemen is geen enkel systeem opgewassen. Er is maar één remedie: zelfbeheersing! Hiermee bedoel ik de zelfbeheersing om als organisatie niet als een blind paard te investeren in zaken, die niets, maar dan ook helemaal niets met de essentie te maken hebben."


Tweede lezing in de reeks Who's in control?
Op zondag 16 oktober verzorgt Jos Verveen de tweede lezing in de reeks Who's in control? Hij is de auteur van het boek Bullsh!t management. Een boek dat een felle aanval bevat op het fenomeen 'management' dat in alle bedrijven, instellingen en organisaties overheersend aanwezig is. Hij zet grote vraagtekens bij het nut van managers, management en het onderliggende denken dat er vanuit gaat dat managers moeten vertellen 'hoe het moet'. Hij bepleit dat veel managers zich weer met hun'' échte' vak gaan bezighouden. Dat is niet alleen goed voor hun ondergeschikten maar ook voor henzelf. Té veel tijd en energie gaat zitten in management-achtige zaken. Té veel bullsh!t.


Jos Verveen
Jos Verveen is een organisatiedeskundige die in april 2011 een boek publiceerde dat binnen en buiten de wereld van de organisatiekunde veel stof heeft doen opwaaien. Hij bepleit in Bullsh!t management dat bedrijven minder de nadruk moeten leggen op management en managers. Sinds ene meneer Frederick Taylor in de Verenigde Staten het 'management' 'uitvond' heeft is in de meeste bedrijven en organisaties té veel de nadruk komen liggen op het managen van medewerkers, het product enzovoorts. In veel bedrijven lijkt het alsof het gaat om het managen en minder om waar een bedrijf of instelling feitelijk ooit voor is opgericht. Hij bepleit dat er meer de nadruk wordt gelegd op de inhoud en minder op zaken die in de ideale situatie voorwaardenscheppend én op de achtergrond in een organisatie of bedrijf op de achtergrond (zonder de échte professionals te hinderen) moeten plaatsvinden. In dat kader bepleit hij ook dat een eind wordt gemaakt aan de plaag om iedereen manager te noemen. Een kennismanager heet voortaan weer bibliothecaris, een account manager gaat weer als verkoper door het leven en een office manager transformeert terug naar secretaresse.

Jos Verveen heeft een vlotte pen. Het is bijna een pamflet, alleen is het daarvoor iets té lang. Uiteraard overdrijft hij maar de kern van zijn boodschap zal velen aanspreken. Managers en degenen die gemanaged worden. Verveen wil managers als het ware bevrijden uit de rol waar ze in terecht zijn gekomen. Een rol waarin ze vooral bezig zijn met procedures, anderen de maat nemen en voorschrijven en zelden meer bezig kunnen zijn met de inhoud van het werk. Waarvoor ze (toch) ooit zijn opgeleid of waarom ze bij een bepaald bedrijf of instelling gingen werken.


Blurbtekst op Managementboek.nl (hoe ironisch)
Op de website van managementboek.nl wordt uiteraard het boek Bullsh!t management aangeboden. Sterker medio juni staat het nummer 1 in hun top 10 van best verkochte managementboeken. Het boek wordt als volgt geafficheerd:

'Leiderschapstrainingen, strategische analyses, dikke beleidsnota’s en eindeloze statistieken. Om nog maar te zwijgen over esoterische Tsjakka-trainingen, teambuildingsessies in een hutje op de hei en crossmediale imagocampagnes. Sinds de uitvinding van management, een eeuw geleden, halen managers en adviseurs alles uit de kast om de prestaties van organisaties te beïnvloeden. Maar wat zijn al die bedenksels nu werkelijk waard?

‘Bullshit Management’ rekent af met de wijdverspreide overtuiging dat investeren in management zin heeft. Het kraakt kritische noten, want voor succes blijkt geen enkele wetenschappelijke blauwdruk te bestaan. En sterker nog: door al die modellen, methoden en termen verliezen steeds meer organisaties hun essentie uit het oog. Dit boek is een oproep om te stoppen met management en het heft weer in eigen hand te nemen. Want zo uniek als organisaties met hun producten of diensten kunnen zijn, zo bijzonder kunnen zij zich ook organiseren. Daar heeft u volgens Jos Verveen dus eigenlijk helemaal geen managementboek voor nodig ...


Wat er aan vooraf ging
De afgelopen jaren heeft BasisBibliotheek Maasland andere sprekers over het onderwerp dat Jos Verveen aansnijdt aan het woord gelaten. Uiteraard deden ze dat elk op hun manier, met andere argumenten maar telkens wel met hetzelfde oogmerk. Dat houdt in dat deze sprekers vonden (en vinden) dat in té veel organisaties, bedrijven en instellingen de ouderwetse vakman het loodje heeft gelegd. Op een zijspoor is gerangeerd, ten faveure van de kaste die gemakshalve wordt weggezet als 'de managers'. Een beweging die uiteindelijk (ondanks alle marketingtaal, retoriek, ja zelfs newspeak) leidt tot minder kwaliteit.

Sprekers waren in 2006 Jaap Peters (van het boek Intensieve menshouderij : hoe kwaliteit oplost in rationaliteit), de filosoof Ad Verbrugge in 2004, 2006 en 2009 (van het boek Tijd van onbehagen en zijn inzet voor meer respect voor de docent in het onderwijs), Herman de Regt en Richard Engelfriet die in 2010 een warm pleidooi hielden voor vakmanschap en 'potsenmakers' als de cabaretier Jeroen van Merwijk (in 2006) (NEE = Nieuw Elitair Elan) en muzikant/documentairemaker Leon Giessen (alias Mondo Leone in de reeks Onmetelijke kwaliteit - april 2008).


Volg Jos Verveen op Twitter

Weblog Jos Verveen (als D66 gemeenteraadslid Rotterdam)

Informatie over de lezing
De lezing wordt gehouden in de Openbare Bibliotheek van Oss,
Raadhuislaan 10 5341 GM
Zondag 16 oktober 2011 van 14.00-16.00 uur
Kaarten kosten €7,-- per stuk. Bibliotheekleden betalen €5,--

Klik hier om online kaartjes te kopen

Enkele citaten die een beeld geven van de inhoud van het boek en de stijl van Jos Verveen:


Het geloof
"De organisatie wetenschap heeft kortom niets met de waarheid te maken, hooguit met een, bij voorbaat kansloze, zoektocht naar de waarheid. Iedere vorm van bewijs dat het zou werken, ontbreekt en het rendement is uiterst dubieus of zelfs aantoonbaar negatief. Maar als organisatiewetenschap geen vak of geen leer is, wat is het dan wel? Het antwoord is simpel. Management is niet meer en niets minder dan een geloof, zoals er ook mensen zijn die in een God geloven, in Allah, in de eigen kracht van mensen, in geesten, in vriendschap, in lopen over vuur, in gesprekken met bomen, in staken, in neurolinguïstisch programmeren, in rechtvaardigheid, in de vrije school, in referenda, in het huwelijk en in wereldvrede. En het geloof in management is zó sterk en zó overtuigend gebracht dat, ondanks dat bewijzen ontbreken, er inmiddels een enorme schare volgelingen is, zoals ook de kerken ooit uitpuilden omdat mensen het óók geloofden. () Het zal niet lang meer duren voordat het aantal wereldwijd verkochte managementboeken, het aantal verkochte bijbels zal inhalen". (pagina 31-32)


What's in the name?
Ik vraag, voor de aardigheid en een beetje voor het vermaak, als iemand 'huppeldepup manager' op zijn kaartje heeft staan, vaak wat dat betekent. Eerst gaan ze dan uitleggen waar 'huppeldepup' voor staat, maar dan maak ik snel duidelijk dat ik de term 'manager' bedoel. De meeste antwoorden beginnen toch wel met zoiets als: 'Ik regel hier dat ...' of 'Ik ben verantwoordelijk voor ...' Blijkbaar zorgt een manager ervoor dat het goed komt. De vraag is natuurlijk of je dat niet van een ieder binnen de organisatie mag verwachten. Wellicht is het daarom inderdaad een goed idee om vanaf morgen iedereen tot manager te benoemen of nog beter: niemand meer tot manager te benoemen want dat scheelt een hoop gedoe. Als je eenmaal manager bent, moet je meedoen met strategische sessies, beleidstrajecten, klankbordgroepen, brainstorms, monitoring en evaluaties. Als je pech hebt moet je ook meedoen met teambuilding in de Ardennen. En mag je, nadat onder externe en onafhankelijke procesbegeleiding flip-overvellen vol zijn gekalkt met mission statements, sterkte/zwakte-analyses, strategische succesfactoren en to-do-listen, als klap op de vuurpijl ook nog op je kop aan een boom hangen omdat daarmee de samenwerking zou verbeteren". (pagina 50)

Zelfbeheersing!
"Tegen de terreur van managementsystemen is geen enkel systeem opgewassen. Er is maar één remedie: zelfbeheersing! Hiermee bedoel ik de zelfbeheersing om als organisatie niet als een blind paard te investeren in zaken, die niets, maar dan ook helemaal niets met de essentie te maken hebben: cultuurveranderingstrajecten, dikke proceshandboeken met ingewikkelde stroomschema's, 360-graden feedbackgesprekken, managementdevelopmentprogramma's, organisatie in slaap sussend medewerkerstevredenheidsonderzoeken, dure merkwaarden exercities, ingewikkelde marketingonderzoeken en strategische concurrentieanalyses. En ik bedoel met zelfbeheersing ook het weerstaan van de verleiding om onder druk van uitvoerende medewerkers die nu ook eindelijk een carrière als manager willen maken, extra (management)lagen te creëren". (pagina 65)


Tjoptjop, aan het werk!
"Als we stoppen met management, wat betekent dat dan voor al die managers? Tja, goede vraag! Het antwoord is simpel! Die kunnen, net als de andere medewerkers gewoon weer inhoudelijk aan het werk. () Heel erg gemist zullen onze managers niet worden, want als al die tevredenheidsonderzoeken iets hebben opgeleverd, is het wel het vrij unanieme beeld dat de gemiddelde medewerker baalt van het management.
Het beeld dat uit de verschillende onderzoeken naar voren komt, is dat managers niet bepaald geliefd zijn. In de ogen van medewerkers staan ze te ver van de werkvloer en zijn ze onvoldoende gericht op waar het in essentie om draait. Veel managers worden als vaag ervaren. Het blijft vaak onduidelijk wat ze nu precies willen. Managers vinden het prettiger zich bezig te houden met beleid, regels, procedures en protocollen dan met mensen. Beleid en procedures zijn immers tastbaar en goed te sturen. Mensen niet, die zijn emotioneel, lastig en lezen de handboeken, hand-outs en excel-overzichten veel te slecht". (pagina 120-121)


Prima zonder
"Een organisatie kan prima zonder management als aan twee belangrijke voorwaarden is voldaan: scherp voor ogen hebben waar het om draait en uitstekende mensen". (pagina 124)

Ja, maar ... Je hebt toch bazen nodig?
Je hebt zeker bazen nodig! Er is niks mis met directeuren die richting geven en er is ook niks mis met hiërarchie, subbazen en onderbazen. Zolang die bazen zich richten op waar het in essentie allemaal om draait, met de inhoud bezig zijn én vakmensen zijn, is hun toegevoegde waarde uiterst groot. Ze vervullen namelijk ook een rol in het doorgeven van de essentie van de organisatie op (nieuwe) medewerkers, maar zijn vooral onmisbaar in het overdragen van kennis en vaardigheden als meewerkende voormannen en -vrouwen. Vanwege hun expertise zijn ze onmisbaar bij het oplossen van de meer complexe inhoudelijke vraagstukken.
Laat deze mensen echter met rust waar het gaat om allerlei managementtheorieën en -technieken. Bazen die zelf niet met de inhoud bezig zijn en 100 procent aan het managen zijn, hebben geen toegevoegde waarde. () Vrijwel alle organisaties zijn ooit begonnen met een droom en vrijwel allemaal lopen ze het risico te eindigen als een nachtmerrie. Ook uw organisatie! (pagina 142-143)


Een typisch voorbeeld van grimlachen.

Aanvulling: de ultieme kudde van Mark Earls

In 2010 verscheen De ultieme kudde : het begrijpen en beïnvloeden van massagedrag (Maven, 416 pagina's). Daarin bepleit deze Engelse marketingman dat in tegenstelling tot wat velen denken de mens geen individualist, noch een rationeel wezen is. Integendeel: het gros van het menselijk handelen wordt aangedreven door emoties én is er op gericht om deel uit te kunnen maken van een gemeenschap. De Engelse titel heet niet voor niets Herd : how to change mass behaviour by harnessing our true nature.

In dit bevlogen en lezenswaardige boek staat een hoofdstuk over de rol die managers of het management in zo'n wereld (waar niet het ik maar de 'kudde' centraal staat en men snapt dat mensen emotionele, en minder rationele wezens zijn) zouden moeten spelen. Dat gedachtegoed slaat perfect aan op dat van Jos Verveen. Enkele citaten om dat te illustreren

De eenzaamheid van de manager
Als je als manager de menselijke kuddeaard voor je wilt laten werken, dan moet je leren te laten varen. Je moet als het ware aan de zijlijn kunnen gaan staan nadat je je werk gedaan hebt.
Want een () modern bedrijf () is een complex, flexibel systeem. Het beste wat je kunt doen, is het vuur van een ideaal en een overtuiging aansteken, de interactieregels vaststellen en dan de gespreide intelligentie in het systeem de vrije loop laten om haar eigen patronen te vormen. (p. 347)

Kinderen van een mindere God
De neiging die alle managers lijken te hebben om hun personeel gedragsinstructies te geven, is moeilijk te bedwingen. We noemen dit micromanagement. Het idee dat 'menselijke productiemiddelen' lui, onkundig of gewoon onbetrouwbaar zijn, is al even wijdverbreid. En ook dat je hun prestaties moet controleren en steeds blijven controleren, zoals Taylor aanbeval. Een machineachtige efficiency van werknemers - en de gedachte dat die haalbaar is - speelt nog steeds een grote rol in het denken van iedere manager. (p. 349)

Maar de grootste erfenis van de taylorisatie is dat mensen gezien worden als rationele machineonderdelen (waarom lijken de organogrammen die we van onze organsiatie tekenen op het bekabelingsschema van mijn computer?), waarvan we de arbeid fijn kunnen afregelen of omvormen. Als we iets willen veranderen aan de prestatie van ons personeel, dan denken we dat we iedere functie gedetailleerd kunnen en moeten beschrijven. Als managers en bedrijfseigenaren maar de juiste, 'wetenschappelijke' instrumenten en methoden gebruiken, kunnen ze hun menselijke kapitaal optimaal beheren en het maximale er uithalen. (p. 350)

Een andere visie
Voor een aanhanger van de kuddetheorie is dit duidelijk onzin, die onze aard helemaal verkeerd begrijpt. We zijn niet rationeel, we zijn geen geïsoleerde individuen, we leven ons leven alleen in gezelschap (werkelijk of ingebeeld) van anderen. (p. 350)

Een ander soort werknemer
Voor de meeste werknemers in het Westen bestaat de essentie van het werk daarom uit het gezamenlijk oplossen van complexe problemen, waartoe informatie wordt uitgewisseld en een beroep wordt gedaan op diverse soorten kennis. ()
Als we de prestaties van een bepaalde groep medewerkers willen verbeteren, is het probleem natuurlijk dat de oude management ideeën en instrumenten (die van Taylor of die van de HR-kliek) niet meer relevant zijn. (p. 353)