dinsdag 10 april 2012

Introvert

Van de Amerikaanse schrijfster Susan Cain verscheen onlangs de vertaling van haar boek Quiet : the power of introverts in a world that can't stop talking.

Daarin houdt ze een warm pleidooi voor de positieve bijdrage van introverte mensen aan onze samenleving. Ze slaat daarin door. Legt té veel de nadruk op die positieve aspecten. Maar dat doet ze bewust:

We zijn nu al zo lang gefocust op de extraverte mens dat het tijd is de boel in balans te brengen. Vergelijk het met vrouwenemancipatie. Het heeft zo lang geduurd voordat vrouwen voor vol werden aangezien en hun talenten werden benut. Die lans breek ik nu voor introverte mensen.

Dit citaat komt uit een interview in De Volkskrant (van maandag 2 april 2012). De aanleiding voor dit artikel was de verschijning van Stil : de kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen. Maar ook het opmerkelijke succes van haar TED-toespraak: The power of introverts. Die sinds het in maart werd geplaatst al door meer dan 1.7 miljoen mensen is bekeken (stand op maandag 9 april 2012 1.747.726). Een verhaal dat aanslaat. Voor veel introverte mensen een soort erkenning is. Dat zij er ook toe doen. In onze door extraverten geregeerde en overheerste wereld.
Who's in control?
Susan Cain werpt een opmerkelijke vraag op: doen introverte mensen er ook toe? Of draait de wereld alleen door de inzet van extraverte mensen? Het antwoord is natuurlijk dat introverte mensen er wel degelijk ook toe doen. Alleen stellen die zich vaak té bescheiden aan de rand op. Hoeven niet zo nodig de credits te krijgen. Maar Susan Cain doet meer als dat beeld bevestigen. Ze bepleit met argumenten dat introverten meer waardering zouden moeten krijgen. Sterker. Ze beweert dat veel van onze huidige problemen niet hadden bestaan als er door de extraverten onder ons meer naar de argumenten van introverten was geluisterd. Denk aan de bankencrisis. Door extraverte bankiers zijn bewust grenzen overschreden. Die hebben niet geluisterd naar signalen van (introverte) collega's en ondergeschikten dat hun 'producten' niet altijd correct waren. Om het netjes te zeggen.

Bijschrift toevoegen
Je ziet ze alom
Het boek van Susan Cain is sinds verschijning in januari een grote bestseller in de Verenigde Staten. Ze beschrijft zaken die velen aanspreken. Haar verhaal is an sich niet uniek. Mensen zijn al veel eerder en door anderen ingedeeld in introvert/extravert. In haar boek haalt ze de geschiedenis op. Maar blijkbaar is de tijd rijp om de introverte mens naar voren te halen. Als een tegenwicht tegen de extraverte meerderheid die er op veel terreinen een potje van heeft gemaakt.

Klik hier om te testen of u introvert of extravert bent (samengesteld door Susan Cain voor Time, januari 2012) (shyness, verlegenheid is echter iets anders als introvert zijn)

Voorbeelden alom
Susan Cain doorspekt haar vlot geschreven boek met veel voorbeelden. Daardoor komen vanzelf voorbeelden uit de actualiteit, je eigen omgeving en de wereld van de fictie bovendrijven. Overal zitten ze.

John Leerdam
John Leerdam - een échte extravert
Enkele dagen na het Volkskrant-interview liet PvdA-politicus John Leerdam zien hoe een extravert persoon de fout in kan gaan. Hij ging al te gretig in op vragen over een niet bestaande terrorist (Jael Jablaba) en vermeende standpunten van de al zes jaar in coma liggende Israëlische ex-premier Sharon.

Marcel Metze - de hoogmoedigen
Marcel Metze heeft de afgelopen jaren veel geschreven over het Nederlandse bedrijfsleven. Hij kent de toplui van grote bedrijven als geen ander. Weet wat hun beweegt, waar ze de fout in gaan. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van (zijn) uitgever Balans schreef hij een kort boekje: De hoogmoedigen. Een pamflet waarin hij aangeeft wat er mis in de top van veel bedrijven. Tevens is het onbedoeld een perfecte illustratie van het gedachtegoed van Susan Cain. Enkele citaten:

Maar de meesten werden opgeleid tot wat de eminente managementdeskundige Henry Mintzberg noemt: calculerende managers, intellectueel en cognitief op hoog niveau, maar sociaal en emotioneel laag ontwikkeld en ver verwijderd van bredere ethische concepten - tot types als Marion Gout, zeg maar. En omdat de managementopleidingen in West-Europa zich door de Amerikaanse lieten inspireren, kreeg ook het Europese bedrijfsleven geleidelijk meer van dergelijke managerstypes in zijn kantoren. (pagina 38-39)

Het nieuwe kapitalisme, dat zich vanaf begin jaren tachtig heeft ontwikkeld, draait om flexibiliteit, kortetermijn-winstmaximalisatie, de voortdurende verbouwing van organisaties en de permanente destructie en creatie van banen. Het centrale motto van het nieuwe kapitalisme is No Long Term. De gevolgen voor het individu zijn ingrijpend. In het nieuwe kapitalisme leven mensen in constante onzekerheid. () Het opbouwen van ervaring, van een carrière en van een professionele identiteit heeft in het nieuwe kapitalisme weinig waarde. Verandering is heilig, het leven wordt een aaneenschakeling van risico's en kansen, eigenlijk één grote gokpartij. In zo'n wereld raken mensen moreel op drift, constateert Sennett, en hij illustreert dit aan de hand van een reeks individuele gevallen. Ze ontwikkelen een fluïde en gefragmenteerd professioneel zelfbeeld, waarin weinig plaats is voor langetermijnwaarden als betrokkenheid, doelgerichtheid, loyaliteit, principes of voor een eigen levensverhaal - kortom: voor die aspecten via welke het persoonlijke karakter van de mens zich vormt en tot uitdrukking komt. (pagina 71-72)
 
Tot overmaat van ramp zijn de moderne MBA-type managers behalve egocentrisch, overbetaald en monomaan ook nog eens fundamenteel conservatief. Dat komt, omdat ze meer nadruk leggen op exploitatie dan op exploratie, stelt Henry Mintzberg. Ze zijn zó met winst en efficiency bezig dat ze het creatieve talent van hun organisatie verstikken. Ze denken dat ze open van geest zijn en gericht op verandering, maar in werkelijkheid streven ze meestal naar formalisering en centralisering, aldus Mintzberg. Velen van hen ontwikkelen zich in de praktijk tot bureaucraten. Geen enkele MBA-opleiding propageert dit, maar de nadruk op systemen, prestatiecriteria en formalisering leidt daar als vanzelf toe. (pagina 80-81)


Belazert pappa zijn klanten?
Onder deze kop beschreef Joris Luyendijk in NRC Next een introverte man in Londen die op zeker moment inzag dat zijn werkgever hem dingen liet doen die niet bij zijn aard pasten. Joris Luyendijk is de laatste maanden bezig om The City in Londen in kaart te brengen. Het financiële hart van Londen. The City, die op haar manier maar al te betrokken is geweest bij de financiële crisis waarin we nu al weer enige jaren zitten. Hij probeert als socioloog een beeld te geven van de mensen die daar werken. Op donderdag 5 april beschrijft hij ene Roger. Een aardige man van in de dertig die jarenlang werkzaam was als derivaten-structurer. Een beroep dat hij niet eens probeert uit te leggen. Handelaar in gebakken lucht

Het was het verhaal van dr. Faust. Ik verkocht mijn ziel aan de duivel voor een zak met geld, en de duivel kreeg mijn morele integriteit ervoor terug. Dat vond ik lange tijd prima, en toen niet meer. Vanwaar die omslag? Het was niet één bepaald moment, geen donderslag van inzicht. Maar je moet jezelf  elke ochtend in de spiegel kijken. Ik ging me voorstellen hoe ik ooit een zoon of dochter zou krijgen die zou vragen, papa wat doe jij eigenlijk voor werk. Wat moest ik dan antwoorden? 'Nou lieverd, papa belazert zijn klanten?'

Een typisch voorbeeld van iemand die zich afvraagt of hij bijdraagt aan het (laten) ontstaan van echte waarde(n).

Intouchables
In de filmhit van 2012 én feelgood movie van het jaar zijn de twee hoofdpersonen op allerlei manieren elkaars tegenpolen. De verlamde, rijke, goedopgeleide blanke man is 'de' introvert. En zijn zwarte verzorger is zeer extravert. Toch passen ze bij elkaar. Vullen elkaar aan. Susan Cain beschrijft het op haar manier. Ook vormen de verlamde miljonair Philippe en zijn vlotte hulp Driss een illustratie van het verhaal van sir Ken Robinson dat in een goed (creatief) team de 'leden' elkaar aanvullen. Respect hebben voor elkaars zwakheden.

Lord Grantham
Downton abbey
In de Engelse tv-serie zitten typische voorbeelden van introverte én extraverte personen. In de slotaflevering van het tweede seizoen (de kerstspecial) roept de introverte Lord op zeker moment uit "I couldn't do any more chatter". Hij is het zat. Praten over ditjes en datjes, terwijl een van zijn ondergeschikten in de dodencel zit. In diezelfde aflevering probeert de extraverte valet in het gevlei bij zijn Lord te komen door diens hond kwijt te maken. Met het oogmerk om hem later te vinden. En vinden de voor elkaar bestemde introverte lady Mary en neef William elkaar aan het eind. En complimenteert de extraverte huisbazin mrs. Hughes het introverte huismeisje Anna "You're both highly valued".

Darcy en Elisabeth
Van Downton abbey is het een kleine stap naar Pride & Prejudice. Het boek en de BBC-tv-verfilming uit 1995. Waarin de zeer introverte mr. Darcy zichzelf veel moeite moet getroosten om boven zijn aard uit te 'stijgen' om de extraverte Elisabeth te krijgen.


Meer lezen?
Martin Olsen Laney. Het introverte type : een stille kracht (2005)
Renee Baron. Helemaal mijn type! : ontdek hoe je ook als tegenpolen een langdurige en succesvolle relatie kunt hebben (2011)
Marlies Brenters. De carrière code : ontdek het geheim achter een succesvolle loopbaan met je MBTI-persoonlijkheidstypes (2010)

Susan Cain. Stil : de kracht van introverte mensen in een wereld vol geklets (2012)

zondag 18 maart 2012

Zonder commentaar


De vraag Who's in control? heeft vele aspecten. Dat is op deze plaats al vaak beweerd. Hieronder de oogst van twee weken knippen. Uit kranten.

Waar het debat gevoerd wordt. Niet over de vraag who in control is. Zoveel aanzien heeft dit thema op landelijk niveau niet (we weten onze plaats). Maar je kunt bij deze artikelen wel die vraag stellen.

Is er iemand in control? Kan iemand in control zijn? Wat betekent dat: in control zijn?


De blije Apple-kopers
Het was bijna onmogelijk om de opening van dé Apple-flagstore in Amsterdam te missen. Een hoogtepunt in ... Tja, in wat? Enkele dagen na die fantastische opening kwam een verslaafde in zijn Volkskrant-column daar op terug. Ietwat besmuikt, maar toch. Betrapt in zijn consument-zijn.

Peter Giesen over Het menselijk tekort
Er is echter één probleempje. Er zijn inmiddels meer non-conformisten dan conformisten. Apple is groter dan Dell. Volgens de wetten van het snobisme wordt de weg omlaag nu ingezet. Apple is niet meer dat sympathieke, alternatieve merk, maar een arrogante grootmacht, die producten maakt waarvoor Jan Kontje in de rij staat. Het wachten is op een nieuwe uitdager.

() Als de massa uit non-conformisten bestaat, kun je eigenlijk maar op één manier rebelleren, zeggen Heath en Potter. 'Draag een uniform. Als je het consumentisme echt een klap wil toebrengen, moet je elke dag het zelfde dragen', aldus Potter. Twee spijkerbroeken, twee identieke overhemden. Een stel in de was, wen stel aan je lijf. Een even simpel als hip idee.

Lees ook: Neil Boorman. Merkenmoe : hoe ik leerde leven zonder logo's (2008)


Bekende Nederlander

Op maandag 5 maart verscheen de eerste column van Marian Donner (Lily, 2011) in NRC Next. Daarin ging ze in op de "ontdekking" dat Bekende Nederlanders betaald krijgen om als BN-er bepaalde uitspraken te doen en bijbehorend gedrag te vertonen. Niet erg verrassend, zou je zeggen. Maar toch.

Nieuw voor mij was echter dat al die BN'ers daar ook voor worden betaald. Hoeveel, dat hangt af van hun herkenbaarheid. En dus doet iedereen zijn kunstje. Karaktertrekken worden uitvergroot, nuance gaat de deur uit. Jan Mulder speelt vooral dat hij Jan Mulder is.

() Ooit zei Rijkman Groenink dat hij die bonus van ABN-Amro helemaal niet had gewild. Hij had hem "in woede aanvaard". Maar volgens hem hoorde het er nu eenmaal bij. Hij was een bankdireceur die speelde dat hij bankdirecteur was. Misschien past het gewoon bij deze tijd. Wie een kraikatuur van zichzelf maakt, is verreweg het beste af.


Doorgeschoten

NRC Next publiceerde op woensdag 14 maart een ingezonden brief van Hester Marcander over het doorgeschoten test-circus. Dat regeerders en bestuurders de indruk geeft dat ze goed bezig zijn in het onderwijs. Terwijl vanuit verschillende kanten tegengestelde geluiden komen. Vooral van de praktijkmensen. Het doorlopende testen van kinderen wekt schijnzekerheden en feitelijk wijzen die 'resultaten' er op dat het niet goed gaat met of in het onderwijs.

Aan de rapporten van tegenwoordig kun je goed zien dat het basisonderwijs doorgeschoten is. Een gemiddeld rapport bestaat nu uit vijf à zes hoofdonderdelen die onderverdeeld zijn in 35 à 40 deelonderwerpjes, waarop middels een bolletje het niveau wordt beoordeeld (geen cijfers meer). Per onderdeel is er een keus uit vijf bolletjes, van 'heel goed' tot 'heel slecht'. Bijvoorbeeld 'sociale ontwikkeling' wordt onderverdeeld in: 1. Zelfvertrouwen 2. Betrokkenheid & interesse 3. Zelfstandigheid 4. Werkhouding 5. Voor mening & gevoelens uitkomen 6. Samenwerken 7. Contact met andere kinderen 8. Contact met leerkrachten. Ook 'Rekenen' en 'taal' zijn onderverdeeld.

() Het is absurd. () Het onderwijs gaat aan zichzelf ten onder.


Keuzestress

Op 13 maart gaat Maarten Schinkel in zijn economische column in op de verlamming die uitgaat van de alom aanwezige data. In tegenstelling tot vroeger toen er veel minder aanbod en dus te kiezen was. De tijd waarin Henri Ford (van de auto's) aan het begin van de eeuw de uitspraak deed: "Leverbaar in alle kleuren, zolang het maar zwart is" (Any customer can have a car painted any colour that he wants so long as it is black.)

Het boek (Jonathan Franzen's Vrijheid) dook op in het achterhoofd toen de Spotify-paradox zijn intrede deed in het bestaan van de auteur (= Maarten Schinkel). Spotify is een dienst waar vrijwel alle muziek die je zou kunnen bedenken gestreamd kan worden naar je computer en smartphone. Prachtig, maar ook onverwacht verlammend. Want als je kunt kiezen uit alles, kom je met grote regelmaat tot niets. In dit geval: eindeloos ronddraaien in de kleine kring van je eigen smaak.

() Ziehier de verlamming van te grote keuze. () Kiezen als vloek.

Zwelgen
Op zaterdag 17 maart ging Henk Hofland in zijn NRC-column in op de directeur van een woningbouwcorporatie die ondanks aantoonbaar falen tóch weg mocht gaan met een grote zak geld. Graaiers worden ze genoemd. Hofland bepleit een ander woord: zwelgers. Maar dat zwelgen is niet alleen voorbehouden aan deze voormannen. Integendeel, als je oplet dan zie je ze overal.


Goed, je zit daar dan op Bonaire in je kasteeltje met die cohorten misschien potentiële bedriegers
(hij bedoelt zijn personeel dat zijn huis verzorgt) om je heen en die miljoenen op de bank. Wat moet je met al dat geld? Beleggen? Zorgen dat je kapitaal groter wordt. Want dat is de hebbelijkheid van rijke mensen. Ze lijden aan Der Antrieb des nicht Genug-kriegen-können, zoals het in de fenomenologie wordt genoemd. Wij hebben er één woord voor: zwelgen.

() Het blijft niet beperkt tot de mensen die in geld zwelgen. Ik denk dat we sinds het einde van de Koude Oorlog langzamerhand met onze hele cultuur in het tijdperk van het zwelgen terecht zijn gekomen.

Ik word genoemd
De wetenschapsredactie van NRC is waarschijnlijk een goudmijn op het spoor. Op zaterdag 17 maart deden ze een oproep om voorbeelden te geven van wetenschappers die alles in het werk stellen om via publicaties op te vallen. Niet door de kwaliteit van hun werk, maar louter om vaak geciteerd te worden. De reden daarvoor is dat de overheid het niveau van wetenschappers denkt te kunnen bepalen door te tellen hoeveel artikelen onderzoekers publiceren. Dit leidt in de praktijk tot artikelen die door tientallen (honderden) mensen worden ondertekend.



Wie zijn oor te luisteren legt in academisch Nederland, hoort de ene na de andere anekdote over tips en trucs waarmee wetenschappers hun naam in een wetenschappelijk tijdschrift krijgen. Dat doen ze om hun 'H-index' omhoog te krijgen.

() Zo staat de H steeds meer voor hype, hysterie en hijgerigheid. Terwijl de beperkingen van de meetmethoden toch steeds duidelijker worden. Doordat het aantal malen dat een artikel geciteerd wordt stijgt met de jaren, en doordat de index een optelsom is, hebben oudere wetenschappers een hogere score dan jongeren. () Ook Einstein heeft een lage H-index. Hij schreef baanbrekende artikelen, maar wel weinig.


Wantrouwen als wapen

Begin april komt De grote Amerikashow : populisme en wantrouwen in een gespleten land van NRC-redacteur Tom-Jan Meeus uit. Op zaterdag 17 maart verscheen een voorpublicatie in zijn krant. Een verrassend artikel over populisme en hoe dat te bestrijden. In Californië heeft men een oplossing bedacht.

Trendsettend Californië wijst in november Congresleden aan volgens een kiesstelsel dat Democraten en Republikeinen dwingt hun meest gematigde kandidaten voor te dragen. In voorverkiezingen van Republikeinen stemmen ook Democraten mee, en andersom, zodat redelijkheid ineens een voorwaarde wordt om te winnen. Het huidige systeem stimuleert extremisme - Amerika werd er de laatste decennia een onbestuurbare grootmacht mee.

() En dit is het fascinerende: juist nu Amerika tot het besef komt dat het zo niet langer kan, is Nederland in een soms krankzinnig hoog tempo bezig het wantrouwen en het populisme, en de polarisatie die dit versterkt, uit Amerika te importeren.


Dansen met robots
Terwijl minister Schulz verder gaat met het aanleggen van extra snelwegen en het verhogen van de maximumsnelheid naar 130 km per uur wordt op veel plaatsen onderzoek gedaan naar de auto van de toekomst. Uiteraard komt er ooit een volledig elektrische auto, maar de grootste verandering die er aan zit te komen is dat de bestuurder straks overtollig zal worden of zijn. Tenminste erg vaak. De auto van de toekomst zal bomvol elektronica zitten die de bestuurder helpt om fouten maken te voorkomen. In de praktijk zal over pakweg tien jaar dé auto een robot zijn waarin je als passagier instapt en die je overal naartoe brengt waar je heen wilt gaan. Efficiënter, effectiever als nu. Met zeer weinig ongevallen, doden, slachtoffers, energiezuiniger enzovoorts.

In het wetenschapskatern van de NRC stond een voorpublicatie uit het boek Turings tango : waarom de mens de comnputer de baas blijft van Bennie Mols. Een boek over kunstmatige intelligentie. Die de komende jaren, decennia in alle terreinen van het leven zal doordringen.

Computerintelligentie is niet beter of slechter, maar ánders dan menselijke intelligentie. Computers kunnen supersnel en feilloos rekenen, hebben een groot en feilloos geheugen, kunnen razendsnel zoeken in grote databergen, zijn onvermoeibaar, goed in exacte feiten en hebben geen last van psychologische belemmeringen. Mensen daarentegen kunnen beter visuele en auditieve patronen herkennen en interpreteren: omgaan met vaagheden, ambiguïteit en verrassingen en zijn creatiever dan computers.


zondag 11 maart 2012

Een kolfje naar mijn hand

Windroos
Een kolfje naar mijn hand
Deze ouderwetse uitdrukking komt voor in het nummer Windroos op de cd De zee roept van Meindert Talma. In 2011 verschenen op het Excelsior-label. Meindert Talma verwerkt in dit liedje een interview met een oude zeerot. Die vertelt hoe hij in zijn element is gekomen. Dat was niet de bedoeling van die zeerot. Om daarover te vertellen. Maar onbewust geeft hij een perfect voorbeeld van 'het' verhaal van sir Ken Robinson. Die zich op het standpunt stelt dat het in de 21ste eeuw nog belangrijker wordt om mensen in hun leven en werk dat te laten doen waarbij zij zich comfortabel voelen. Waarin ze gewoon goed zijn. Waarbij ze zich op hun plek voelen. Waarin ze af en toe iets ervaren wat een andere wetenschapper (Mihaly Csikszentmihalyi.) flow heeft genoemd. De belangrijkste reden daarvoor is volgens sir Ken dat we als samenleving vooral of juist behoefte hebben aan mensen die creatief zijn. Juist nu. In een tijd waarin we wereldwijd grote problemen dienen op te lossen. Dat kunnen we in zijn visie het best met mensen die 'lekker' bezig zijn. In hun element zijn. Die de (ouderwetse) zin "dat is een kolfje naar mijn hand" uitspreken. Omdat ze weten dat ze dan doen waarin ze goed zijn. In hun werkzame leven en in hun vrije tijd.

In het (prachtige) boekje van De zee roept van Meindert Talma staat de volgende tekst:

Toen mijn vader en moeder merkten dat ik het nergens uithield, werd ik aan tafel geroepen en toen zei mijn vader: 'Nou gaan we eens rustig samen praten.' Hij zegt: 'Je mag wél naar zee maar wij hebben besloten: dan moet je eerst naar de opleiding, want we willen hebben dat er wat van je terechtkomt. Ik zeg: 'Oh, maar dat vind ik helemaal niet erg!' Maar dat was een kolfje naar mijn hand.

In het boekje staan foto's van Tryntsje Nauta. Jongemannen die opgeleid worden op Terschelling. Aan het Maritiem Instituut Willem Barentsz. In hun uniformen. Hoe jong, verlegen, onschuldig! Maar allen stralen trots uit. Dat ze op díe school zitten. Aan de vooravond van een leven op zee. De plek waar ze thuishoren.

De cd is - by the way - een van dé voorbeelden om te laten zien dat digitale muziek (of geschriften) in the end toch slappe aftreksels zijn van the real thing.

Navrant is wel dat de zoon van de zeerot - die in dit nummer aan het woord wordt gelaten - niet in zijn element zit. En Meindert Talma - die wel in zijn element zat en zit - lastigviel door hem via de rechtbank te verbieden de stem van zijn vader te gebruiken in de Windroos. De rechter koos wijselijk geen partij, maar triest is wél dat dit nummer feitelijk niet meer bestaat. Alleen voor degenen die de cd kochten voordat die geldbeluste zoon meende een kunstenaar in zijn integere werk te moeten dwarsbomen.

Who's in control?
Het jaarthema van BasisBibliotheek Maasland is breed. Erg breed. Waaiert alle kanten uit. En regelmatig komen er (nog) boeken voorbij waarin op een tot dan toe over het hoofd gezien aspect wordt ingegaan. Sir Ken Robinson was zo'n 'late' ontdekking. De Britse PhD die verantwoordelijk is voor het meest geviewde TED-filmpje (vandaag 9.171.392 keer). In dat filmpje snijdt hij veel aan. In zijn boek Het element : als passie en talent samenkomen (uit 2009) gaat hij dieper op het onderwerp in. En dan blijkt dat hij feitelijk een 'revolutionair' concept aan 'de wereld' voorhoudt. Een concept waarvan veel bedrijven én privé personen notie zouden moeten nemen. En regeringen.

Revolutionair?
Revolutionair in de zin dat het veel zekerheden omver schopt. De belangrijkste is dat hij ons onderwijssysteem - waarin de nadruk gelegd wordt op vakken, testen en jongelui klaarstomen voor dé arbeidsmarkt - genadeloos onderuit haalt. En impliciet zegt hij hetzelfde over 'het bedrijfsleven'. Beiden zouden de richting moeten verleggen. Om leerlingen en medewerkers dat te laten doen of leren ontdekken waarin ze van nature goed zijn. Laten ontdekken waarin ze goed zijn en zich daarin verder bekwamen; op toeleggen.
Dat is niet alleen goed voor de mensen zelf. Want dan doen ze dingen waar ze gewoon goed in zijn, waar ze iets mee hebben, waarbij ze zich goed voelen. Maar ook vanuit het bedrijf of de regering bekeken zullen mensen die in hun element zijn creatiever zijn. Meer toegewijd. Doen die mensen dingen die ze vanuit zichzelf gewoon graag doen. Heb je geen oneindige reeks HRM-instrumenten nodig om ze bij de les te houden.

Een voorbeeld - de bibliotheeksector
Dé uitdaging voor de komende decennia is om iedereen dat te laten doen waarin hij of zij kan uitblinken. Dat vergt een radicale omslag binnen organisaties. Binnen de Openbare Bibliotheeksector speelt dit probleem uiteraard ook. Alleen is het zeer de vraag of er velen binnen deze sector zijn die snappen dat het daar de komende jaren hier om gaat. Sir Ken Robinson gaat er in zijn boek niet op in, maar het ligt voor de hand dat hij bovenstaande opvatting onderschrijft en ook in zal stemmen met de conclusie dat het niet alleen in de biebsector speelt. Waarschijnlijk is het een universeel punt. Hoe realiseren bedrijven deze omslag.

Creatieve teams
Uiteindelijk zal het er om gaan dat bedrijven er in slagen de medewerkers binnen hun organisaties dat te laten doen waarbij ze zich thuis voelen. Niet als therapie. Of ander zacht, wollig gedoe. Nee, juist uit welbegrepen (economisch) eigenbelang. Naarmate medewerkers meer in hun element zijn zullen ze beter presteren. Toegewijd zijn. Hun schouders er onder willen zetten. Creatiever zijn. Waarde toevoegen aan de missie en visie van de instelling, bedrijf en organisatie. Hetzelfde gaat natuurlijk ook op voor de privé sfeer.

In het hoofdstuk Je stam vinden focust Ken Robinson in op dit soort teams. Hij doorspekt alle hoofdstukken met voorbeelden van échte (succesvolle) mensen. Hier figureert het ontstaan van het beroemdste jazz  album (of all times): Kind of blue van Miles Davis met grootheden als John Coltrane , Julian 'Cannonball' Adderley en Gil Evans.

Drie sleutelkenmerken
Zijn stelling is dat creatieve teams samen meer bereiken dan individuele personen. Ze verenigen drie sleutelkenmerken van intelligentie. Ten eerste zijn creatieve teams divers. Ze bestaan uit heel verschillende soorten mensen met verschillende maar elkaar aanvullende talenten.

Ten tweede zijn creatieve teams dynamisch. Diversiteit van talent is belangrijk, maar het is niet genoeg. Tijdens het creatieve proces vullen (de deelnemers) hun sterke punten niet alleen aan, maar compenseren ze elkaars zwakke punten. De leden weten elkaar uit te dagen als gelijken en vatten kritiek op als stimulans om er een schepje bovenop te doen.

Tot slot merkt sir Ken op dat creatieve teams uniek zijn. Er is een geweldig verschil tussen een geweldig team en een commissie. De meeste commissieleden doen routinewerk en de leden zijn in theorie uitwisselbaar. Commissies zijn vaak onsterfelijk; ze lijken het eeuwig leven te hebben, net als hun vergaderingen. Creatieve teams hebben een uniek karakter en komen bijeen om iets specifieks te doen. Ze bestaan even lang of kort als men wil of als nodig is om de klus te klaren.

Hij noemt in dit verband de kernregering van en rondom president Abraham Lincoln. Die nadat hij verkozen was al zijn mededingers naar zijn positie in zijn regering opnam. Binnenskamers ging het er hard aan toe. Men bevocht elkaar van harte, maar uiteindelijk werd zo al pratend het beste compromis tot stand gebracht:

Met een gelijkmoedigheid die je je in de huidige Amerikaanse politiek nauwelijks voor kunt stellen, bracht hij dit team samen. Er werd onophoudelijk en vaak fel gediscussieerd. Wat ze in hun samenwerking echter ontdekten, was dat ze hun afwijkende opvattingen om konden smeden tot een robuust nationaal beleid, waardoor ze het land met de inspanning van hun gecombineerde wijsheid door zijn hachelijkste periode loodsten (pagina 128).

Troost voor sir Ken. In Nederland is het niet veel beter. Waar in het Parlement feitelijk nooit gedebatteerd wordt om te komen tot een (nieuw, ander, beter) gezamenlijk standpunt. Eigen standpunten uitspreken en ze bijstellen omdat een ander iets zinnigs opmerkt komt bijna niet voor. Op tv is het niet veel beter.

Organisaties zijn uniek
En dat zijn ze doordat in elk bedrijf of organisatie door omstandigheden andere mensen rondlopen. Met andere kenmerken, kwalificaties, hebbelijkheden, nukken enzovoorts. De revolutie zal inhouden dat directies zich gaan realiseren dat dit een fact of life is. Je zit als management 'opgescheept' met de medewerkers die je hebt. Tot nu toe was vaak de houding om die mensen te plooien in modellen, profielen of hoe je ook wilt noemen waarmee je als bedrijf 'de oorlog' denkt te winnen. De omslag die Ken Robinson bepleit is dat je (veel) meer uitgaat van de populatie die je aan boord hebt. Met je (bedrijfs)bootje zul je het met je crew moeten doen. En die bemanning kun je niet standaardiseren. Ook al zou je dat willen. Mensen via cursussen, POP of PAP-gedoe brengen naar dat punt waar het bedrijf het meeste profijt van heeft. Ken Robinson zegt impliciet dat dat circus in the end niet zal werken. Ga liever uit van de natuurlijke waarde(n) die jouw unieke medewerkers meebrengen. En laat hen excelleren in datgene waar ze van nature goed in zijn. Plooi het werk zodanig om je unieke medewerkers heen waardoor ze zoveel mogelijk in hun element zijn of blijven.

Changing world
Dat levert natuurlijk problemen op. In traditionele bedrijven. Maar vooral in organisaties die zich in een sterk veranderende wereld bewegen. Zoals een Openbare Bibliotheek in de mediawereld. Binnen die sector werken veel mensen die momenteel (en vooral straks) iets moeten doen waarvoor ze (lang geleden) niet zijn binnengehaald. In voorkomende gevallen zullen medewerkers die niet mee kunnen of willen naar de uitgang begeleid moeten worden. Niet als hardvochtige maatregel. Nee, eerder in de geest van sir Ken. Om hen (opnieuw) te laten ervaren dat ze binnen die veranderende bibliotheek niet langer in hun element zijn. Mogen zijn. Kunnen zijn.

Nog een misverstand
Binnen de Openbare Bibliotheeksector wordt een discussie gevoerd over de toekomst. Welke richting moet dit eerbiedwaardige en (nog steeds) gerespecteerde instituut inslaan? Waar veel zekerheden omvallen en nog lang niet duidelijk is wat de toekomstige rol van de bieb kan of zal zijn. Of er een toekomst is?

Op landelijk niveau wordt ingezet op landelijke ontwikkelingen. Natuurlijk. Zo werkt dat. Creëer een landelijk bureau of organisatie (commissie!) en dan krijg je landelijke diensten, beleidsstukken, visies. Deze landelijke trend wordt aangestuurd en aangevuurd door de landelijke politiek. De bibliotheeksector wijkt wat dat betreft niet af van andere sectoren. Denk aan dé politie, het onderwijs, dé zorg. Ga op landelijk niveau regie voeren en probeer via oekazes en een breed spectrum aan maatregelen alle organisaties die het échte werk in de praktijk op lokaal niveau moeten uitvoeren te stroomlijnen. Voor te schrijven wat ze wel en niet moeten doen. Bang dat de ene school anders zou (gaan) werken als anderen.

De dood in de pot
Dit denken - centraliseren, voorschrijven, controleren tot in het belachelijke - staat volstrekt haaks op de trend en visie die sir Ken Robinson (én veel anderen) bepleit. Ga uit van de bedrijven, instellingen en organisaties zoals ze zijn. Een toevallig ontstaan samenraapsel van mensen. Met uiteenlopende kwaliteit. Benoem als overkoepelend orgaan enkele, globale randvoorwaarden, geef ze een zak geld, laat ze hun gang gaan (het zijn tóch professionals) en controleer achteraf alleen op hoofdlijnen. En laat los dat in heel Nederland dé bieb, of hét politieteam, of dé school hetzelfde is. Kan zijn. Zal zijn.

Nee, snap dat een land dat de komende decennia voor grote problemen staat (die opgelost moeten worden) behoefte heeft aan creatieve mensen. En die functioneren het beste als je in zijn hun element laat, snapt dat elk creatief team anders is en dat standaardisering niet kan. Sterker, dat dat haaks staat op een creatieve kenniseconomie.

Een voorbeeld uit de praktijk
Op de webiste van BasisBibliotheek Maasland heeft tot half maart een app gestaan. Een widget. Een toepassing die gemaakt werd door een provinciale bibliotheek service-instelling. Met de beste bedoeling. De achterliggende gedachte is dat op een 'hoger' niveau kennis zit om iets te doen die lokaal ontbreekt. Of waar geen tijd is om te doen wat op een hoger niveau wél kan. De app heet Tip van de dag! Elke dag wordt een tip gegeven om bezoekers van de bibliotheeksector te wijzen op iets interessants.

De gedachte erachter - om dit op een hoger niveau te maken of te doen - lijkt logisch. Het bespaart tijd. Kan efficiënter gedaan worden. Heeft meer kwaliteit, want op een hoger niveau werken betere mensen. Professionals, tóch?

Maar in de praktijk werkt het niet. Ten eerste omdat het té ver afstaat van de praktijk. Een provinciale of landelijke app leidt tot voor de hand liggende, niet sprankelende tips, obligate suggesties.
Maar de belangrijkste kritiek is dat zo'n app de lokaal aanwezige kennis als het ware ontkent. In elke bibliotheek lopen mensen rond die in staat zijn dagelijks een relevante tip te geven. Een tip die beter aansluit bij wat in de buurt speelt of leeft. Maar vooral is het een manier om medewerkers van die bibliotheek uit te dagen iets met hun element te doen. Laat anderen delen in wat die medewerkers fascineert, bezig houdt. In elk team zitten (als het goed is) uiteenlopende 'visies'.

Een tip - zoals het ook kan
Ken Robinson kan niet alleen goed vertellen (TED!). Maar ook schrijven (pagina 155)

Velen van ons leven ingekapseld als Russische popen in meerder lagen van culturele identiteit. Zo las ik laatst geamuseerd dat Brits zijn tegenwoordig betekent 'naar huis rijden in een Duitse auto, even stoppen om Belgisch bier en Turkse kebab te kopen of een Indiase afhaalmaaltijd, om de avond daarna door te brengen op Zweeds meubilair en naar Amerikaanse programma's te kijken op een Japanse tv'.  En wat is het meest Brits van alles? 'Alles wantrouwen dat uit het buitenland komt.'

OF


Als je vijftig bent, regelmatig lichaam en geest traint, goed eet en plezier in je leven hebt, ben je waarschijnlijk jonger - in concrete, fysieke zin - dan je buurman die 44 is, een uitzichtloze baan heeft, twee keer per dag kippenvleugels eet, denken te inspannend vindt en het optillen van ene bierglas als dagelijkse beweging ziet (pagina 194).

OF (speciaal voor onze politici)

Op basis van decennialang veldwerk ben ik er rotsvast van overtuigd dat de beste manier om het onderwijs te verbeteren niet bestaat op een focus op het vakkenpakket of de beoordeling, hoe belangrijk die ook zijn. De krachtigste manier om het onderwijs te verbeteren, is investeren in de verbetering van het lesgeven en de status van fantastische docenten. Fantastische scholen zonder fantastische docenten bestaan niet. Maar er bestaan wel genoeg slechte scholen met stapels voorgeschreven vakken en bakken vol standaardtests.

Michel de Montaigne
Een essay
In de Nederlandse wikipedia wordt essay als volgt omschreven

Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel voor krant of tijdschrift, waarin de schrijver op een wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen. In het Engels verwijst de term meer in het algemeen naar een opstel of betoog. De Nederlandse betekenis komt echter van het Franse 'essai', wat zoiets betekent als probeersel. Tegenwoordig wordt het woord ook in Nederland nogal eens in de Engelse betekenis gebruikt, maar het gaat hier dus in principe om twee verschillende categorieën. De schepper van dit literaire genre was Michel de Montaigne die in 1580 zijn 'Essais' publiceerde.

Ken Robnsons boek voldoet aan beide criteria. Hij lult - om het populair te zeggen - niet uit zijn nek. En hij probeert wat. In de hoop dat mensen over zijn gedachten gaan nadenken.

Heel bewust schrijft hij niet voor hoe organisaties of mensen in hun element kunnen komen. Tot achter de komma voorschrijven hoe dat moet. Of zou kunnen. Dat leidt uiteindelijk tot niets. Elk bedrijf, elk persoon is uniek. En zal zelf moeten ontdekken wat hij hun past. Elke instelling, elke persoon, elke bieb zal het zelf moeten doen. Zelf het proces doorlopen om te ontdekken hoe hun medewerkers in hun element kunnen komen. Om er lokaal iets van te maken. Binnen een provinciaal of landelijk netwerk. Uiteraard. maar met eigen accenten en tips. Niet opgaan in een landelijke retailformule. Zonder kraak noch smaak.

In 2012 zal een nieuw boek van Ken Robinson uitkomen. Een soort opvolger van Het element. Toch zal dat boek (Vind je element) - hem kennende - geen how-to- ??? worden of zijn. Dat zou haaks staan op zijn eigen goedachtengoed. Het werkt niet als je tips van anderen overneemt. Je moet het uiteindelijk zelf ervaren, zelf doen.


Zomaar een man die in zijn element zit
In het Volkskrant magazine van zaterdag 10 maart 2012 geeft journalist Jeroen Smit (van De prooi) in de rubriek 17 vragen aan ... als volgt antwoord op de vraag:

Wat is de beste beslissing die je ooit hebt genomen?
Ik heb in de jaren tachtig bedrijfskunde gestudeerd in Groningen en ben daarna een tijdje werkzaam geweest als bedrijfsconsultant. Ik verdiende goed geld, reed in een mooie leaseauto, maar was doodongelukkig. In 1989 besloot ik mijn droom te volgen, te gaan schrijven en journalist te worden. Nog steeds mijn beste beslissing ooit.

Ben je goed in je vak?
Dat moet je nooit over jezelf zeggen. Maar ik geloof wel dat ik nu doe wat ik moet doen. Dat dit het juiste vak is voor mij.

Petra Stienen, een ander voorbeeld
In dezelfde Volkskrant staat op de achterzijde waarin ingegaan wordt op de toneelproductie van De prooi (!) een interview met Midden Oosten-deskundige Petra Stienen (Dromen van een Arabische lente). Afkomstig uit een arbeidersmilieu in Limburg. Op de vraag hoe ze zich aan haar milieu kon 'ontworstelen' zegt ze:

Maar ik denk wel dat iedereen een talent heeft waarmee ze hun eigen leven kunnen vormgeven. Het vergt misschien wat meer moeite om erachter te komen, maar als je mensen echt ondervraagt over hun diepste wensen, komt dat boven.

En over de steun van familieleden, de omgeving

Het kunnen leerkrachten, familieleden, buren, vrienden of hun ouders zijn, dat soort sociaal kapitaal. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. () Het gaat om de kleine gebaren. In Nederland zijn we geneigd dit soort zaken te institutionaliseren. Dat we ingewikkelde instanties oprichten om mensen hierbij te helpen. Dat is helemaal niet nodig.

Ken Robinson noemt dit soort 'sociaal kapitaal' mentoren.

maandag 5 maart 2012

Hebt u last van sproeten?

Marjolijn Februari mengt zich vaak op een ietwat omfloerste, afstandelijke manier in het publieke debat. Op maandag 27 februari 2012 was ze in haar column in NRC voor haar doen erg duidelijk. Ze noemde niet de laatste NRC-column van Youp van 't Hek. Verwees niet naar andere journalisten en hoofdredacteuren. Ze verwees ook niet naar het boek Weten is meer dan meten van journalist Tobias Reijngoud. Dat had allemaal gekund maar ze deed dat niet. Kon niet weten wat BB in het Hollands Maandblad zou schrijven.

Pippi Langkous
Ze heeft het wel over Pippi Langkous. Althans, in het begin van haar column. Ze schetst de scène waarin Pippi een winkel binnenloopt en 'Nee!' uitroept. Waarop de mevrouw van de kassa uitroept waarom ze dat doet. Waarop Pippi zegt dat er een bord in de etalage staat met daarop de tekst 'Hebt u last van sproeten?' Dan bemerkt de aardige mevrouw dat Pippi vol sproeten staat. En dan - clou van het verhaal - merkt Pippi nogmaals op dat ze er geen last van heeft.

Uitlokken
Bij die houding sluit Marjolein zich aan. Er zijn in je leven of de samenleving altijd zaken die niet kloppen, die je anders zou willen zien of domweg weg wensen. De houding dat je daar dan over gaat zitten 'zeiken', klagen of je boos maken is niet Marjoleins cup of tea. En ze wenst dat velen zich op dat standpunt zouden stellen. Of dat journalisten en hoofdredacteuren van kwaliteitskranten meer dat pad zouden bewandelen. Minder zuigen, zeuren, klagen. Ruimte bieden aan mensen die daar ziekelijk mee behept zijn. Die meer van het gedoe als de inhoud houden. Die gaan voor de korte quote. Beledigingen uitlokken. Vuurtjes opstoken. En hun oude taak om hun achterban 'bij te praten' verwaarlozen. In de veronderstelling dat ze doen wat hun achterban wil. Waarschijnlijk aangestuurd door marktonderzoek. Hun publiek bloemkolen voorschotelen omdat ze menen te weten dat men die blieft (dit vrij naar John de Mol).

De Langkousanalyse kwam in me op toen ik de discussies volgde over hijgerigheid in de pers en de politiek. Nadenkend over het gedrag van al die mensen die 'de media' heten, realiseerde ik me dat die media hun publiek tegenwoordig vreselijk zeurderig en ontevreden inschatten. Je zou zeggen dat dat kijkers en lezers niet van ieder wissewasje last hebben en dan bediend willen worden, maar de media wringen zich in bochten om ze in alles ter wille te zijn. Niet altijd tot genoegen van die kijkers en lezers zelf. Je stelt het nu eenmaal niet op prijs dat iemand sproetenzalf voor je koopt, om die rare analogie voor de laatste keer te gebruiken, als je zelf trots bent op je sproeten.

BB
Historicus, uitgever en boekhandelaar Bastiaan Bommeljé zal met instemming de column van Marjolein Februari hebben gelezen. In het voorwoord van het maartnummer van (zijn) Hollands Maandblad haalt hij (voor de zoveelste keer) ongenadig uit richting die zogenaamde elite die haar taak verzaakt. Toen en nu.

Deze maand was een maand vol kennisverwerving. Zo leerde ik dat er tijdens de vorstperiode in de landelijke kranten meer dan 400 artikelen te lezen waren over de Elfstedentocht terwijl er niet één artikel was te lezen over de honderden openbare bibliotheken die worden gesloten (en nooit meer terugkomen). Tevens leerde ik dat aan de Nederlandse universiteiten elk jaar bijna 1300 masters afstuderen in 'Communicatie'. In dezelfde tijdspanne kwamen er zo'n 250 universitaire elektrotechnici bij ... en niet één Sanskritist.
Dat hier een diepe cultuurhistorische samenhang valt te ontdekken, lijkt me evident. Eerst dienen we echter onder ogen te zien dat er in deze eeuw dus meer dan 15.000 academische communicatiedeskundigen zijn bijgekomen, en dan tellen we de 24.000 communicatiedeskundigen op HBO-niveau nog niet mee.

Hij sluit als volgt af:
Natuurlijk, wij kunnen de hakken in het zand zetten. U kunt zelfs aan uw geweten vragen: hoeveel abonnementen op Hollands Maandblad heb ik deze maand al geschonken aan laaggeletterde jongeren? Maar iets zegt mij dat het schemerduister van deze tijd pas zal opklaren als het besef doorbreekt dat één Sankritist belangrijke ris voor de samenleving dan 40.000 communicatiedeskundigen.

Opmerkelijk is hier vooral ook het woord laaggeletterd. Zo beziet hij het gros van onze hoogopgeleide jeugd. Ze hebben een papiertje dat zegt dat ze dat zijn - hoogopgeleid -  maar Bastiaan weet beter. Het gros van hen is laaggeletterd. Hebben té weinig boeken gelezen die er toe doen. Vaardigheden en genoeg competenties verworven,  een prachtige portfolio maar in het symbolische rugzakje zit feitelijk weinig bagage.

Weten is meer dan meten
Rob Riemen - van het Nexus-instituut - zegt in het boek Weten is meer dan meten in wezen hetzelfde. Alleen op een andere manier. Met andere voorbeelden en argumenten. De zogenaamde elite van dit land verzaakt haar taak. In het hoofdstuk De geboorte van de gemaksmens en het verraad van de elite pakt Tobias Reijngoud een interview met Rob Riemen en de inhoud van diens boeken Adel van de geest en De eeuwige terugkeer van het fascisme in tien pagina's prachtig samen.

We hebben vandaag te maken met een beschavingscrisis. Beschaving is maar een heel dun vernislaagje dat het gewelddadige beest in de mens bedekt. Op het moment dat we de absolute, geestelijke waarden vergeten, verdwijnt het laagje vernis en rest ons niets anders dan het najagen van onze driften. Zoals een dier dat doet. ()

Maar vrijheid komt met verantwoordelijkheid. Wie zegt: ik ben vrij, zegt ook: ik ben verantwoordelijk. Gelijktijdig met de opkomst van de individuele vrijheid ontstaat  een angst voor de verantwoordelijkheid die vrijheid met zich meebrengt. Werkelijke vrijheid is vrijheid van geest. Werkelijke vrijheid betekent: vrij zijn van het najagen van begeerten en behoeftes, geen slaaf zijn van je driften. Het betekent de overwinning van de fysieke, dierlijke kanten van de dualistische mens. Maar geestelijke vrijheid komt je niet zomaar aanwaaien. Het kost moeite en tijd, het vergt inspanning en studie, het vraagt verantwoordelijkheid. Dat schrikt af. En zo ontstaat angst voor de vrijheid en voor we het weten krijgt vrijheid een gemakkelijke vorm : een fysieke vrijheid. ()

Maar in de moderne, nihilistische maatschappij waarin geestelijke waarden hen betekenis hebben verloren, is het gelijkheidsideaal geperverteerd tot de gedachte dat alles voor iedereen bereikbaar en toegankelijk moet zijn. Zo ontstaat de massamaatschappij waarin iedereen hetzelfde wil hebben als ieder ander.
In zo'n maatschappelijke omgeving zien we een voortdurende tendens naar het laagste punt. Alles wat moeilijk is - geestelijke ontwikkeling - wordt als antidemocratisch gekenmerkt omdat het niet direct en zonder inspanning bereikbaar en begrijpbaar is voor de massa. Geestelijke ontwikkeling vergt inspanning en is alleen daarom al verdacht. Zo wordt de gemaksmens geboren. De gemaksmens gedraagt zich als een verwend kind dat zijn behoeftes en begeerten direct en zonder inspanning bevredigd wil zien.
Voor hem is de vrijheid verworden tot het najagen van het gemakkelijke, zijn begeerten. Het belang van geestelijke ontwikkeling en echte vrijheid wordt vergeten, ja, is zelfs afkeurenswaardig en verdacht, want antidemocratisch. Dit is de paradox van het democratische tijdperk zoals dat vanaf de negentiende eeuw langzaam vorm kreeg. Eindelijk wisten de samenleving  en de mens zich te bevrijden van het juk van kerk, aristocratie en feodalisme, om zich vervolgens te laten knechten door de eigen begeerten en platte genoegens.


Rob Riemen krijgt vaak opvallend harde kritiek van mensen die in de betere kwaliteitskranten en bladen schrijven. Ze vinden het maar niets dat hij voorzichtig aangeeft dat de tendens die hij waarneemt raakvlakken heeft met de periode in de jaren twintig en dertig toen het fascisme opkwam. Ook vinden ze het maar niets dat hij het durft hen te beschuldigen van het verzaken van hun taak. Terwijl ze toch moeten of kunnen weten dat (kwaliteits-)kranten, tijdschriften en andere media waarvoor ze zelf werken zich op een hellend vlak bevinden. 

In het boek van Tobias Reijngoud komen andere geïnterviewden vaak tot dezelfde  conclusie als Rob Riemen hieronder verwoordt:

In de massamaatschappij van vandaag heeft 'vrijheid' een perverse, fysieke, materialistische vorm aangenomen. 'Vrijheid' wordt vertaald als de vrijheid om te kopen, te consumeren en te genieten van de genoegens van het leven. In plaats van het besef dat het ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt, wordt 'vrijheid' eerder vertaald als het 'vrij zijn van verantwoordelijkheid'.
Voor de hedendaagse gemaksmens moet het leven eenvoudig en overvloedig zijn. Hij is afkerig van geestelijke inspanningen. Dat is het karakter van de beschavingscrisis van vandaag, een crisis die ten grondslag ligt aan alle andere grote, actuele vraagstukken van milieu- en klimaatcrisis (gevolg van overvloedig consumeren) tot krediet- en economische crisis (gevolg van het blind najagen van bonussen en financieel gewin). Het blind najagen van begeerten is een vorm van geweld.

De Applestore
Op zaterdag 4 maart werd in Amsterdam een winkel geopend. Niet zomaar een winkel, nee een flagstore van een ICT-bedrijf. Deze opening trekt onwaarschijnlijk veel media-aandacht. Niet alleen nu. Maar feitelijk al jaren op rij weet Apple op zich redelijk slimme mediamensen voor haar karretje te spannen. Free publicity voor een gadget. De stortvloed aan media-exposure levert vaak een Droste-effect op. Kranten waarin geschreven wordt over kranten of tv-programa's waarin ingegaan wordt op redacties die 'iets' met de lancering van een Apple-speeltje doen.

Verzaken door kranten
De tendens dat op zich redelijk slimme mensen in hun kranten, tijdschriften, radio- en tv-programma's tijd en ruimte inruimen voor dingen die het leven 'leuk' maken neemt almaar toe. De relatief jonge en nieuwe hoofdredacteuren van De Volkskrant en NRC Handelsblad hebben deze tendens nog meer in die richting bijgebogen. Veel artikelen over spullen. Lollige columns. Zeer korte items over ... niets. Rubriekjes waarin mensen worden afgezeken. Meegaan in de trend om naar andere mediavormen te kijken, daarop te reageren. Incidenten opblazen waardoor ze belangrijk lijken. Paginalang aandacht besteden aan op zich niet relevante zaken. En dat alles opgepimpt met steeds grotere foto's en veel wit. Leve ons consumptieparadijs. Ruim baan voor de designpolitie.
Gelukkig staan er nog steeds relevante artikelen in; waarin redacteuren en gastschrijvers pogen zaken te duiden.En trekt meneer Vandermeersch van de NRC het land in om verantwoording af te leggen.

Meneer van der Dunk, H.W.
Op zaterdag 7 januari 2012 publiceerde De Volkskrant een ingezonden brief van de historicus H.W. van der Dunk (er is ook een Thomas, zijn zoon, ook historicus). Hij mengt zich in een discussie of een historicus mee mag doen aan het mediacircus, waarin dagelijks deskundigen worden 'ingevlogen' (ook historici, denk aan Maarten van Rossem). Uit die brief onderstaand citaat:

Lekker leven met soma
Toch is er terdege iets veranderd.
De spagaat is veel groter geworden. Dat is het gevolg van, ten eerste, de verdringing van de erudiete leesgierige burger door de aan de media verslaafde consument. Die krijgt een menu van gemakkelijk te behappen kennis in de verpakking van entertainment aangeboden. Een mix die neerkomt op culturele uitverkoop. Ten tweede, een maatschappij die als enige godheid de kwantiteit en het getal kent en, in direct verband daarmee, ten derde, de terreur van markt en reclame.
Die drie factoren verleiden uitgevers en kranten, bij hun overlevingsstrijd tegen de digitale invasie tot bestsellers en de media, tot namen die garant staan voor hoge kijk- of bezoekerscijfers.

In control?
Pieter Geenen pakt (zoals zo vaak) in zijn cartoon alle hectiek van de laatste weken mooi samen. Wekenlang ging het 'debat' over futiele zaken. Werd er oneindig veel over geschreven, gepraat, getweet. Terwijl in diezelfde periode redacties van vele kranten, tijdschriften of tv-rubrieken het boek van Tobias Reijngoud centraal hadden kunnen stellen. Onderwerpen aansnijden die voor de toekomst van ons land veel belangrijker zijn. Zaken die niet in enkele regels zijn af te doen. Waar gezocht zal moeten worden naar compromissen. Richting achterbannen uitgelegd zal moeten worden dat ons 'leuke' leventje (bijna) voorbij is. Bovenal zal door een elite (onze?) moeten worden uitgelegd dat we op veel terreinen niet in control zijn.

Aanvulling op woensdagavond 7 maart 2012
Henk Hofland gaat in zijn wekelijkse NRC-column in op de onderwijsstaking van dinsdag 6 maart. De titel Opmars der analfabeten spreekt voor zich. En bevat voor iedereen die Hofland 'volgt' weinig verrassingen. Zijn beeld van de gletsjer die onze samenleving is binnengegleden (de achteruitgang van het onderwijsniveau, sinds eind jaren zestig) komt ook even voorbij. Maar zoals zo vaak kan hij in enkele zinnen samenvatten wat anderen in veel meer woorden proberen 'te pakken'. Van leuker leer je niets. Krijg je niet meer control.

woensdag 29 februari 2012

Beeldmateriaal rondom Who's in control?

Rondom het thema Who's in control?  zijn enkele filmpjes gemaakt.
Op deze pagina staan ze in chronologische volgorde.
Daaronder staan foto's van de verschillende lezingen.

23 september 2011 - Aankondiging van de reeks


28 september 2011 - Verslag van de lezing van Ap Dijksterhuis op maandag 26 september


17 oktober 2011 - Verslag van de lezing van Jos Verveen op zondag 16 oktober


11 november 2011 - Sfeerbeeld van de tentoonstelling Gebruik je hersens


19 november 2011 - Let these facts be known van Rachel Schragis


20 november 2011 - Verslag van de lezing van Coen Simon op 20 november


19 december 2011 - Verslag van de lezing van Raoul Heertje op 19 december


15 januari 2012 - Verslag van de lezing van Roos Vonk op 15 januari


Foto's van activiteiten

Ap Dijksterhuis op maandag 26 september 2011

whosincontrol01_2011

Jos Verveen op zondag 16 oktober 2011
who's in control jos verveen

Coen Simon op zondag 20 november 2011

coen_simon

Raoul Heertje op zondag 19 december 2011

Raoul Heertje 18 dec 2011

Roos Vonk op zondag 15 januari 2012

zaterdag 25 februari 2012

But I know we're drifting


Gretchen Peters

In het liedje Idlewild vraagt de Amerikaanse singer-songwriter Gretchen Peters zich af of  je als mens in control bent of kunt zijn. Een anekdotisch liedje, met een universele filosofische vraag. Gretchen is geboren in 1957. Dat is hier belangrijk om te weten. Om dat liedje - van haar onlangs uitgekomen cd Hello cruel world - te kunnen plaatsen. Althans als je het belangrijk vindt om te weten of een liedje (of een boek) autobiografisch is. Of het elementen bevat die te maken hebben met het leven van de kunstenaar. In dit geval zou het een autobiografisch liedje kunnen zijn. Ze verwijst naar historische gebeurtenissen. Die zich in haar lifetime hebben afgespeeld.

Idlewild
Idlewild is een plaats in de buurt van New York  Dichtbij het toenmalige Idlewild Airport. En ergens in het begin van de jaren zestig rijdt een auto met daarin een kijvend echtpaar met achterin een jong meisje (Gretchen?). In enkele zinnen maakt ze duidelijk dat deze ouders niet bij elkaar passen. Hun gezinnetje is een shipwreck. Ze moeten ergens oma gaan ophalen .

Gretchen weet met de wijsheid van later dat het huwelijk van haar ouders zal stranden. Haar oma dood zal gaan. Dat wat ogenschijnlijk stabiel leek voorbij gaat. Verandert. Door onvoorziene gebeurtenissen loopt het altijd anders als je op dat moment kan bevroeden. Een open deur van vanjewelste, maar desalniettemin niet minder waar. En het raakt aan de vraag of je in control kunt zijn.

They’re in the front seat, he’s got the radio low
And the moon hangs over Idlewild as the planes touch down
He is talking but she’s not listening
She is thinking of her father, who died when she was young.

I’m in the back seat, they think I’m sleeping
But I am listening for the cracks between their voices in the dark
We are a family, we are a shipwreck
And we’re picking up my grandma who is getting very old.

Dan komen twee hartverscheurende zinnen. Die bij eerste beluistering deden opveren. Hé, hier is iets specials aan de hand. De inhoud van die zinnen én de manier waarop ze ze zingt. En de muziek. Americana, met een vleugje cello.


And they think she’s dying
But I think she’s laughing

Het meisje heeft een bepaalde kijk op haar dementerende oma. Die ouderen niet begrijpen. Kleindochter en oma hebben hun geheimpjes.

I think she’s riding Halley’s comet from Ft. Lauderdale to here
But when I see her
I’ll keep her secret
We all have our secrets that we keep inside ourselves.

Gretchen is een geboren storyteller. In het volgende couplet focust ze nog meer op dat stel in die auto in. En op de tijd in. Dan wordt duidelijk dat het een bijzondere dag was. Die zelfs meisjes van ongeveer zes jaar oud zich blijven herinneren, vrijdag 22 november 1963.

They built this airport but in a few years
They’ll name it after Kennedy, the one who died today
And he will leave her, and she will suffer
And they will never really know each other at all.

Enkele minuten voor de aanslag
Dan volgt de breuk in het liedje. Stapt ze over van haar eigen kleine wereldje, waarin ouders niet met elkaar kunnen samenleven, een dementerende oma en zichzelf als een klein meisje naar het 'punt' dat ze wil maken. De grote wereld die vol verrassingen zit. Waardoor alles wat vandaag 'normaal' of eeuwig leek morgen door onvoorziene gebeurtenissen volstrekt anders kan zijn. Zal zijn.

We denken als mens dat we in control zijn. Maar feitelijk is ons leven een tombola, waarin we dagelijks een prijs kunnen trekken (of treffen) die we niet wilden, konden voorzien.
Deze kijk op de wereld gaat in de woorden van Gretchen Peters op voor onze persoonlijke levens maar net zo goed voor de 'grote' wereld. John F. Kennedy noch zijn Amerikaanse volk konden bevroeden wat er die 22e november zou gaan gebeuren. Dezelfde JFK wist niet waar hij aan begon (of beter: mee doorging) toen hij meer en meer Amerikaanse soldaten naar Vietnam stuurde.


They think we’re driving
But I know we’re drifting

They think we’re off on some adventure where the hero saves the day
We think we’re special
We think we’re golden
We think we’re walking on the moon but we are dancing in the dark.

Het slotcouplet is een herhaling van de boodschap, alleen keert hier (terecht) het beeld van een landend vliegtuig terug. Cirkel rond. Net zoals ons leven. Het heeft zijn eigen ritme. Ritmes van alle tijden (turn turn turn). We zijn wat dat betreft niet anders als onze verre voorouders in de 15e of 19e eeuw.

We shoot our rockets, we shoot our presidents
We shoot the commies and the niggers and the Viet Cong
Everything changes, everything stays the same
And the moon hangs over Idlewild as the planes touch down.

Een bootje
In de beeldspraak van Gretchen Peters denken we als mens aan het stuur te zitten. Dat we kunnen bepalen waar we heen gaan. Maar feitelijk zijn we een bootje of vlot dat meedrijft op het grillige water.

In een andere beeldspraak - van o.a. de psycholoog Daniel Kahneman - kunnen we als mens met ons verstand slechts heel af en toe bewust bijsturen. Meestal worden we door ons onbewuste als het ware op koers gehouden. Dat bepaalt wat we doen. Waardoor we niet 'verongelukken'.

Gretchen Peters zet naast dit beeld de wijsheid dat 'het lot' steeds actief is. Denk in dit verband even aan prins Friso. Of het toeval waardoor u met de partner door het leven gaat waarmee u nu wellicht door het leven gaat. Of het beroep dat u nu toevallig uitoefent. Het leven zit vol kleine momenten die grote gevolgen hebben.

Weten is meer dan meten
In de week dat dit liedje zich 'aandiende' werd toevallig het boek Weten is meer dan meten gepresenteerd. Een boek waarin journalist Tobias Reijngoud veertien vooraanstaande Nederlanders interviewt over de vraag of een samenleving waarin meten belangrijk wordt geacht ook echt weet wat er in een samenleving speelt. Wat belangrijk is. Een boek dat zeer grote vraagtekens zet bij de neoliberale samenleving die doordesemd is van de gedachte dat alles teruggebracht kan en moet worden tot economisch rendementsdenken.

Uit de inleiding:

Dit boek laat zien dat een zuiver financieel-economische en cijfermatige benadering armoedig is en leidt tot verschraling in onderwijs, zorg, bedrijfsleven, samenleving en het leven van individuele burgers. Het boek laat zien dat weten méér is dan meten. Twee prachtige citaten uit de wereldliteratuur drukken dat onovertroffen uit.

In De kleine prins schrijft Antoine de Saint-Exupéry: 'Grote mensen houden van cijfers. Wanneer je hun vertelt van een nieuwe vriend vragen ze nooit het belangrijkste. Ze zeggen nooit: "hoe klinkt zijn stem? Van welke spelletjes houdt hij het meest? Verzamelt hij vlinders?" Maar ze vragen: "Hoe oud is hij? Hoeveel weegt hij? Hoeveel broertjes heeft hij? En hoeveel verdient zijn vader?"
Dan pas vinden ze dat ze hem kennen. Als je tegen de grote mensen zegt: "Ik heb een prachtig huis gezien van roze baksteen, met geraniums voor de ramen en duiven op het dak ...", dan kunnen ze zich het huis niet voorstellen. Je moet zeggen: "Ik heb een huis van vijftigduizend gulden gezien" - dan roepen ze: "Wat mooi!"

En in Faust schrijft Goethe: 'Daaraan herken ik de geleerde piet!; Wat gij niet tast, ligt buiten uw gebied; Wat gij niet grijpen kunt, kan niet bestaan; Wat gij niet hebt becijferd is een waan; Wat gij niet weegt, heeft voor u gen gewicht; 't Geld, dat ge zelf niet munt, is u te licht'.

Een clip
Op Youtube staat al een live opname van Idlewild. Geeft een aardig beeld van dat nummer, maar kan niet tippen aan de cd-opname. Doe Gretchen en echte muziekliefhebbers een lol. Koop de cd bij een échte muziekwinkel. Negeer het illegale circuit. Dan kan zij bezig blijven en blijven hopelijk nog enkele winkels over. Op zaterdag 31 maart 2012 treedt ze op in de kleine zaal van Frits Philips in Eindhoven 



Herman van der Horst

In nummer 18 (maart) van Revolver's Lust for life (een muziekblad) schrijft Herman van der Horst o.a. het volgende over deze cd:

Zelf omschrijft ze Hello cruel world als haar manifest en daar is geen woord van gelogen. Elf meeslepende songs die de menselijke zwakheden verkennen met een geweldige fijnzinnigheid, eerlijkheid en pure emotie. Met grote zorgvuldigheid omlijst door een stel topmuzikanten, zonder dat het glad wordt. Peters ontleedt haar karakters met een fileermes en weet feilloos het persoonlijke en het universele met elkaar te verweven. Zoals in het meesterlijke Idlewild, een verhaal over het verlies van haar eigen onschuld en dat van Amerika. () Hello cruel world is niet alleen haar beste plaat, het mag rustig een mijlpaal genoemd worden.


zondag 12 februari 2012

Samenwerking in de 21e eeuw


Ken Robinson, nogmaals
Sir Ken Robinson is verantwoordelijk voor een "filmpje"dat op de TED-site het vaakst is bekeken. Op zaterdag 11 februari 2012 stond de teller voor School kills creativity op 8.718.137, bijna negen miljoen views. Ga je op zoek naar meer informatie over deze typische Brit dan kom je er achter dat hij erg productief is. Op zijn website wordt je doorverwezen naar talloze artikelen, praatjes (voor de radio) en andere 'filmpjes'.

Uit alles blijkt dat hij een consistent verhaal heeft, gevoel voor humor, de kunst verstaat om zijn  theoretisch verhaal te doorspekken met anekdotes uit real life én vooral wordt duidelijk waarom hij voor velen uitgegroeid is tot een role model.

Role model
Dat is hij. Zonder enige twijfel. Indien mensen van dit kaliber in control zouden zijn dan zouden er ongetwijfeld andere beslissingen genomen worden om de grote problemen van onze tijd aan te (gaan) pakken. Helaas staan mensen als Ken Robinson of een Daniel Kahneman aan de zijlijn. Waarschijnlijk ambiëren ze (ook) geen plek in regeringen. Er wordt echter door hen die wel in control zijn onvoldoende naar hun advies geluisterd. Het onderwijsbeleid is bijvoorbeeld onder minister Van Bijsterveldt (of haar voorgangers) in ieder geval niet bijgestuurd in een richting die sir Ken bepleit. Integendeel.

De 21e eeuw
Sir Ken Robinson weet dat in de 21e eeuw grote veranderingen nodig zijn. Dat ze zullen komen. Op uiteenlopende terreinen. Om verschillende redenen. Maar niemand kan voorspellen hoe het zal uitpakken. Wel vindt hij dat het ons dwingt om creatief te zijn. Of te worden. Door veel mensen. In ieder geval veel meer als vandaag de dag. En niet alleen in sectoren waar hoogopgeleiden actief zijn. Ken Robinson weet dat ieder mens creatief kan zijn. Mensen die buiten de bestaande kaders kunnen, mogen, willen of moeten denken.


Ons schoolsysteem en 'in je element' zijn

Robinson beargumenteert (in andere filmpjes en zijn boeken) dat ons huidige schoolsysteem er voor zorgt dat de creativiteit van té veel mensen als het ware niet wordt aangesproken. En die luxe kunnen we ons als mensheid niet veroorloven. Hij bepleit dat het onderwijs er aan bij zou moeten dragen dat meer mensen in hun latere leven (en beroepsleven) terechtkomen 'in hun element'.  Dat ze doen waar ze goed in zijn, passie voor hebben en waarin ze kunnen opgaan. 'Het element' van sir Ken lijkt op een bepaalde manier op de 'flow' van de Amerikaanse/Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

Het is een proces!
Hij gaat er van uit dat creatief zijn een proces is. Een proces waarin creatieve ideeën ontstaan. Ideeën die waarde hebben. Dat wel. Niet elk idee is goed. Een creatief idee moet ook waarde hebben of waardevol zijn. I define creativity as the process of having original ideas, that have value. Zijn stelling is dat creatief zijn een proces is, dat gepland en gestuurd kan worden. Een beeld dat haaks staat op de alomtegenwoordige gedachte dat nieuwe gedachte toevallig opkomen, langskomen. Robinson vindt dat de omstandigheden zodanig kunnen worden aangepast dat een klimaat ontstaat waarin vernieuwing en creativiteit opbloeit.

Samenwerking
Op 16 juni 2011 plaatste hij op zijn website het filmpje Collaboration in the 21st century. Fragmenten uit een speech die hij in oktober 2009 hield voor een soort TED-conferentie in Toronto. In bijna 6 minuten snijdt hij veel aan. Dit keer weinig grapjes. Erg gecondenseerd. Een verhaal dat mensen aan zou moeten spreken die werkzaam zijn in bedrijven en organisaties die doorlopend aan het veranderen zijn. Of men het nu leuk vindt of niet.




Een boodschap voor - bijvoorbeeld - een Openbare Bibliotheek, in de 21e eeuw
In het begin van dit 'praatje' poneert hij dat een van de key principles van de 21e eeuw samenwerking is.

And I work a lot in the cultural sector, I’ve worked a lot with cultural organisations of all sorts. And I think that one of the things we really have to press in the future for all of these sectors is in a greater degree of dialogue and conversation between them, not just inclosed conversations within them.
That collaboration isn’t just an idea for a conference. It’s a key operating principle for the next phase of development in the 21st century.

Organisaties in de culturele sector moeten (gaan) samenwerken met andere instellingen, organisaties en bedrijven. Het volstaat niet langer alleen bezig te zijn of te blijven binnen je eigen (beschermde) bibliotheekomgeving. Vul voor bibliotheek school, museum, krant, radio-omroep of bijvoorbeeld Volksuniversiteit in. Geen van die instellingen zal overleven zonder meer naar buiten te treden, gesprekken aan te gaan, allianties te sluiten enzovoorts.

Maar dat is niet genoeg
Er moet niet alleen samengewerkt worden; buiten de eigen toko gekeken te worden. Bibibliotheken moeten zich vernieuwen, innoveren, creatiever worden. Daarvoor dient het verbeeldingsniveau van medewerkers vergroot te worden. In goed Nederlands: geultiveerd. Dat zal niet meevallen, want het vermogen om iets 'anders' (of nieuw) te kunnen voorstellen is vaak zoals Ken Robinson zegt verwelkt (withered). Gelukkig stelt hij zich op het standpunt dat zo'n verwelkt vermogen weer opgeschud kan worden. Je moet er wel iets aan doen - hij zegt niet hoe - maar het kan wél.

If you’re interested in innovation you have to cultivate your imagination. And one of the reasons that so many people lose confidence in their own powers of imagination is that their imaginations have been left to wither. But they can be revived. I believe that too.

Wat is creativiteit?
Ken Robinson vindt vooral dat mensen die geacht worden bezig te zijn met innoveren of innoveren IETS moeten gaan doen. Je kunt oneindig lang (blijven) nadenken over iets anders, iets nieuws, iets creatief. Maar dat heeft geen enkele zin als je niet op een bepaald moment iets gaat doen. Met dat (briljante) idee.

Creativity is a step on from imagination because you can be imaginative all day long and never do anything. You would never notice why somebody’s creative who never did anything, would you?


Creatief zijn betekent je verbeeldingsvermogen aan het werk zetten. Creativiteit is het proces waarin originele ideeën ontstaan, die waardevol zijn (of waarde hebben).

To be creative you have to do something. Being creative is a process of putting your imagination to work. You can think of it as applied imagination. So let me define that for you. I define creativity as the process of having original ideas, that have value.


That have value
Deze definitie spreekt Ken Robinson doorlopend uit. In dit filmpje. In zijn twee TED-filmpjes en overal waar hij aan het woord komt of wordt gelaten. Hij heeft lang over deze zin nagedacht en wil 'hem' er als het ware bij zijn publiek inrammen. Creativity is the process of having original ideas, that have value.
Amen!

Hij formuleert vervolgens drie aspecten van creativiteit
Ten eerste dat het het een proces is, géén (unieke, op zichzelf staande) gebeurtenis. Meestel heeft iemand een idee en vervolgens verandert dat in de loop van de tijd. Door gesprekken met anderen, er over na te denken. Het komt zelden voor dat een idee kant en klaar opkomt en niet meer veranderd (hoeft te worden).

Creativiteit heeft ook te maken met nieuwe dingen, originele als het kan. Originaliteit. Uiteraard zijn niet alle ideeën worldshocking. Maar het moet wel minimaal origineel zijn voor jezelf, of je omgeving. Het zal zelden je land of de hele wereld 'beroeren'.

Tot slot moet het idee waarde hebben. Waardevol zijn. Een idee kan zeer origineel zijn, maar waardeloos zijn. In elk (goed) creatief proces is kritisch denkvermogen absoluut nodig. Je moet jezelf kunnen of durven tegenspreken als het idee niet voldoende waarde heeft of waardevol is. In dat proces ben je continue aan het testen of het idee waarde heeft. Zinvol is om te gaan uitvoeren.

Misplaatst denkkader
Aan het eind van zijn toespraakje benadrukt hij dat ideeën gezien moeten worden in het juiste 'licht'. De grote problemen van de 21e eeuw dwingen ons om oude denkframes overboord te zetten. En met dat andere denkkader dien je naar je originele ideeën te kijken.

MBA Oath 2011
De gedachte dat originele ideeen waardevol moeten zijn sluit wonderwel aan bij de zogenaamde MBA Oath. Die in het eind van het eerste decennium van de 21e eeuw in de Verenigde Staten opkwam bij aankomende MBA-studenten. De toekomstige directeuren van bedrijven, instellingen en organisaties. Sommige studenten ergerden zich aan hun voorgangers in die instellingen. Directeuren die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de talloze crisis (meervoud) die onze huidige tijd teisteren. Die jongelui namen zich voor aan het eind van hun opleiding een eed af te leggen. Waarin ze plechtig beloven zich in de rest van hun professionele leven daaraan te houden en zich daarnaar te (gaan) gedragen.
 
Create real value

Vrome woorden, maar de intentie is prima. Kern van hun eed is dat ze snappen dat het in het leven niet alleen draait om positieve rendementscijfers. Ten koste van alles. Denk aan natuur, nageslacht, werknemers, het publiek of gewone menselijke waarden. In 2011 werd een 'filmpje' op internet gezet waarin deze Oath wordt verbeeld. In drie minuten komen veel 'mensen' voorbij die ergens voor staan en worden de belangrijkste zinnen van de eed naar voren gehaald. De uitsmijter van het filmpje sluit perfect aan bij het statement van sir Ken Robinson: create real value. Daar staan de toekomstige MBA-ers voor: laat échte waarde ontstaan. Faciliteer dat. Ben voorwaardenscheppend bezig. Help dat medewerkers binnen je bedrijf of instelling originele ideeën bedenken die waarde hebben, waardevol zijn. Bijdragen aan waarden die er in de menselijke samenleving toe doen.

Een Openbare Bibliotheek

Is als andere instellingen binnen het publieke domein op zoek naar haar rol in die sterk veranderende samenleving. Een leidraad daarbij zouden de gedachten van Ken Robinson over het belang van samenwerking én verbeelding/creativiteit kunnen zijn. Daarnaast is het ook niet verkeerd om de eed van de aankomende MBa-ers in de gaten te houden. Een bibliotheek draagt op haar manier bij aan het realiseren van 'dingen' die waardevol zijn en/of waarde hebben. Een plek die inspireert en waar mensen inspiratie ophalen. Een instelling die allianties aangaat met uiteenlopende instellingen, bedrijven en organisaties binnen haar werkgebied.


Een preek
In het najaar van 2011 brachten een twintigtal bibliothecarissen een bezoek aan London. Een studiereis om kennis te maken met instellingen die ook op zoek zijn naar een andere rol binnen onze complexe samenleving. Een van de hoogtepunten was een bezoek aan de zogenaamde School of life. Een organisatie die als het ware haar (hoogopgeleide, welvarende en drukke) achterban vragen voorhoudt over de waarde van 'dingen' waar die groep mee bezig is of tegenaan loopt. Op een donderdagochtend maakten we een filosofisch ontbijt mee. De directrice gaf daarna aan dat ze op verschillende plekken in de stad actief zijn. En dat ze een breed spectrum aan soorten activiteiten 'neerzetten'. Een daarvan was de Sermon of the month, de maandelijkse preek. Een seculiere preek in een kerk.

Ken Robinson sprak zijn preek in maart 2011 uit over passie (ruim 50 minuten).


Meer lezen
Het element van Ken Robinson
Flow : psychologie van de optimale ervaring van Mihaly Csikszentmihalyi

Meer kijken
Website van sir Ken Robinson
Het filmpje Changing education paradigms (11:41 2011) (op zondag 12 februari 2012 al 6.946.030 keer bekeken)


Transciptie van Collaboration in the 21st century
People think that creativity is this ineffable process. You know that, for some people and not others. And that you can’t plan for it. You can only hope that it will take place. And my conviction has always been that creativity is an operational idea. You can plan for it and make it happen systematically. (ineffable = ongrijpbare)

And if you’re interested in urban renewal, or the refreshment of our institutions or the reinvigoration of our own lives we can’t operate on the bland hope that we will have some accidentally good ideas occasionally .

We need to make innovation a habit. We need to make it systematic. And I know I often spoke to politicians  The trouble is you can’t define creativity. And I said no the trouble is you can’t. That’s the problem. Because you haven’t thought about it, you know. And we have. So here’s a definition, to which I’ll come in just a minute.

How do you make creativity systematic in education like numeracy and literacy. And I’ve gone on to work a lot with corporate organizations of very sorts. For a reason I’ll come to.

And they have a deep interest in innovation and I think that the problems they have in part originate in education and the principles for addressing them are exactly the same. The strategy is a little bit different but the principles are the same.

And I work a lot in the cultural sector, I’ve worked a lot with cultural organizations of all sorts. And I think that one of the things we really have to press is the future for all of these sectors is in a greater degree of dialogue and conversation between them, not just in closed conversations within them.
That collaboration isn’t just an idea for a conference. It’s a key operating principle for the next phase of development in the 21st century.

If you’re interested in innovation you have to cultivate your imagination. And one of the reasons that so many people lose confidence in their own powers of imagination is that their imaginations have been left to wither. But they can be revived. I believe that too.

Creativity is a step on from imagination because you can be imaginative all day long and never do anything. You would never notice why somebody is creative who never did anything, would you?
No that tremendously creative! But what have you done? Well? Nothing! Actually.

To be creative you have to do something. Being creative is a process of putting your imagination to work. You can think of it as applied imagination. So let me define that for you. I define creativity as the process of having original ideas, that have value.
And the three key terms are firstly that it is a process. It is not an event. I don’t mean that it can never be an event. Sometimes, unusually ideas will come fully formed into your mind and you don’t do much more about it.

Milton claimed he wrote Paradise lost on that basis. He woke up every morning and dictated whole slabs of Paradise lost to his daughters who wrote them down because he was blind. He said he never revised it. I don’t know. But that would be unusual. Mozart  was thought to have done that too. But is unusual.

Most people start with an idea and have to work on it and the idea evolves in the process of it being formulated and often the idea you end up with is not the idea you started with. And there is a good reason for that to which I will come to.

So it’s a process and it’s a process that we can understand and teach. I don’t mean you can predict the outcome. Elliot Eisner once said this of art “art is a surprise not a prediction”. But the process is one way to understand. It’s like you can teach people to be literate. But you can’t  predict what they will write or read as a consequence. But you can give them control of the process.

It’s also about originality, it’s about thinking new things. Now they don’t have to be new to the whole of history, but they need to be at least new to you, preferably new to the people you are working with and maybe new in this context and maybe new to the whole of history. But originality is the heart of it.

But the third idea is value. Because having any old idea is not enough to be creative. Some creative ideas are highly original but useless. The real process of creativity is like a strand of DNA where critical judgment wraps itself around the process of high prophesizing.      

You’re constantly testing out whether this is a good idea or not. Now the reason I say that is because understanding of what values to apply, in what context and whether they are relevant is a key part of being creative. Not rush into judgment is a key part of being creative.

And very often people misjudge the value of a new idea because they apply the wrong values to it. They apply their present values to it rather than seeing how they might evolve.

Nobody would have given much for the internet twenty years ago as a idea. Now people say: What do you do with it. I remember the first years of the internet. People said it’s great, but you’ll never make money from the internet. You know, well I had a meeting recently with Pierre Omidyar who founded eBay. That was a good idea!